Thatchers furie: een dikke 'no' in de kantlijn

Diplomatieke aanvaringen, bonje met haar eigen ministers en schampere kanttekeningen – de documenten die het Britse Nationaal Archief gisteren na dertig jaar vrijgaf, geven een onthullend inkijkje in de begintijd van de eerste vrouwelijke premier van het Verenigd Koninkrijk, Margaret Thatcher.

„Keer op keer getuigen haar handgeschreven notities in de kantlijn van de stukken op haar ongeduld met de voorzichtige benadering van Whitehall [regeringscentrum, red.] en enkele ‘slappelingen’ in haar eigen kabinet. ‘Dit doen we niet’ duikt regelmatig op, evenals ‘te weinig’ als het om bezuinigingsvoorstellen gaat. Bijna net zo vaak antwoordde ze met haar blauwe viltstift met het enkele woord ‘no’, dik onderstreept”, zo vat dagblad The Guardian ‘Thatchers furie’ vandaag samen.

Diplomatieke ongemakken deden zich al kort na Thatchers aantreden, in mei 1979, voor met Japan, alwaar een internationale topconferentie was gepland. De Japanners wilden de eerste vrouwelijke Britse premier laten escorteren door een veiligheidsgarde van twintig karatevrouwen. Maar Thatcher liet weten dat ze beslist niet van zo’n „uitzonderingsbehandeling” gediend was.

Eind augustus maakte ze zich boos over de Amerikaanse reactie op de aanslag van de IRA waarbij Lord Mountbatten omkwam. President Carter was wel „diep bedroefd”, maar repte met geen woord over terrorisme. Pas later veroordeelde hij organisaties die geweld plegen en riep hij Amerikanen op deze niet te steunen.

Thatcher was ook „erg ongelukkig” dat ze de afgezette, in ballingschap levende sjah van Iran, die „zo’n vastberaden en behulpzame vriend was geweest”, niet naar Engeland kon laten komen vanwege risico’s voor de staf van de ambassade in Teheran. (BBC)