Ongelukkige vrouwen en het einde van de mensheid

2009 was het jaar waarin de sciencefiction zijn comeback maakte.

In 2010 strijdt het genre met zelfontplooiingsdrama’s.

Wie in 2010 veel naar de bioscoop gaat, kan een heel mensenleven doorlopen. Achtereenvolgens kunnen films bekeken worden over kinderen die in een fantasiewereld vluchten, over werknemers en interim-managers, over ongelukkige vrouwen die radicaal breken met hun oude leven, om af te sluiten met het einde der mensheid. Zeer uiteenlopende films als Where The Wild Things Are, Up in the Air, Eat, Pray, Love en The Book of Eli gaan zo een stiekem verband aan.

Elk van deze films staat voor een subgenre: de fantasiefilm, de maatschappijkritische satire, het zelfontplooiingsdrama en de postapocalyptische sciencefiction. Alle vier zijn ze sterk vertegenwoordigd in het bioscoopaanbod van het komend jaar. Welk genre het succesvolste zal zijn, hangt af van de gemoedstoestand van de bioscoopbezoeker. Willen we escapisme of willen we hard geconfronteerd worden met gekwelde individuen en een uitstervende mensensoort? Een combinatie van goed amusement en een slechte boodschap scoort meestal het beste.

George Clooney verenigt beide, en veel ogen zijn dan ook gericht op Up in the Air van Jason Reitman (Juno), waarin Clooney een interim-manager speelt die fluitend de ontslagen verzorgt bij noodlijdende bedrijven maar nu zelf voor zijn baan moet vechten. Nog zo’n film over werkethos: Ralph Fiennes leeft zich uit als manager bij een verzekeringsmaatschappij in Ricky Gervais’ Cemetery Junction.

Gordon Gekko (Michael Douglas), een personage uit de film Wall Street uit 1987, maakt zijn comeback in Wall Street – Money Doesn’t Sleep van Oliver Stone. Bij films die heel erg van deze tijd zijn, is de timing cruciaal: niet te vroeg want dan is de tijd nog niet rijp voor reflectie, en niet te laat want dan kan de moeheid rond het onderwerp zijn toegeslagen.

De fantasyfilm is tijdloos en een vertrouwde factor in de filmindustrie. Overkill ligt bij dit genre wel op de loer, want hoeveel fantasyfilms kan een mens aan in een jaar? Opvallend is dat in 2010 grote regisseurs zich aan films over fantasiewerelden hebben verbonden. Tim Burton maakt een vervolg op Alice in Wonderland, Spike Jonze verfilmt Where the Wild Things Are, Peter Jackson regisseert Lovely Bones en Terry Gilliam komt met The Imaginarium of Doctor Parnassus, die allemaal draaien om (ongelukkige) kinderen in parallelle werelden.

Ongelukkige vrouwen vluchten niet in hun fantasiewereld maar naar andere oorden, zo valt te zien in een opvallend groot aantal drama’s over vrouwen die radicaal breken met hun verleden. Ze hebben alles wat hun hartje begeert maar zijn toch niet gelukkig: Julia Roberts in Eat, Pray, Love, Isabelle Huppert in Villa Amalia, Shirley Henderson in Todd Solondz’ Life During Wartime. Ze vervolgen de route die in 2009 al was ingezet door de talloze vrouwelijke filmpersonages die een nieuw leven begonnen. De markt voor zelfontplooiingsdrama’s is relatief klein maar zal vast groeien dankzij voortrekkers als Julia Roberts en Carice van Houten (De gelukkige huisvrouw), die vraagtekens zetten bij het schijnbaar gelukkige gezinsleven.

Een radicalere breuk dan de Apocalyps is niet denkbaar. Het postapocalyptische subgenre herrijst het komend jaar, en dat is niet vreemd in een tijd waarin de menselijke soort zijn eigen positie op deze planeet aan het herijken is.

Leidde het genre in het verleden vaak tot amusante maar broddel-achtige werkjes met obscure acteurs en veel rookpluimen, nu begeven serieuze dan wel populaire acteurs als Willem Dafoe, Gary Oldman, Denzel Washington, Viggo Mortensen en Charlize Theron zich op uitgestorven terrein. Hier zijn geen ongelukkige crisismanagers, huisvrouwen of kinderen meer te bekennen: 2010 zou wel eens het jaar kunnen worden van films met radicale oplossingen.

    • Mariska Graveland