Zwangerschap is een ziekte

Te lang doorwerken, ongezond leven. Vrouwen weten te weinig over de risico’s van hun gedrag bij zwangerschappen. Er gaan elk jaar onnodig veel baby’s dood.

Nederland, Veldhoven, 25-6-2008, In het Maxima Medisch Centrum MMC wordt geoefend met een levensechte pop door inzet van ‘virtual reality’-technieken. Realistische simulatie van een moeilijke bevalling. Verloskundigen kunnen oefenen/trainen op een bevalling van een kunstbaby met behulp van een tang. Foto: Bram Saeys Bram Saeys/Hollandse Hoogte

„Nederland heeft alles rond de zwangerschap een beetje verwaarloosd”, zegt voorzitter Koos van der Velden van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte. De zorg moet zwangere vrouwen beter bereiken, zegt hij, en vrouwen moeten hun zwangerschap serieuzer nemen. „Als maatschappij moeten we er meer bovenop zitten. Weg met de vrijblijvendheid!”

Oorzaak voor de lakse houding is volgens Ellen Everhardt van gynaecologenvereniging NVOG en lid van de stuurgroep, dat zwangerschap nooit is gezien als ziekte. „Maar daarmee lopen we achter de feiten aan. In Nederland hebben we de mentaliteit dat het niet zo’n vaart loopt. Maar als een vrouw tijdens de zwangerschap plotseling niets meer voelt in haar buik, moet je ingrijpen. Zorgverleners moeten beter de hartslag van de baby in de gaten houden.”

Veel mensen schrokken vorig jaar van een rapport waaruit bleek dat in Nederland de babysterfte, op Letland en Frankrijk na, het hoogst bleek. Ongeveer 1.600 baby’s overlijden jaarlijks. Een kwart van deze sterfgevallen is vermijdbaar. Die 400 sterfgevallen zijn te voorkomen door een betere zorg en meer alertheid.

Ander onderzoek wees uit dat er ’s avonds, ’s nachts en in weekenden in ziekenhuizen zwangere vrouwen vaak niet of te laat geholpen konden worden als een thuisbevalling toch dreigde mis te gaan. Ook krijgen vrouwen tijdens hun zwangerschap vaak maar een paar uur verloskundige hulp.

De stuurgroep wil dat een gynaecoloog, verloskundige of kraamhulp na de eerste ontsluiting (gemiddeld acht uur voor de bevalling) permanent aanwezig is, en dringt aan op meer en eerdere controle op zwangere vrouwen. De coördinerende casemanager, meestal een verloskundige, brengt vooraf en achteraf huisbezoeken om te kijken wat de medische risico’s zijn en of de omstandigheden voor een bevalling goed zijn. Als een vrouw niet meer komt opdagen bij de regelmatige bezoeken aan de verloskundige, wordt ze in de toekomst gebeld door die casemanager, is het plan van de stuurgroep. Nu kan de vrouw zonder gevolgen niets meer van zich laten horen.

De babysterfte bij allochtonen is een stuk hoger, omdat het vaker gaat om gebroken gezinnen, slechte huisvesting, ongewenste zwangerschappen of veel geweld in het gezin. Van der Velden: „Ik was laatst bij een gezin waarvan de vrouw zwanger was en ik dacht: tjongejonge, dit is Derde Wereld.” Hij wil dat ze in een rustige omgeving kunnen bevallen. Daarom zouden er overal geboortecentra moeten komen: huiskamerachtige ruimtes vlakbij ziekenhuizen. Om de animo hiervoor niet de kop in te drukken, wil de stuurgroep dat minister Klink de eigen financiële bijdrage die ze voor deze geboortecentra moeten betalen, schrappen.

Vrouwen in Nederland weten ook te weinig over zwangerschap en kinderen krijgen, zegt Jos Becker Hoff van de verloskundigenvereniging KNOV: „Vrouwen zien veel minder dan vroeger hoe zo’n zwangerschap gaat, want er worden minder kinderen geboren en later. Daardoor wordt er minder ervaring overgedragen van moeder naar aanstaande moeder.” Bovendien wijst de stuurgroep op de vaak tegenstrijdige en onjuiste informatie op internet.

Als vrouwen zich beter informeren, weten ze wat de risico’s zijn van hun gedrag. Te lang doorwerken en ongezond leven verhogen de babysterfte. Lang niet alle vrouwen slikken foliumzuur, dat de kans op een open ruggetje bij de baby moet verminderen. Ook blijven veel vrouwen tijdens de zwangerschap roken en drinken, veel meer dan in andere Europese landen. „Ik was laatst aan het overleggen met een vrouw omdat haar baby door het roken minder zuurstof kreeg in de baarmoeder”, zegt Van der Velden. „Midden in dat gesprek zei ze dat ze er straks verder over wilde praten, want ze moest buiten een sigaret opsteken.”

De stuurgroep doet geen morele uitspraken. Wel zou ze een discussie verwelkomen over het hoge aantal ivf-behandelingen, het krijgen van kinderen bij psychiatrische patiënten en het steeds latere moment waarop vrouwen zwanger worden. Becker Hoff: „Vrouwen willen eerst veel reizen en nog een carrière maken. Dat is wel een punt. Kinderen krijgen is niet iets wat je erbij doet.”

    • Frits Baltesen