De plaatselijke politicus kent iedere stoeptegel

De onafhankelijke lokale partijen hebben samen meer gemeenteraadszetels dan het CDA.

Voor de komende verkiezingen in maart 2010 lijkt de ‘lokalo’ weer op meer winst te kunnen rekenen.

Piet is 50 jaar en dacht er nooit over om actief te worden in de politiek. Liever deed hij waar hij echt goed in was, vlees verkopen in zijn slagerswinkel. Maar Piet werd boos. Boos op de politiek die niets deed tegen de vandalen die regelmatig de ruiten van zijn winkel insloegen. Zo boos, dat hij uiteindelijk de stap zette: hij stelde zich verkiesbaar voor een lokale lijst. Nu zit hij al jaren als betrokken politicus in de gemeenteraad. En hij is niet de enige.

Piet bestaat niet, maar is een voorbeeld van een ‘lokalo’, de plaatselijke politicus die iedere stoeptegel kent, authentiek boos is en in Nederland een opmars heeft gemaakt. Sinds 1994 behalen de onafhankelijke lokale partijen gezamenlijk tussen de 25 en 30 procent van de Nederlandse raadszetels. Daarmee blijven de lokale partijen het CDA voor, dat sinds dat jaar gemiddeld 23 procent scoort.

De blijvende populariteit van lokale lijsten sinds 1994 is vooral te danken aan hun sterke groei in steden boven de rivieren. Lokale partijen waren traditiegetrouw al sterk in zuidelijke plattelandsgemeenten, waar tot een paar decennia terug landelijke partijen niet eens deelnamen aan de raadsverkiezingen.

Sinds het begin van de jaren 90 zorgden partijen als Leefbaar Hilversum en Leefbaar Utrecht voor een ‘landelijke’ doorbraak. Een rondgang langs betrokkenen en politicologen levert een drietal verklaringen op voor het groeiende succes. Ten eerste speelt volgens hoogleraar bestuurskunde Arnold Korsten de emancipatie van de kiezer een grote rol. „Het definitieve einde van de ontzuiling heeft ervoor gezorgd dat kiezers niet meer automatisch achter de leiders van de traditionele partijen aanlopen”, aldus Korsten. „Ze zijn gaan zweven.”

Een tweede verklaring, volgens hoogleraar politicologie André Krouwel, is dat de gemeenteraadsverkiezingen „meer dan ooit” over lokale thema’s als rotondes en parkeerplaatsen gaan. „Daar ondervinden lokale partijen voordeel van.”

De belangrijkste verklaring voor het succes vindt Krouwel echter de toegenomen onvrede over de politieke elite. In navolging van Pim Fortuyn, die in 2002 een eclatante verkiezingsoverwinning boekte met Leefbaar Rotterdam, zijn lokale lijsten meer en meer gaan inspelen op het wantrouwen in de richting van de traditionele partijen. „Veel lokale partijen zetten zich af tegen de landelijke partijen die in hun ogen het gemeentehuis hebben ingenomen. Dat moet zwaarbewapend worden terugveroverd”, aldus Krouwel.

Marco Pastors, destijds vertrouweling van Fortuyn en nu politiek leider van Leefbaar Rotterdam, herkent dat. „De gevestigde orde wilde de problemen niet horen. Echt leiderschap en een gevoel van urgentie ontbraken.” Leefbaar Rotterdam was daar volgens hem een reactie op. Zeker is dat de historische verkiezingsoverwinning van Fortuyn en zijn Rotterdamse partij voor de landelijke partijen als een onprettige verrassing kwam. Tekenend waren de chagrijnige gezichten van Ad Melkert (PvdA) en Hans Dijkstal (VVD) in het lijsttrekkersdebat op de avond van de verkiezingen. Dijkstal dacht dat er zo laat op de avond niemand meer keek en dat er met het oog op de landelijke verkiezingen in mei niets aan de hand was. In werkelijkheid was de Fortuynrevolte begonnen en Leefbaar Rotterdam stapte in het college.

Niet iedere lokale lijst verging het sindsdien zo goed als Leefbaar Rotterdam, maar hun invloed is aanzienlijk. Onafhankelijke lokale partijen, volgens de website lokalos.nl van de Stichting Burgerparticipatie 719 in totaal, nemen deel aan 52 procent van de Nederlandse colleges en leveren 18 procent van alle wethouders. Dat is behoorlijk wat, maar toch niet heel veel, vindt Peter Castenmiller, lector aan de BAZN, de bestuursacademie in Tilburg. „Gemiddeld 60 procent van de wethoudersposten wordt door CDA, PvdA en VVD bezet. Daar zit nog altijd de meeste macht.” Als lokale lijsten wel meebesturen moeten hun wethouders opmerkelijk vaak vroegtijdig vertrekken. Uit een jaarlijks terugkerend onderzoek van het ambtenarenblad Binnenlands Bestuur, blijkt dat een politiek conflict hiervan meestal de oorzaak is.

Jan Nagel, oprichter van Leefbaar Hilversum, weet wel hoe dat komt. „Als een nieuwe lokale partij succesvol is, wordt hij eerst buiten de deur gehouden. De landelijke partijen zien de winst van lokale lijsten als ‘diefstal’ van hun zetels.” Ook Marco Pastors zoekt het in de „arrogantie” van de traditionele partijen. „De gevestigde orde probeert binnendringers weer uit het systeem te krijgen, want stel je voor dat we succes hebben.” Castenmiller denkt dat de drempel voor het wegsturen van een wethouder van een lokale lijst lager ligt omdat lokale lijsten vaak de kleinste partij zijn in een college. Arno Korsten denkt dat ook een gebrek aan ervaring meespeelt.

Politicologen zien kansen voor de lokale lijsten tijdens de komende verkiezingen. Ze noemen de aanhoudende malaise bij de bestuurderspartijen en het feit dat landelijke partijen als de PVV en TON, die op hetzelfde sentiment als veel lokale partijen inspelen, in weinig gemeenten op de lijst staan. Korsten durft zich niet aan een voorspelling te wagen, maar Castenmiller en Krouwel gaan ervan uit dat de lokale lijsten zich handhaven of winst boeken. Leefbaar Rotterdam-voorman Marco Pastors voorspelt zelfs dat de lokale partijen een nieuw record gaan breken. „De traditionele partijen hebben te weinig geleerd van de signalen van de kiezer.”