Broze economie

Na de rampjaren 2008 en 2009 gaat de wereldeconomie met een gematigd optimisme het nieuwe jaar in. Sinds het derde kwartaal vertoont de economie een voorzichtige lijn omhoog en de hoop is dat die trend doorzet. Consumenten vertrouwen meer op de toekomst, de industrie lijkt haar zwaarste tijd achter de rug te hebben. De werkloosheid is fors gestegen, maar niet zo sterk als gevreesd. En de beurzen staan rond het hoogste punt van de afgelopen anderhalf jaar.

Zijn de financiële crisis en de scherpe economische recessie achteraf een boze droom geweest, die bij het ontwaken blijkt mee te vallen? Nee. De schade is zeer groot, ook al lijkt dat op het eerste gezicht niet zo. Niet vergeten moet worden met welke paardenmiddelen de potentiële ramp is afgewend. De financiële sector wordt nog steeds gesteund met honderden miljarden euro’s en dollars en zal nog veel meer aan slechte leningen en bezittingen moeten afschrijven. Overheden hebben hun tekorten laten oplopen en hebben in veel landen de economie ook actief gesteund. Centrale banken hebben wereldwijd hun rentes verlaagd tot tussen de 0 en 1 procent en hebben de financiële sector overspoeld met geld om het vastgelopen mechaniek van de financiële handel vlot te trekken.

Vrijwel al deze maatregelen waren terecht, al was het maar omdat het alternatief ondenkbaar was. Maar aan de vooravond van 2010 loopt de wereldeconomie wel op economische en monetaire steroïden. Het economisch herstel is daar grotendeels aan te danken, en betwijfeld mag worden of dat doorzet als de maatregelen zouden worden ingetrokken.

Tegelijkertijd zijn alle ingrepen noodzakelijkerwijs tijdelijk: banken kunnen niet blijvend worden gesteund met gemeenschapsgeld, het zeer ruime monetaire beleid loopt het gevaar inflatie in de hand te werken of te leiden tot het ontstaan van nieuwe zeepbellen waarvan het knappen een nog grotere ramp zou betekenen. En de overheidsfinanciën liggen overal volledig uit het lood. Begrotingstekorten van tussen de 5 en 10 procent zijn niet lang vol te houden. De staatsschulden lopen op en worden moeilijker te financieren.

Het komende jaar zullen overheden deze steun en stimulering zeer voorzichtig terugtrekken, terwijl het economisch herstel daar eigenlijk nog te broos voor is. Dat vereist een intensieve coördinatie.

Allereerst tussen de monetaire autoriteiten en de regeringen, die voor een complex samenspel staan. Het normaliseren van de rentes en monetaire stimulering enerzijds en het op orde brengen van de begroting anderzijds zijn van grote onderlinge invloed op elkaar. En wanneer internationale coördinatie ontbreekt, kan dat leiden tot onrust op bijvoorbeeld de valutamarkten.

De gemeenschappelijkheid waarmee de crisis internationaal te lijf is gegaan, lijkt voorbeeldig, maar was grotendeels toeval: iedereen deed tegelijk wat binnenslands nodig was. Dat leverde een schijn van coördinatie op. Pas nu de maatregelen moeten worden teruggetrokken, volgt de werkelijke test voor de internationale economische samenwerking.