Prestatiematrix is als een loos weeralarm

Het kwalificatietoernooi voor de Olympische spelen van Vancouver werd vier dagen gedomineerd door één woord: prestatiematrix.

Voor het eerst schakelden de keuzeheren van de schaatsbond econometristen in om met een model te bereken op welke afstanden Nederland de beste medaillekansen heeft. Elk land mag met maximaal tien schaatsers en tien schaatssters naar Vancouver. De prestatiematrix bepaalde vooraf de volgorde van aanwijzing per afstand. Schaatsland Nederland was er vier dagen lang van in verwarring.

„Ben ik er nou of niet”, riep Mark Tuitert naar zijn vrouw op de tribune, nadat hij de vierde tijd had gereden op de 1.000 meter. Vijf meter verderop omhelsde Jan Bos, zesde tijd, in opperste onzekerheid zijn vriendin. Tv-commentatoren misten door de matrixdiscussie het dramatische moment op de 1.500 meter, waar Sven Kramer met een honderdste van een seconde vriend en ploeggenoot Erben Wennemars van deelname aan diens laatste grote wedstrijd afhield.

Om na het toernooi te concluderen dat zowel bij de mannen als bij de vrouwen niet meer dan tien schaatsers zich plaatsten. Hooguit kan een aanwijsplek voor de ploegachtervolging nog ten koste gaan van Ronald Mulder, nummer drie van de 500 meter. De veelbesproken matrix bleek achteraf nagenoeg overbodig, als een loos weeralarm.

Het grootste probleem van het selectiesysteem is niet de prestatiematrix maar de bescherming van de toprijders. De vooraf gekwalificeerde Carl Verheijen, drie keer vierde bij een wereldbekerwedstrijd, werd ondanks een topprestatie op de vijf kilometer (tweede in 6.15, vlak achter Bob de Jong) verwezen naar de herkansing van eind januari. Louter omdat twee andere gekwalificeerden zich ziek afmeldden. Maar Koen Verweij en Bob de Vries lieten dit seizoen minder zien dan Verheijen. En waarom moet de TVM-routinier het nog een keer opnemen tegen Jan Blokhuijsen en Wouter Olde Heuvel, die hij nu met afstand versloeg?

Een extra vijf kilometer, nadelig in de voorbereiding op de Spelen, had Verheijen bespaard kunnen blijven. Maar in het huidige systeem werd iedereen beschermd die door prestaties bij eerdere wereldbekerwedstrijden ook maar een beetje gekwalificeerd was. Jan Bos (zesde op de 1.000 meter) en Renate Groenewold (negende op de 3.000 meter) plaatsten zich zo alsnog voor Vancouver. Ook Sven Kramer, die zijn kwalificatie als invaller verdiende met een negende plaats in Salt Lake City, kwam als vijfde in Thialf goedkoop aan een olympisch ticket op de 1.500 meter. Ook al was ploeggenoot Wouter Olde Heuvel sneller.

Wie niet vooraf was gekwalificeerd, stond in Thialf voor een bijna onmogelijke opgave. De talentvolle Kjeld Nuis rijdt met de week harder en werd op de 1.000 meter knap derde. Hij moest plaatsmaken voor de nummers vier Tuitert en zes Bos, wel gekwalificeerd. „Doodzonde”, zei gewestelijk trainer Wim den Elsen. „Zo’n jonge jongen kan grote sprongen maken. Die moet je als verrassing lanceren op de Spelen.”

Beorn Nijenhuis, vijfde op de 1.000 meter en niet geplaatst, pleitte voor een andere selectie. „In Nederland proberen ze de beste schaatsers te selecteren, over een heel seizoen. Maar op de Spelen komt er één cruciale kwaliteit bij: een topprestatie leveren op het juiste moment. Dat aspect wordt in het huidige systeem verwaarloosd. Als je niet gekwalificeerd was, wist je van tevoren al dat je nagenoeg kansloos was.”

Keiharde selectie, zonder bescherming? Technisch directeur Arie Koops van de KNSB wierp direct tegen dat Kramer dankzij het systeem vroeg zeker was van de Spelen en dat de geblesseerde Marianne Timmer nog een kans krijgt. En de echte medaillekandidaten plaatsten zich in Thialf ‘gewoon’ voor Vancouver. Net als bij de NK afstanden (begin november) heersten op 500, 1.000 en 1.500 meter de mannen en vrouwen uit de Control-ploeg. Coach Jac Orie heeft zeven olympiërs, die samen zeventien startplekken veroverden. En daar kan Timmer nog bij komen. „Als het zich zo ontwikkelt als nu, haalt ze het”, zei Orie gisteren. Ook stayer Bob de Jong (VPZ) toonde op de vijf en de tien kilometer opnieuw dat hij het podium in Vancouver binnen bereik heeft, en in de buurt komt van Kramer. Ireen Wüst is niet kansloos op de 1.500 en 3.000 meter.

Al voor het toernooi gaf Koops toe dat het systeem een ‘leermoment’ bevatte: het verschil tussen de kwalificaties vooraf. Drie keer vierde bij een wereldbekerwedstrijd (Verheijen) is iets anders dan één keer negende (Kramer) of elfde (Wennemars). De Jong pleitte voor een combinatie van Amerikaanse trials; de besten plaatsen zich, in combinatie met aanwijsplekken in uitzonderlijke gevallen. Duidelijk voor schaatsers, coaches en publiek. En in elk geval beter dan vier dagen prestatiematrix.

    • Maarten Scholten