Japan wordt ongeduldig over beloofde 'change'

Yukio Hatoyama wil de conservatieve erfenis in Japan doorbreken. Zijn revolutie stuit op een boel horden. Ook hij heeft last van tekorten en affaires

Yukio Hatoyama presenteerde de Japanners deze week een begroting met een duizelingwekkend tekort. Hij deed wat dat betreft niet onder voor zijn voorgangers van de conservatieve Liberale Democratische Partij, die het land meer dan vijftig jaar vrijwel onafgebroken hadden geregeerd.

Hatoyama had zijn land juist een revolutie in het vooruitzicht gesteld, nadat hij in augustus de verkiezingen had gewonnen. Hij wilde afrekenen met de erfenis van de LDP. Weg met de macht van de bureaucraten, weg met onnodige miljardeninvesteringen in bruggen, wegen en vliegvelden waarmee de LDP haar zakelijke achterban decennialang paaide. En in de buitenlandse politieke wilde de sociaal-liberaal Hatoyama Japan een zelfbewustere rol geven, minder dociel ten opzichte van de Verenigde Staten en meer gericht op Azië.

Hatoyama genoot de eerste maanden het volste vertrouwen van de 127 miljoen Japanners die uitgekeken waren op de LDP en hunkerden naar nieuw elan om uit de economische crisis te komen.

Nu de eerste honderd dagen van Hatoyama voorbij zijn, begint het electoraat ongeduldig te worden en ebt de aanhankelijkheid weg. Volgens peilingen van het gezaghebbende dagblad Asahi Shimbun neemt de twijfel over zijn leiderschap toe.

Het negatieve sentiment wordt gevoed door zaken die slecht zijn voor het imago: de affaire rondom zijn politieke steunfonds waarin overledenen als donateurs werden opgevoerd terwijl zijn puissant rijke moeder Yasuko heimelijk een van de gulle gevers was. Twee voormalige medewerkers zijn voor de illegale financieringsconstructies aangeklaagd en Hatoyama heeft het volk vorige week excuses aangeboden. Hoewel onregelmatigheden met politieke donaties een hardnekkig onderdeel van de Japanse politieke cultuur zijn, kleeft de affaire de nieuwe leider aan, juist omdat hij af wil van de vriendjespolitiek en informele machtsstructuren. Ook revisie van verkiezingsbeloften doet hem geen goed, zoals afschaffing van belasting op brandstof en getreuzel over kindertoelage die eerst afhankelijk van het inkomen zou worden en nu weer niet.

Lakmoesproef voor Hatoyama’s leiderschap is de kwestie-Okinawa: de verplaatsing van Amerikaanse troepen, inclusief helikopters, naar een minder dichtbevolkte plek op dit eiland. De nieuwe regering stelt een beslissing over de verhuizing, waarover Japan en de VS in 2005 al een akkoord had bereikt, uit tot 2011 terwijl de Amerikanen dit jaar nog duidelijkheid wilden. Okinawa kan zich ontwikkelen tot een kwestie die de bilaterale relatie tussen de twee bondgenoten verstoort. De VS hebben argwaan over de politieke agenda van Hatoyama die zich nadrukkelijk oriënteert op Aziatische partners als China, Zuid-Korea en India.

De premier heeft het probleem Okinawa voor zich uit geschoven, ook om interne problemen in zijn coalitie te vermijden. Hatoyama’s Democratische Partij van Japan, die een overweldigende meerderheid in het Lagerhuis heeft, regeert met twee kleinere partijen. Daarvan is de pacifistische Sociaal Democratische Partij tegen ‘interne’ verhuizing van de Amerikanen op Okinawa. Hatoyama heeft de steun van de kleine bondgenoten nodig omdat hij in het Hogerhuis, de Japanse Eerste Kamer, anders geen meerderheid heeft. En dat blijft in elk geval zo tot juli wanneer er verkiezingen voor het Hogerhuis zijn.

Hatoyama heeft nog een half jaar de tijd om de keizers duidelijk te maken dat ‘change’ geen loze belofte is geweest. Op sociaal-economisch gebied heeft hij wel iets van zijn aangekondigde omwenteling waargemaakt. Zijn regering schrapte tal van verspillende projecten en deed dat, en dat is nieuw in Japan, na openbare hoorzittingen in een gymzaal in Tokio waar bureaucraten en politici zich moesten verantwoorden voor de projecten die zij hadden opgezet. In de begroting die de regering vlak voor Kerst aannam, zijn de investeringen in dammen en andere infrastructuur met 18 procent lager dan in het lopende boekjaar.

De miljarden gaan voor een deel naar gezinnen, die een maandelijkse kindertoelage krijgen van 13.000 yen (bijna 100 euro), sociale hulpprogramma’s en onderwijs. Maatregelen „om het leven van de mensen te beschermen”, zei Hatoyama, die de burger centraal stelt in plaats van de industrie zoals de LDP deed. Maar de nieuwe regering schiet met de steunoperatie, bedoeld om de consumptie en dus de economie aan te zwengelen en het probleem van de vergrijzing aan te pakken, weer door naar het andere uiterste. Mede door de sociale uitgaven vertoont de begroting recorduitgaven van 92.290 miljard yen (700 miljard euro) en de staatsschuld loopt op tot 200 procent van het bnp, een record in de moderne geïndustrialiseerde wereld. Met het mega-tekort is Japan nog niet het ‘normale’ land geworden dat Hatoyama voor ogen staat.

    • Harry Meijer