VN-militairen moeten zonodig robuust optreden

Het aantal VN-militairen bedraagt nu 120.000, vier keer zoveel als tien jaar geleden.

Er zijn ook problemen: soms maakt hun aanwezigheid de situatie alleen maar erger.

Kerstmis in Haïti, het is misschien niet ieders ideaal van fijne feestdagen, maar de Verenigde Naties kregen er dit jaar een warm gevoel van. ‘Blauwhelmen vrolijken Haïtiaanse wezen op’, meldde de volkerenorganisatie deze week in een persbericht.

In het straatarme Caraïbische land, waar een vredesoperatie sinds 2004 met enig succes probeert de anarchie te bedwingen, hadden VN-militairen uit Bolivia en Chili schoolkinderen verrast met cadeautjes en taart. Hun Chinese collega’s hadden in een weeshuis maaltijden uitgedeeld. Blauwhelmen uit Nepal organiseerden een boomplantdag voor scholieren. En een contingent uit Uruguay zorgde voor voetbalwedstrijden, film en een danscompetitie.

Zo was er ook weer eens iets positiefs te melden over een vredesoperatie van de Verenigde Naties, ook al was het een stuntje. Doorgaans komen de blauwhelmen vooral in het nieuws met de tekortkomingen van hun missies. Omdat individuele manschappen zich misdragen. Omdat de lidstaten van de VN niet genoeg manschappen leveren. Omdat er niet genoeg materieel is. Omdat de missie is uitgestuurd om de vrede te bewaren in een gebied waar de strijdende partijen helemaal van geen vrede willen weten. Omdat de missie niet effectief is. Of erger nog: omdat haar aanwezigheid de situatie alleen maar beroerder maakt.

Het komt allemaal voor. En toch blijven de vredesmissies van de VN voor de internationale gemeenschap een belangrijk instrument van crisisbeheersing. Verspreid over de wereld zijn er zeventien VN-vredesoperaties actief (waarvan de meeste hierboven aangegeven staan), met in totaal zo’n 120.000 manschappen – vier keer zo veel als tien jaar geleden. De financiering komt vooral uit het Westen. De militairen komen vooral uit de derde wereld, met landen als Pakistan, Bangladesh, India, Nigeria en Nepal als grootste troepenleveranciers.

De grootste en moeilijkste missie, in het door burgeroorlog verscheurde Congo, kreeg de afgelopen maanden harde kritiek in een intern VN-rapport en ook van mensenrechtenorganisaties. MONUC, zoals de tien jaar oude missie van zo’n 20.000 manschappen heet, zou door samen te werken met het wanordelijke Congolese leger in de strijd tegen een gewelddadige militie het tegendeel bereiken van waarvoor ze bedoeld is. MONUC zou zich door de militaire samenwerking zelfs medeplichtig maken aan de wreedheden die Congolese militairen begaan tegen de burgerbevolking.

Die kritiek kwam hard aan. In de jaren negentig hadden de VN harde lessen geleerd over de risico’s van vredesmissies. Na de genocide in Rwanda en het bloedbad in Srebrenica, waarbij VN-troepen niet ingrepen, raakte de afdeling vredesoperaties van de VN in een diepe crisis. Na pijnlijk zelfonderzoek drong tot de organisatie door dat haar troepen zonodig robuust moeten kunnen optreden.

Maar ook die belangrijke les blijkt niet voldoende om drama’s te voorkomen. Zie Congo.

De situaties waarin blauwhelmen tegenwoordig optreden zijn vaak veel complexer dan vroeger. Het bemannen van een bufferzone tussen twee staten die een bestand of vredesverdrag hadden gesloten, kon betrekkelijk overzichtelijk zijn. Veel moeilijker is het een situatie te stabiliseren waarin allerlei ongeregelde milities strijd leveren met een regeringsleger dat zelf ook weinig discipline kent en dat een instrument is van een zwakke en corrupte staat.

De Veiligheidsraad van de VN verlengde de missie in Congo vorige week in elk geval met vijf maanden. Tegelijk bepaalde de raad dat de blauwhelmen operaties van het Congolese leger alleen mogen steunen als een plan gemaakt is hoe de burgerbevolking beschermd kan worden. En als Congolese soldaten misdaden tegen burgers begaan, dan moeten de VN-militairen tussen beide komen.

Deze week antwoordde het hoofd van de VN-operaties in Congo, de Amerikaan Alan Doss, Human Rights Watch en andere critici. Hij noemt ze kortzichtig. Iedere dag beschermen we tienduizenden burgers, aldus Doss. Het land is nog bezig overeind te krabbelen na een conflict dat zo’n vier miljoen levens heeft gekost. Het regeringsleger, met al zijn gebreken, is het enige middel dat Congo heeft om de verkrachtende en plunderende milities aan te pakken. „Omdat niemand anders in de wereld bereid of in staat is om deze taak op zich te nemen, is het de taak van de VN om de regeringstroepen te helpen te voldoen aan hogere standaarden.”

Daarmee schetste hij de moeilijke positie waarin een VN-missie terecht kan komen. De Veiligheidsraad kan wel uit politieke overwegingen besluiten dat vredestroepen een bepaalde situatie moeten stabiliseren of een oorlog moeten voorkomen. Maar in de praktijk is het vaak al moeilijk genoeg om een verslechtering van de situatie te voorkomen, en het maken van vuile handen is daarbij soms onvermijdelijk.

    • Juurd Eijsvoogel