Schaduw van 9/11 hangt na aanslag over Obama

Na de mislukte aanslag op een vliegtuig naar Detroit, op Eerste Kerstdag, liggen president Obama en de veiligheidsdiensten in de VS zwaar onder vuur.

De schaduw van 9/11 hangt over Barack Obama na de mislukte aanslag op de lijnvlucht Amsterdam-Detroit, Eerste Kerstdag.

De veiligheidsdiensten hebben sommige van dezelfde fouten als toen gemaakt. Hebben de Verenigde Staten dan niets geleerd van de aanslagen in New York in 2001, zo luidt de kritiek. Volgens Amerikaanse media dreigen er politieke slachtoffers te vallen, waarbij de namen van minister van Binnenlandse Veiligheid, Napolitano en de hoogste inlichtingenadviseur van president Obama, Dennis Blair, het vaakst worden genoemd. Maar ook de CIA en het Amerikaanse Nationale Antiterreurcentrum (NCTC) liggen onder vuur.

„Het is ontzettend frustrerend”, zei Howard H. Kean vandaag tegen de krant The New York Times. Hij was voorzitter van de speciale commissie die na 9/11 onder meer het falen van de veiligheidsdiensten onderzocht. „Het lijkt bijna alsof dezelfde woorden worden gebruikt om te beschrijven wat er mis is gegaan [als toen, red.]”, zei Kean.

Drie andere leden van de commissie zeiden gisteren in een gesprek met de Amerikaanse nieuwszender PBS dat zij na de aanslagen van 2001 enkele aanbevelingen hadden gedaan om het systeem te verbeteren en dat daarmee niets is gedaan.

De kritiek op Obama is vooral dat de verdachte, de 23-jarige Nigeriaan Umar Farouk Abdulmutallab, naar de VS had kunnen vliegen, terwijl er meerdere aanwijzingen waren dat hij kwaad in de zin had. Zijn vader had de Amerikaanse ambassade in Nigeria in november al gewaarschuwd over de radicalisering van zijn zoon. Gisteren volgde het bericht dat Amerikaanse inlichtingendiensten in augustus al beschikten over informatie dat een Nigeriaan in Jemen een aanslag voorbereidde op de VS. Hoe kon het, met die informatie, dat Abdulmutallab niet op een no-fly-lijst stond?

Obama reageerde dinsdag vanaf zijn vakantieadres op Hawaii. Hij sprak van een „falen van het systeem” van de Amerikaanse veiligheidsdiensten. Die zouden de beschikbare informatie niet met elkaar hebben gedeeld. Als ze dat wel hadden gedaan, had de aanslag voorkomen kunnen worden, zei hij. Hij noemde de situatie „volstrekt onacceptabel”.

Vervolg Obama: pagina 5

Cheney: Obama negeert oorlog

Dick Cheney, vicepresident onder George W. Bush, viel Obama gisteren frontaal aan. Hij hekelde dat de president pas na drie dagen reageerde op de mislukte aanslag, en dat hij op het moment van de aanslag vakantie vierde. Zijn reactie getuigde bovendien van slapheid, zei Cheney.

„Wij zijn in oorlog en als de Amerikaanse president net doet alsof we dat niet zijn, dan wordt het er voor ons niet veiliger op. Het lijkt erop dat hij denkt dat we niet in oorlog zijn als hij lauw reageert op een poging om een vliegtuig op te blazen en honderden mensen te doden”, aldus Cheney tegen de nieuwssite Politico.

Het Witte Huis reageerde fel en noemde het een „typisch staaltje van Washington om zondebokken te zoeken en politiek profijt te halen”. Een woordvoerder van het Witte Huis zei gisteren dat als „iemand zich realiseert dat we in oorlog zijn, dan is het de president”.

Gisteren bleek dat de Amerikaanse regering er aanvankelijk bij Nederland op had aangedrongen om geen bodyscans op de luchthaven Schiphol te plaatsen, wegens privacykwesties. Minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst zei dat gisteren tijdens een persconferentie. Maar na de mislukte aanslag zal Nederland, in overleg met de VS, nu toch de bodyscanners gaan invoeren voor alle vluchten naar Amerika.

In het openbaar bleef president Obama gisteren nog achter Napolitano en Blair staan. Een woordvoerder van het Witte Huis zei gisteren over die eerste dat het „hier niet om een persoon of een instantie gaat”. Zowel Blair als Napolitano zou nog steeds het vertrouwen krijgen van Obama. Het Witte Huis krijgt vandaag een rapport over het optreden van de overheidsdiensten in kwestie.

Maar Obama heeft ook al laten weten dat hij niet schroomt om binnen de eigen gelederen tot op het hoogste niveau die mensen die fouten hebben gemaakt verantwoordelijk te stellen.

Napolitano zei aanvankelijk dat het „systeem zeer, zeer goed heeft gewerkt, de afgelopen dagen”. Na felle kritiek daarop heeft ze echter afstand van die uitspraken genomen.