Revolutionaire geest

In weinig landen ter wereld heeft het jaar 2009 voor zoveel beweging gezorgd als in Iran. Sinds de verkiezingen van 12 juni trilt de islamitische republiek op haar grondvesten. Kon het politieke spectrum tot voor kort nog vrij eenvoudig en overzichtelijk worden ingedeeld in een conservatief kamp enerzijds en een hervormingsgezinde vleugel anderzijds – die beide binnen de grenzen van de islamitische revolutie bleven – nu worden de scheidslijnen steeds gecompliceerder.

De nasleep van de presidentsverkiezingen heeft niet alleen de tegenstellingen binnen het politieke establishment versterkt, maar ook de spanningen aangescherpt tussen generaties, binnen de verschillende economische sectoren en zelfs binnen de clerus, die de theocratie zou moeten schragen.

Deze tegenstellingen kunnen steeds minder goed overbrugd worden met politieke middelen. Arrestaties zijn aan de orde van de nacht. Geweld neemt toe. Zondag vielen er ten minste acht doden toen er werd ingehakt op de betogers die tijdens een religieuze feestdag in Teheran en enkele andere Iraanse steden de straat opgingen. Gisteren gingen aanhangers van president Ahmadinejad de straat op en eisten de dood van eenieder die zich tegen opperste leider Khamenei keert en zich volgens hen zo aan de zijde van Satan schaart.

Deze demonstraties gaan aan beide zijden allang niet meer om de verkiezingen. De groepen rond Ahmadinejad zijn uit op een constellatie waarbij ook posities van de oudere generaties conservatieven in het geding zijn. Maar hun rijen zijn niet naadloos gesloten. Zelfs aan de loyaliteit van de Revolutionaire Garde, deels gevormd door dienstplichtigen, is een grens.

Bij de oppositie is het beeld vergelijkbaar. Hoewel leiders als ex-premier Mousavi en de geestelijke Karroubi proberen het verzet binnen de banen van het islamitische systeem te houden, klinken er steeds meer stemmen tegen het systeem. Veel grootstedelijke en hoger opgeleide jong volwassenen zien geen gat in een politiek compromis met pragmatici in de regering. Als ze ‘dood aan de dictator’ scanderen, zeggen ze niet alleen dat de president moet plaatsmaken, maar hebben ze het ook over ayatollah Khamenei, die zich in juni zo rap verbond met Ahmadinejad dat hij als opperste leider weinig speelruimte over heeft om op het kritieke moment nog een middenweg te vinden.

Intussen neemt de verwarring hand over hand toe. Zo meldde het staatspersbureau vanmorgen dat Mousavi en Karroubi uit Teheran waren gevlucht. Het werd ontkend. Omgekeerd berichtte een oppositionele website dat legereenheden naar de hoofdstad oprukten. Volgens de boekjes is dit de voorbode van een revolutionaire situatie.

De toekomst in Iran voorspellen is een hachelijke zaak. Maar veel wijst erop dat Iran nu dertig jaar na de islamitische revolutie weer een cruciale stap zet. Hoe dat in 2010 afloopt, hangt niet alleen af van de ambities van de bevolking maar ook van het vernuft dat de politici en zeker de opperste leider in deze polariserende tijden opbrengen. Dat is veel gevraagd. Maar de kans op verandering is groter dan ooit sinds 1979.