Shari'a beslecht geschillen snel en goedkoop

De shari’a, islamitisch recht met eigen abitrage, staat in Groot-Brittannië in de kinderschoenen. Naast huwelijks- en erfrechtperikelen gaat het steeds vaker om economische geschillen.

Dr Suhaib Hasan (R), Maulana Abu Sayeed (C) and Mr Mufti Barabatullah (L) of the Sharia Council of Britain preside over marital cases at their east London headquarters on February 14, 2008. Rowan Williams, the religious head of the Anglican church, on February 8, 2008 sparked an angry row after saying the adoption of some parts of Islamic sharia law alongside Britain's legal system "seems unavoidable." AFP PHOTO/SHAUN CURRY AFP

Terwijl moslims elders in het gebouw hoorbaar in gebed zijn, zitten een jonge man en vrouw gespannen op kuipstoeltjes te wachten op een gesprek met een lid van de shari’a-rechtbank in de Oost-Londense wijk Leyton.

Na enige minuten ijzig zwijgen roept de man, die er kennelijk een maîtresse op nahoudt: „Ik wil best voor jullie beiden tegelijk zorgen”. Zij barst in tranen uit en belt met haar mobieltje snel een vertrouwenspersoon op, nu eens in rap Engels sprekend, dan weer in het Punjabi. „Hij wil van twee walletjes tegelijk eten”, klaagt ze, nog nasnikkend. Als ze heeft op gehangen, vraagt de man: „Wil je dan liever een scheiding?” Dan wordt het paar binnengeroepen bij een qadi, een islamitische rechtsgeleerde.

Huwelijksproblemen en scheidingszaken horen tot de vaste kost van de Islamitische Shari’a Raad, die het midden houdt tussen een adviesbureau en een rechtbank. Een van de islamitische geleerden, die twee keer per week in Leyton zitting houdt, is Suhaib Hassan, een vriendelijke man met een witte baard en dito gebedsmutsje.

„Als er een probleem is in een relatie, proberen we conform de voorschriften van de Koran eerst de partijen met elkaar te verzoenen”, zegt Hassan, die jarenlang in de Saoedische heilige stad Medina studeerde. „Als dat niet lukt, nemen we een besluit. Zoiets doe ik niet alleen maar dat doen we op maandelijkse zittingen met een panel van islamitische geleerden.”

De Shari’a Raad bestaat al sinds 1982, maar nog altijd schrikken veel Britten als ze met de term shari’a – het islamitisch recht in al zijn facetten – worden geconfronteerd. De aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, ontketende vorig jaar een storm van verontwaardiging, toen hij constateerde dat het onvermijdelijk was dat delen van de shari’a in Groot-Brittannië zouden worden ingevoerd. Het riep bij velen visioenen op van afgehakte handen en stenigingen. Williams was genoodzaakt zich te verontschuldigen.

Ook Hassan en zijn medewerkers beseffen dat de shari’a, hoe dierbaar die hun ook is, in het Westen een beladen begrip is. Bij herhaling drukken zij de bezoekende journalist op het hart de feiten niet te verdraaien en hen niet als bloeddorstige fanatiekelingen af te schilderen. „Ook de meeste moslims hier moeten niets van lijfstraffen hebben”, zegt Furqan Mahmood, die is belast met de beantwoording van vragen aan de Shari'a Raad per email.

In werkelijkheid is de rol van de shari’a-rechtbanken in Groot-Brittannië nog beperkt. Het gaat uitsluitend om civiele zaken. Het strafrecht blijft strikt voorbehouden aan de Britse justitie. Hassan schat dat de Shari’a-raad waartoe hij behoort – de grootste en oudste in het land – in de 27 jaar van haar geschiedenis zo’n 7.000 zaken heeft afgehandeld, gemiddeld ruwweg één per dag. Er zijn inmiddels nog elf andere raden, die actief zijn in Britse steden met grotere moslimgemeenschappen.

De shari’a-rechtbank in Leyton, een rommelige wijk met veel moslims van hoofdzakelijk Pakistaanse afkomst, maakt een nogal geïmproviseerde indruk. Ze zetelde tot dusverre in een naburige woning, maar daar vindt inmiddels een verbouwing plaats. Die kan nog maanden duren en de financiering is nog niet rond. Intussen hebben de medewerkers onderdak gekregen in de Al Tahwid-moskee, een voormalige bioscoop.

Niemand kan gedwongen worden voor een shari’a-rechtbank te verschijnen. Beide zijden moeten het er over eens zijn een bepaalde zaak aan de Shari’a Raad voor te leggen. Een uitspraak is vervolgens echter bindend, tenzij er procedurele fouten zijn gemaakt.

Voor veel moslims zijn de shari’a-rechtbanken aantrekkelijk, omdat ze er geschillen kunnen laten beslechten op een goedkope manier, die bovendien aansluit bij hun eigen cultuur. Naast huwelijksproblemen gaat het vaak om erfrechtzaken,

„Veel moslims kloppen liever bij ons aan”, zegt Hassan. „Het knaagt aan hun geweten als moslims om hun huwelijk bij voorbeeld alleen door een burgerrechter te laten ontbinden.” Bovendien zijn de shari’a-rechtbanken bereid te kijken naar huwelijken, die niet officieel zijn geregistreerd in Groot-Brittannië, maar bij voorbeeld door geestelijken in Pakistan of Somalië zijn bekrachtigd.

Het islamitische huwelijksrecht wijkt aanzienlijk af van het Britse. Het behandelt mannen en vrouwen niet op basis van gelijkheid. Een man heeft altijd het recht om te scheiden. Hassan onderstreept echter dat hij wel een bruidschat aan zijn vrouw moet terugbetalen. Voor vrouwen ligt het ingewikkelder, al kunnen ook die wel degelijk een scheiding verkrijgen via een shari’a-rechtbank.

Eventuele kinderen gaan niet automatisch naar de vrouw, zoals in Groot-Brittannië gebruikelijk is. Volgens islamitisch recht mogen jongens van zeven jaar of ouder zelf kiezen bij welke ouder ze willen blijven. Meisjes die de puberteit al zijn gepasseerd, worden aan de vader toegewezen. Die is er namelijk voor verantwoordelijk hen uit te huwelijken. Die regels spreken veel vrouwen minder aan. „Ze komen voor hun scheiding bij ons maar voor de kwestie van het gezag over de kinderen gaan ze naar de Britse rechter, want ze weten dat ze daar meer kans hebben”, moppert Hassan.

De shari’a-rechtbanken, die maar gedeeltelijk vallen te vergelijken met reguliere Britse rechtbanken, hebben een enigszins informele status. Ze opereren op grond van een wet uit 1996, die hen toestaat arbitrage te bedrijven. Zoals bij voorbeeld ook orthodoxe joden dat al jaren doen via hun zogeheten Beth Din-rechtbanken, een informeel stelsel van rechtbanken onder supervisie van rabbijnen die zich bezig houden met familiekwesties en financiële geschillen tussen particuliere ondernemers. Ook katholieken en anglicanen kennen eigen rechtbanken, die zich echter grotendeels beperken tot interne kerkelijke aangelegenheden.

De shari’a staat in Groot-Brittannië in de kinderschoenen. De juridische procedures zijn nog niet uitgekristalliseerd. Geleerden van de Shari’a Raad overleggen op hun bijeenkomsten in de moskee in Londens Regent’s Park bij voorbeeld nog over de ontwikkeling van beroepsmogelijkheden tegen uitspraken van de raad.

Een groeisector vormt die van de berechting van economische geschillen. Onlangs meldden Britse media dat ook sommige niet-moslims tegenwoordig vaak gebruik maken van een twee jaar geleden opgezet Muslim Arbitration Tribunal om zakelijke geschillen te beslechten. Dat gaat vaak sneller en goedkoper dan via de langzaam draaiende raderen van de officiële Britse justitie.

Rechter Hassan heeft in dat verband een tip voor de overheid. „Ze kan de Britse rechtbanken ontlasten door ons meer bevoegdheden te geven”, lacht hij.

    • Floris van Straaten