En intussen zitten we in Afghanistan

Dat iemand explosieven een vliegtuig in kan smokkelen, is al problematisch genoeg. Maar erger is het feit dat de vijand niet daar zit waar het Westen aan het vechten is, aldus Eugene Robinson.

Het eerste oordeel van de Amerikaanse minister van binnenlandse veiligheid Janet Napolitano over de vliegtuigaanslag op Eerste Kerstdag – dat „het systeem had gewerkt” – was een flater van jewelste, die alleen nog enigszins werd goedgemaakt doordat ze haar uitspraak vlug terugnam.

Een systeem dat een man (die door zijn eigen bezorgde vader bij de Amerikaanse autoriteiten als potentiële bedreiging is aangemeld) toelaat op een vlucht van Amsterdam naar Detroit met krachtige explosieven in zijn ondergoed genaaid? Een systeem dat die man zijn bom tot ontploffing laat brengen als het vliegtuig zich op de landing voorbereidt? Een systeem dat afhankelijk is van een jonge, atletische passagier die in de buurt zit? Een systeem dat erop rekent dat deze toevallige held snel genoeg reageert om de plannen van de terrorist te verijdelen?

Als het systeem zo werkt, hebben we een nieuw systeem nodig.

Begrijp me niet verkeerd. Ik verwijt de regering-Obama niet de vermeende terreuraanslag van Umar Farouk Abdulmutallab, en het zou geen pas geven als iemand het voorval voor politiek gewin zou proberen aan te wenden. Het Witte Huis valt alleen te verwijten dat het niet meteen ruiterlijk erkent wat overduidelijk is: we hebben een probleem. We hebben zelfs twee problemen.

Het eerste is dat het voorval op ernstige gebreken duidt in het ‘systeem’ dat Napolitano en anderen zo snel verdedigden. Niemand kan op het ogenblik betwijfelen dat de burgerluchtvaart nog altijd een belangrijk doelwit is van Al-Qaeda en verwante groeperingen en navolgers. De meesten van ons hebben de indruk dat we door op het vliegveld onze schoenen uit te trekken en ons te beperken tot die monstertubetjes tandpasta, scheerschuim en lotion, genoeg doen om een veilige vlucht te waarborgen. Dit gold niet voor de passagiers op vlucht 253 van Northwest Airlines naar Detroit.

Een van de oplossingen – duur en belastend, maar wel doeltreffend – zou zijn om op vliegvelden het gebruik van nieuwe onderzoekstechnieken verplicht te stellen. Ofwel een bodyscanner, die een veel gedetailleerder beeld geeft dan een gewone metaaldetector, ofwel een ‘snuffelapparaat’, dat chemische sporen analyseert, zou de explosieven die Abdulmutallab naar verluidt bij zich droeg vermoedelijk hebben ontdekt.

Maar in dit geval lijkt het systeem al te hebben gehaperd ruim voordat Abdulmutallab op Schiphol aankwam. Abdulmutallabs vader, de rijke Nigeriaanse bankier Alhaji Umaru Mutallab, had de Amerikaanse en Nigeriaanse autoriteiten voor de groeiende radicalisering van zijn zoon gewaarschuwd. Op grond van deze informatie hebben Amerikaanse ambtenaren de naam van Abdulmutallab bij nog 550.000 andere namen in een database opgenomen, zonder dat dit tot intrekking van zijn visum leidde, en zonder dat het hem ervan weerhield in te stappen in een vliegtuig naar Detroit.

Het is voor iemand uit de Derde Wereld een beproeving om een visum voor de VS te verkrijgen. We wijzen nu al massa’s mensen af. Het zal geen geringe taak zijn, maar het systeem moet zo worden omgebouwd dat het de juiste mensen binnenlaat en de gevaarlijke mensen buitenhoudt.

Toen Abdulmutallab zijn schoot in brand stak, was er geen luchtbeveiliging aan boord om in te grijpen. Ik besef dat het niet mogelijk is om op elke vlucht een gewapende escorte mee te sturen. Maar welke rekensom ambtenaren ook gebruiken om te bepalen welke vluchten federale beveiliging krijgen, de rekensom is duidelijk aan verbetering toe.

Het tweede probleem waarvoor we staan is veel groter, en een echte oplossing is nog niet in zicht. Volgens de berichten over de verklaringen van Abdulmutallab tegenover de autoriteiten na zijn arrestatie, beweert hij de bom – en de instructie hoe en wanneer die te gebruiken – te hebben gekregen van Al-Qaeda-agenten in Jemen. Zoals al meermaals opgemerkt, neemt Jemen in de expansieplannen van Al-Qaeda een voorname plaats in. Het verhaal van Abdulmutallab duidt ter plaatse op een infrastructuur voor indoctrinatie, training en vervaardiging van bommen, en doet vermoeden dat deze ambitieuze jonge tak van Al-Qaeda zelfbewust genoeg is om een aanval op de VS te lanceren.

De vijand ziet zijn toekomst blijkbaar in landen als Jemen – of misschien Somalië, waar de militante fundamentalistische islam in opmars is. De leiding van de vijand schijnt zich veilig schuil te houden in afgelegen delen van Pakistan, buiten bereik van de regering. Maar het duurt niet lang meer of de Verenigde Staten hebben zo’n 100.000 man op schimmenjacht in Afghanistan, waar de aanwezigheid van Al-Qaeda inmiddels minimaal is.

Ik begrijp en onderschrijf de angst dat een nieuwe machtsgreep van de Talibaan Al-Qaeda weleens zou kunnen uitnodigen zijn tenten weer in Afghanistan op te slaan. Maar ik kan me niet onttrekken aan het onbehaaglijke gevoel dat wij de vorige oorlog voeren, terwijl de vijand al de volgende voert.

Eugene Robinson is een Amerikaanse columnist, werkzaam voor de Washington Post.

    • Eugene Robinson Isamerikaanse Columnist
    • Werkzaam voor de Washington Post