Geitenhouder bij rechter om ruiming te voorkomen

De eerste geitenhouder wiens geiten binnenkort zullen worden gedood, stond vandaag voor de rechter om ruiming te voorkomen. „Nergens kreeg ik gehoor. Ze veegden mijn bezwaren van tafel”, zegt geitenhouder Jansen uit het Drentse Hoogersmilde voor de zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in Den Haag. De uitspraak zal volgens Jansen het verschil maken tussen faillissement of voortzetting van het bedrijf.

De gang naar de rechter wordt nu ook overwogen door de Nederlandse Geitenhouders Vakbond (NGHV). Deze bond is onlangs opgericht uit groeiende ontevredenheid onder geitenhouders, die tot dusver slechts zijn verenigd in een aparte vakgroep binnen de Land- en Tuinbouw Organisatie.

Het besluit om 950 drachtige geiten van Jansen te doden is gebaseerd op „een puur bureaucratische redenering” en is daarom „misdadig”, zegt advocaat Johan van Groningen tijdens de zitting. „Dat gaat wel wat ver”, constateert de rechter onmiddellijk. „Toch blijf ik daarbij”, riposteert Van Groningen. „Het ministerie houdt geen rekening met de unieke omstandigheden van het bedrijf.”

Jansen heeft een bedrijf met 1200 melkgeiten waar bij de controle van de melk sporen van besmetting met Q-koorts zijn gevonden. Geen van deze melkgeiten zal echter worden gedood. De dieren die worden gedood zijn 200 drachtige fokgeiten op hetzelfde bedrijf (die dus nog nooit melk hebben geleverd) én 750 drachtige geiten van Jansen die op een ander bedrijf staan op 1,5 kilometer afstand. Jansen heeft de opfok van deze geiten uitbesteed en de dieren zijn nog nooit op het eigen, besmette bedrijf van Jansen geweest. „Als Jansen de dieren had verkocht om ze later terug te kopen, zouden ze blijven leven”, zegt Van Groningen, want er is bij die 750 dieren geen Q-koorts vastgesteld. „Dus puur om formele eigendomsredenen moeten die dieren dood.”

„Deze maatregelen zijn nodig wegens de ernstige gevolgen voor de volksgezondheid”, stelt landsadvocaat Daalder. „We kijken op bedrijfsniveau naar besmetting en als die voorkomt, moet het hele bedrijf worden geruimd. Ook op de tweede locatie van het bedrijf is kans op besmetting want er kan beweging van dieren tussen de twee locaties zijn geweest. Daar is geen controle op.”

    • Hans van der Lugt