Bloedeloos gelijkspel versus winterfolklore

Welk evenement is groter? De naderende Winterspelen of het WK voetbal, deze zomer?

„Vancouver kan de sportliefhebber meer bieden.”

Moet het een cijferstrijd worden? Dat kan. Het zou de argumenten om de Olympische Winterspelen groter te verklaren dan het WK voetbal alleen maar versterken. Maar getallen blijven ook relatief, aan verschuiving onderhevig en kunnen zomaar een vertekende werkelijkheid weergeven. Bij een vergelijkend warenonderzoek als dit telt ook het gevoel. En dan is elke discussie bij voorbaat zinloos.

Het is heel gemakkelijk een toernooi van 62 wedstrijden uit te smeren over vier weken. Dan kom je wel aan de grote getallen. Het is vele malen knapper 64 medaillewedstrijden – voorronden niet eens meegerekend – in twee weken te proppen. Bovendien kom je als sportliefhebber meer aan je trekken, want bij de Winterspelen is de variëteit aan sporten nu eenmaal groter. Voetbal heeft ook zijn charme, maar het blijft koekeloeren naar 22 mannen in een korte broek die steeds hetzelfde kunstje opvoeren. De dynamiek van het ijshockeyen, skiën, bobsleeën, kunstrijden, langlaufen of snowboarden zullen we missen in Zuid-Afrika.

En dat bedoel ik met gevoel. Die afwisseling van sporten prikkelt voortdurend de zintuigen van de ware sportliefhebber. Bij voetbal is dat altijd maar afwachten; op een WK zeker bij de groepsduels – over de knock-outfase is minder te klagen. Ga je zitten voor een op papier interessante wedstrijd, wordt het een bloedeloze 0-0. Bovendien is de macht van het grote geld nooit ver weg bij voetbal. Natuurlijk, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) is evenmin vies van een paar miljard winst, maar de sporters ervaren Olympische Spelen als het summum van sportgenot. Voor het harde bewijs zou een gevoelsmeter uitgevonden moeten worden, maar het is geen boude bewering dat olympisch goud bij winnaars gemiddeld meer emoties losmaakt dan de wereldtitel voetbal. Wie herinnert zich niet de beelden van Marianne Timmer in Nagano en Turijn of de huilende Japanse schansspringers in Nagano?

Het zou flauw zijn de grootsheid van de Winterspelen te baseren op het aantal deelnemers. Dan steekt het WK voetbal met 736 spelers wel heel schril af bij de 5.500 sporters die naar Vancouver reizen. Maar de Winterspelen zijn simpelweg fascinerender of voetballiefhebbers dat nu leuk vinden of niet. Zij koketteren graag met de grote belangstelling voor voetbal en zetten andere sporten graag weg als onbeduidend. Ook te gemakkelijk.

De realiteit is dat bij alpineskiën de spanning van snelheid en verschillen met duizendsten van seconden blijft boeien, om maar niet te spreken van de intrigerende combinatie van skilopen en schieten bij biatlon. En dan heb ik het nog niet over durf van schansspringers, de elegantie van kunstschaatssters, het spektakel bij shorttrack of de opwinding bij het stoere ijshockey. Daar kan een sliding, bloktackle of intikkertje niet tegenop. Hooguit de wondergoal van Marco van Basten op het Europees kampioenschap van 1988 of de ‘hand van god’ van Diego Maradona op het WK van 1986, maar dat zijn de uitzonderingen. Bij de Winterspelen is het elke dag feest.

    • Henk Stouwdam