Eenzame schaatser troeft in Thialf miljoenenploegen af

Stayer Arjen van der Kieft (24) mag naar Vancouver. Zijn schaatsleven ziet er compleet anders uit dan dat van de leden van de grote merkenteams. „Ik ben mijn eigen manager.”

Heerenveen Bob de jong wint de 10.000 voor arjan vd kieft en carl verheijen foto eric brinkhorstHeerenveen Bob de jong wint de 10.000 voor arjan vd kieft en carl verheijen foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Zonder coach, fysiotherapeut, manager of wat voor begeleider dan ook had hij zich vorige week in Erfurt voorbereid op het olympisch kwalificatietoernooi in Thialf. Zo gaat dat bij schaatsers die het warme bad van een commerciële ploeg ontberen.

Arjen van der Kieft weet niet beter. Hij doet alles alleen, al vier jaar. Overnachten doet hij meestal in ‘Hotel Papa en Mama’ in zijn geboortedorp Zwanenburg, letterlijk onder de rook van Schiphol, omdat dat nu eenmaal het goedkoopste is. Zijn ouders waren altijd al zijn grootste sponsors, zei hij gisteravond in Heerenveen.

Maar kort daarvoor had Van der Kieft (24) op het ijs van Thialf met een fenomenale tien kilometer (13.02,99) aangetoond dat een schaatser geen miljoenenploeg nodig heeft om de Winterspelen te halen. Het contrast tussen hem en zijn belangrijkste slachtoffers, Carl Verheijen en Wouter Olde Heuvel van de naar schaatsmaatstaven rijke TVM-formatie, kon gisteren niet pijnlijker worden uitgedrukt. „Ik ben in het verleden nog wel eens op een rondje gereden door Carl”, zei de aanstaande olympiër stralend.

Even schrijnend was dat de achtergrond van de winnaar van de selectiewedstrijd, die van Bob de Jong, opvallende gelijkenis vertoont met die van Van der Kieft. De olympisch kampioen zat na ‘Turijn’ (2006) zelfs zonder ploeg en week uit naar Berlijn, waar hij in relatieve eenzaamheid zocht naar een passend vervolg op zijn carrière. Met zijn tien kilometer van gisteren (12.53,63), een persoonlijk record en de tweede tijd ooit in Thialf gereden, bewees ook hij nog eens dat solisten niet hoeven onder te doen voor kapitaalkrachtige collega’s. Op de langste afstand is hij de grootste concurrent van Sven Kramer, die na de ontmaskering van TVM opmerkelijk genoeg als enige ploeglid bij de mannen zeker is van een instapkaart met eindbestemming Vancouver. Die score is een ramp voor het negenkoppige team dat beschikt over drie schaatstrainers, een krachttrainer, een sportpsycholoog, een inspanningsfysioloog, een voedingsdeskundige, een medische staf en een eigen tv-ploeg.

Arjen van der Kieft („Ik ben mijn eigen manager”) kan daar slechts van dromen. Net als De Jong koos hij voor de ‘Duitslandroute’. In het voorjaar van 2008 werd hij benaderd door Gianni Romme, die voor de trainingsgroep rond Anni Friesinger op zoek was naar ongebonden talenten met toekomst. Sindsdien traint Van der Kieft op los-vaste basis met ‘Gianni en Anni’. Fietsen op Lanzarote, trainen op de boerderij van Ids Postma, echtgenoot van Friesinger. Maar meestal is hij alleen, reist hij alleen, traint hij alleen. Zijn trainer, Romme, zag hij voor het laatst in november, in Hamar. Wedstrijdtactieken en rondetijden doktert hij zelf uit. Wel heeft hij ondertussen zijn studie ‘Engineering, Design and Innovation’ moeten onderbreken.

Jac Orie, trainer van de uiterst succesvolle Controlploeg, vertelde gisteren in Thialf dat zijn schaatsers tientallen keren per jaar worden getest, op tal van fysieke aspecten. „Testen?”, herhaalde Van der Kieft, alsof het een vies woord was. Het is allemaal niet voor hem weggelegd. Hij schaatst gewoon, al is het „soms wel eenzaam”. En een coach die hem dagelijks ziet op het ijs vindt hij eigenlijk onontbeerlijk. „Er sluipen vaak kleine fouten in je techniek die je zelf niet ziet.” Toch schaatste hij gisteren harder dan Gianni Romme ooit deed op een tien kilometer.

Veel keuze heeft Van der Kieft ook niet, want ploegen als TVM en Control hadden geen interesse. „Geen idee waarom niet”, zegt hij. Wel keek hij altijd op tegen de commerciële ploegen, om de middelen waarover ze beschikken. „Misschien kijken zij nu tegen mij op, omdat het ook alleen kan. Dit is de beloning voor al die arbeid.”

Hij kon gisteren nauwelijks geloven dat hij zich had geplaatst voor de Spelen. Een groot toernooi, zoals een WK afstanden, reed hij nog nooit. En straks, op 23 februari, start hij in Vancouver, met De Jong en Kramer, op de tien kilometer. „Ongelooflijk. Jarenlang heb ik tegen de top aangehikt. Nu heb ik ineens de hoofdprijs.”

Het sprookje van Van der Kieft begon natuurlijk al eerder, maar openbaarde zich ruim een maand geleden, in Hamar, plotseling aan de rest van de schaatswereld. Terwijl het Noorse provinciestadje langzaam ontwaakte op een donkere zondagochtend zorgde de goedlachse sportman voor een daverende verrassing door in de B-groep het baanrecord van het Vikingskipet te verbeteren. Daarmee was hij beduidend sneller dan rijders als Verheijen, Olde Heuvel en zelfs Håvard Bøkko, en scoorde hij zijn olympische kwalificatie. „Na Hamar wist ik dat ik nog winst kon halen. Dat blijkt nu. Ik wil me ook in Vancouver verbeteren. En dan richting het podium.”

Bekijk een reactie van Van der Kieft op nrc.nl/sport

    • Rob Schoof