Jeugddromen in de jungle van Mumbai

In de Indiase stad Mumbai leven honderdduizend straatkinderen. Hun ouders zijn op het asfalt blijven steken. De jongeren zelf willen niet mislukken.

A child sleeps in a makeshift cradle as a homeless boy sleeps on the pavement in Mumbai December 3, 2009. Economic growth has changed the lives of many Indians, and nowhere is that more obvious than in the city once known as Bombay. Many of India's billionaires live in the city, but abject poverty and creaky infrastructure remain a sharp counterpoint to its aspirational gleam and glitz. REUTERS/Arko Datta (INDIA ENVIRONMENT SOCIETY IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Shiva (20) kijkt stoer in de lens van zijn mobieltje. Op een kiekje heeft hij sluike, donkerbruine haren, en draagt hij een oorbel. Op andere zelfgemaakte foto’s zijn zijn haren zwart en kort geknipt, soms draagt hij een petje, en meestal is zijn blik onbewogen. Zijn vriend Suresh (21) kijkt vriendelijker. Hij poseert in zijn witte judopak met leerlingen die hij les geeft. En hij toont zijn gespierde bovenlijf en spant zijn biceps.

Shiva en Suresh wonen in de Indiase metropool Mumbai. Hun wereld is de wereld van ‘Magic Area’, de stedelijke jungle rondom de stations Bombay Central, Grant Road en Churchgate, in het zuiden van de stad waar de huizenprijzen torenhoog zijn en de ruimtes klein, maar waar altijd wat te beleven valt. En het strand is niet heel ver. Als een rode Porsche over Marine Drive voorbij scheurt, weten ze onmiddellijk te vertellen welk model het is en waar die te koop is.

Shiva en Suresh zijn jongens van de straat. Ze hebben nooit een vast dak boven hun hoofd gehad. Hun ouders behoren tot een verloren generatie van migranten die in hun jeugd de armoede op het platteland de rug toekeerden, maar het nooit hebben gered in de grote stad. De toegenomen welvaart in India is de afgelopen jaren aan hun neus voorbij gegaan. Zij zijn blijven steken op het asfalt, en hun kinderen met hen.

Niemand weet precies met hoevelen ze zijn. Volgens sommige schattingen (elf miljoen straatkinderen in heel India) telt Mumbai meer dan honderdduizend kinderen met een vergelijkbaar verleden als van Shiva en Suresh. Dezelfde aantallen worden genoemd voor Kolkata (Calcutta) en Delhi. Maar dat zijn slechts ruwe cijfers.

Een ding staat wel vast: als er iemand kansarm genoemd mag worden, dan zijn zij het. Maar dat is niet hetzelfde als kansloos, stralen Shiva en Suresh uit. We zijn geen mislukkelingen, staat in de zelfbewuste blik van hun ogen te lezen. In tegendeel, beiden koesteren ze grootse plannen.

Suresh is vorig jaar begonnen judoles, gymnastiek en bodybuilding te geven. Als hij genoeg geld heeft gespaard, wil hij proberen zijn zwarte band te halen.

Shiva werkt als geluidstechnicus bij optredens in hotels. Soms treedt hij ook zelf op als deejay. De muziek downloadt hij in een internetcafé. Twee maanden geleden heeft hij een bankrekening geopend. Daar staat al bijna 9.000 rupee’s (130 euro) op, zegt hij trots. Suresh en Shiva gaan het helemaal maken, zeggen ze.

Suresh en Shiva zijn, toen ze jonger waren, opgevangen en naar school gestuurd door Salaam Baalak, een stichting die in 1987 werd opgericht na de verschijning van de film Salaam Bombay! van de Indiase regisseur Mira Nair over straatkinderen in Mumbai. Die was de ongepolijste voorloper van het recente Hollywood-succes Slumdog Millionaire, waarin het straatleven plotseling een glamourglans kreeg.

Suresh heeft altijd met zijn alleenstaande moeder op straat geleefd. Ruim een jaar geleden overleed ze aan tbc. Nu slaapt hij bij een vriend, in een hutje in de buurt van Grant Road. Overdag is hij altijd druk, zegt hij. Nu moet hij alweer weg om op tijd te zijn voor zijn volgende gymnastiekles.

Shiva’s moeder woont in de voorstad Mumbra, ruim een uur met de forensentrein vanaf ‘Magic Area’. Shiva’s zus Jyoti (18) en zijn broertje Sunny (16) wonen bij haar. Hun appartement, op de tweede verdieping in een groezelige wijk, bestaat uit een kale kamer van ongeveer drie bij vier meter met geel geverfde muren. Stromend water is er niet.

Luxueus is het niet, maar honderdduizenden gezinnen leven zo in Mumbai. Los daarvan: voor Shiva’s moeder was de verhuizing naar Mumbra twee jaar geleden een omwenteling in haar leven.

Ze heet Leela en ze is nog maar 35. Als peuter kwam ze met haar ouders en twee zussen vanuit een dorpje op het platteland van Maharashtra naar Mumbai. Haar moeder stierf al snel. Haar vader verdiende als sjouwer nauwelijks voldoende om de kinderen te eten te geven. Ze sliepen op straat, soms in een pand in aanbouw, soms in een nauwe doorgang tussen twee huizen, met stukken plastic om zich te beschermen tegen de regen.

Ze trouwde op haar dertiende , een jaar later kreeg ze Shiva. Zes jaar geleden liep haar echtgenoot weg en stond ze er alleen voor. Drie jaar geleden hakte ze de knoop door: elke cent die ze kon missen van haar inkomsten als schoonmaakster, legde ze opzij om een huurvoorschot op tafel te kunnen leggen voor een echt onderkomen. „Ik wilde niet dat mijn dochter nog langer op straat moest slapen. En Shiva kreeg werk in hotels en begon om te gaan met vrienden uit betere milieus", zegt ze. „Ik vond het verstandiger iets beters te zoeken".

Leela heeft nu in Mumbai bereikt waar haar ouders nooit in zijn geslaagd. Ze verdient als hulp in de huishouding net genoeg om rond te komen. Af en toe draagt Shiva ook bij. Bijvoorbeeld voor het huwelijk van zijn zus Jyoti, begin volgend jaar. Zij heeft iemand gevonden die ze aardig vindt en die gewoon in een huis woont, zegt ze.

Maar Magic Area blijft aan Shiva trekken. Hij deelt daar een kamer met een vriend die bij de gemeente werkt. Regelmatig bezoekt hij zijn moeder, maar Mumbra vindt hij niets aan. Zijn moeder begrijpt dat wel. „Hij is nog jong” ,zegt ze. „Hij is druk met zijn werk. Ik ben trots op hem". Eerder al, aan het strand bij Magic Area, had Shiva gezegd trots te zijn op haar. „ Zij geeft ons de kans er iets van te maken".

    • Wim Brummelman