Rampjaar 2009 laat blijvende littekens achter

Signalen van voorzichtig herstel wisselen stuivertje met negatieve berichten over de wereldeconomie. Wordt 2010 het jaar van de wederopbouw?

Het leek zo’n mooi uiteinde te worden. Beurzen die wereldwijd op hun hoogste stand dit jaar staan, veel landen die voor het eerst sinds 2007 de recessie achter zich laten, meevallende werkloosheidscijfers. De Grote Recessie die de wereld sinds september 2008 in haar greep hield, heeft eind 2009 zijn beste tijd gehad. 2010 kan het jaar worden van het herstel.

Maar schijn bedriegt.

Vannacht nog maakte de Amerikaanse overheid bekend voor 3,8 miljard dollar (2,6 miljard euro) aan staatssteun te steken in GMAC, de voormalige financieringstak van autofabrikant General Motors. Samen met de al eerder geïnjecteerde 12,5 miljard dollar heeft de regering-Obama nu een meerderheidsbelang in het noodlijdende concern, dat maar geen greep krijgt op de portefeuille met hypotheekbeleggingen.

Ook in Europa verstoort slecht nieuws de positieve eindejaarssfeer. De Europese Centrale Bank meldde gisteren dat Europese financiële instellingen in november wéér minder geld hadden uitgeleend aan het bedrijfsleven. De leningen daalden met 1,9 procent op jaarbasis, tegenover een krimp van 1,2 procent op jaarbasis in oktober. Geen lening betekent geen investering, en dat betekent een verdere vertraging van de groei.

En dan zijn er nog de problemen van landen als Dubai, Griekenland, Spanje, Japan en Ierland.

Het signaal is helder. Als er al sprake is van herstel aan het eind van dit economische rampjaar, dan is het zeer fragiel.

En toch is het meer dan waar beleidsmakers en economen aan het begin van 2009 op hadden gehoopt. Destijds, ruim drie maanden na het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers, zag de toekomst er inktzwart uit. Aandelenbeurzen wereldwijd beleefden hun grootste vrije val sinds de Grote Depressie. Het financiële stelsel stond op het punt van instorten en kon slechts gestut worden met honderden miljarden euro’s aan overheidssteun. Zowel rechtstreeks aan banken en verzekeraars, als via ingenieuze garantieconstructies en staatssteun aan de ‘rest’ van de economie. In april telden de wereldleiders, bijeen op de G20-top in Londen, de steun bij elkaar op en kwamen tot het verbluffende bedrag van 5.000 miljard dollar.

Daarmee werd weliswaar een totale ineenstorting voorkomen, maar tevens het fundament gelegd voor de pijnlijke nasleep die in 2010 en ver daarna de wereldeconomie in zijn greep zal houden. De massale staatssteun leidde namelijk tot het oplopen van de staatsschulden. Het zijn vooral de extra lasten van die schulden die een langdurige rem zetten op groeiherstel na een financiële crisis, zo becijferde het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Gemiddeld hebben economieën zeven jaar na een zware financiële crisis nog steeds een achterstand van 10 procentpunt op hun groeipad van vóór de crisis. Dat laat blijvende littekens achter.

De grootste obligatiehandelaar ter wereld, Pimco, waarschuwt dan ook al meer dan een jaar voor al te veel optimisme. Er zal in 2010 sprake zijn van herstel, maar terug naar normaal zit er voorlopig niet in. Het ‘nieuwe normaal’ wordt de maatstaf, en dat betekent dat de wereld genoegen zal moeten nemen met een groeipad dat structureel lager zal liggen dan dat van de afgelopen tien jaar.

De belangrijkste vraag voor 2010 zal zijn hoe centrale banken en overheden hun massale steun zullen terugdraaien. Doen ze dat te snel, dan verstoort dat het broze evenwicht in de financiële markten. Doen ze het te langzaam, dan zal de overvloed aan liquiditeit die zij in de economie gepompt hebben tot een inflatiegolf leiden.

Tegelijkertijd richten alle ogen zich op China en de VS. Die houden elkaar al jaren in een houdgreep van overproductie enerzijds en overconsumptie anderzijds. Het doorbreken van dat patroon, noodzakelijk voor een stabiel herstel, leidt juist deze weken tot protectionisme aan beide kanten van de geopolitieke spectrum. Zo verhoogde de VS gisteren nog de importtarieven op Chinees staal, en weigert China de kunstmatig lage koers van de yuan aan te passen.

Voor pessimisten biedt 2010 nog voldoende potentiële schokken. Zo erg als 2009 zal het niet worden, maar het is wel voldoende om een al te positieve eindejaarsstemming te temperen.

    • Egbert Kalse