Ook de wethouder heeft nu bewaking nodig

Burgemeesters en wethouders waren dit jaar geregeld het doelwit van boze burgers. Bestuurders uit drie gemeenten over bedreigingen en geweld. „Ik lust ze rauw.”

Lokale bestuurders lopen niet te koop met bedreigingen door burgers. Ze zwijgen, bespreken het binnenskamers of bellen een anonieme meldlijn. In dit verhaal praten drie bestuurders afzonderlijk over wat hen in 2009 is overkomen. En de jaren daarvoor. Over oorzaken en gevolgen. Over nooit toegeven aan de geweldsdreiging. Anders krijgen de daders hun zin.

De Haagse wethouder Marnix Norder (PvdA) werd eind oktober fysiek bedreigd door een boze woonwagenbewoner. „De eerste intimidatie was in de raadszaal. Na een bezoek aan het kamp kreeg ik bij het weglopen plotseling een schop schuin van achteren. Niet echt heldhaftig.”

VVD’er Jacques Niederer, burgemeester van Weert, had in september te maken met geweld. Even daarvoor waren op last van de gemeente een coffeeshop en wietplantages gesloten. De woning van wethouder Stef Strous (PvdA) werd beschoten. „Dat raakte het binnenste van het binnenste”, zegt Niederer, die daarna aan teambuilding deed binnen het college. „Stond ik met alle wethouders ’s ochtends in een kring en lieten we een yell horen.”

De burgemeester zelf werd indirect bedreigd. „De auto van de buurman is in brand gestoken, die zagen ze blijkbaar voor de mijne aan. Het was een nachtelijke tocht, ze kwamen met bivakmutsen en een vals kenteken.” Hij noemt moeiteloos eerdere bedreigingen op. „Elke week is het wel wat. In de garage van het gemeentehuis is mijn auto tot drie keer toe bekrast. Bij mij thuis is een touw doorgesneden langs de vlaggenmast, de vlag hebben ze meegenomen. En ze hebben de bloembakken van mijn vrouw weggehaald.”

Ton Linssen (Lijst Linssen) is wethouder en locoburgemeester in Bergen op Zoom. Hij kreeg in januari politiebegeleiding, nadat een man die het op hem gemunt had enkele ambtenaren in het stadskantoor bedreigde. In 2007 klom een man ’s nachts over zijn tuinhek. „Hij liep als een dolle rond mijn huis en rammelde aan de voordeur. Een week voor de bevalling van mijn vrouw! ‘Ik kan het huis van de burgemeester niet vinden en ben daarom maar naar jou gekomen’, zei hij. Mijn vrouw was overstuur, sliep niet meer. De bevalling ging gelukkig goed. Anders had ik een waas voor mijn ogen gekregen en nu in de gevangenis gezeten. Als ze aan je privéleven komen, raken ze je in het hart.”

Linssen vertelt over een andere bedreiging. „Een meneer die 23 jaar geen huur voor zijn woonwagenlocatie had betaald, logeerde toevallig in de Koepel in Breda en belde me vanuit de cel. Zijn vader kwam aan de deur en zei tegen mijn vrouw dat ik voor huisvesting moest zorgen, anders dreigde er wat”, aldus Linssen, die rond zijn huis „op eigen kosten voor 9.000 euro camerabewaking” liet aanleggen.

De Haagse wethouder Norder herinnert zich een telefoontje van de politie in 2008 tijdens een slaapfeestje van zijn dochter. Hij kreeg binnen een half uur beveiliging bij zijn huis. Aarzelend: „Het veiligheidsniveau klopte heel erg met het risico, meer zeg ik er niet over.” Hij vertelde het zijn kinderen. „Dat mensen boos op papa waren en hem misschien een klap wilden verkopen en dat daarom de politie er was.”

Norder werd omringd door beveiligers. „Tijdens het hardlopen liepen altijd twee bewakers mee. En als het brood op was, kon ik niet snel in drie minuten heen en weer naar de bakker fietsen, maar moest ik eerst bellen. Voordat ik onder begeleiding weg kon waren we een half uur verder”, vertelt de wethouder, die een half jaar „op hoger niveau” werd bewaakt. Nu gebeurt dat alleen nog „op lager niveau”: incidenteel, op werkbezoek bijvoorbeeld.

Lokale bestuurders zijn steeds vaker doelwit van boze burgers. Ze zijn makkelijk te traceren, want ze wonen in de stad waar ze werken. De ondervraagde bestuurders ervaren een verruwing van de samenleving. Burgemeester Niederer van Weert: „De boze burger kijkt alleen in zijn eigen voortuintje: ik bemoei me niet met jou, dus bemoei jij je niet met mij. Een gotspe in het kwadraat. Het gebeurt vaak achter je rug. Je weet niet met welke vijand je van doen hebt.”

Wethouder Linssen van Bergen op Zoom toont ook begrip. „Ik begrijp dat mensen hun verhaal kwijt willen, stoom willen afblazen. Daarom houd ik eens in de maand spreekuur. Maar je kunt niet alles weten. Wij krijgen hier 50.000 poststukken per jaar.”

Volgens Niederer trekt de overheid zich door de privatisering terug, zoals uit de zorg. „Zo raakt de burger vervreemd. We zijn gevlucht in beleidsstukken. Nota’s schrijven. Maar de werkelijke werkelijkheid ligt buiten op straat. Nee zeggen is geen schande, als de burger je maar kan volgen. We moeten minder pamperen. Terug naar de zelfredzaamheid. De burger heeft te hoge verwachtingen kregen. En dus is hij sneller teleurgesteld.”

Maar dat geeft hem nog niet het recht tot agressie, vindt Niederer. „Ik heb een collega gesproken die in de loop van een jachtgeweer heeft gekeken. De burger wordt mondiger, assertiever. Vroeger stuurden ze een boze brief en kwamen ze met een boze belediging. Nu is het behalve verbaal ook fysiek. Ze willen je raken, je laten inbinden of zelfs laten aftreden.”

De gesprekspartners zijn strijdlustig, zeggen ze. Norder: „Ik lust ze rauw. Ben net slagroom: hoe harder je klopt, hoe stijver ik word.” Niederer: „Buigen voor dreigementen is het failliet van de democratie.” Linssen: „Ik ben een straatvechter. Aan mijn lijf geen poldermodel.”

Toch hebben de bedreigingen impact op hun functioneren. Wethouder Norder: „Hoe groter de beveiliging, hoe groter de afstand tot de bevolking. Informele contacten – een-op-eengesprekken – zijn ongelooflijk moeilijk, bijna onmogelijk geworden. Beveiliging hindert je in je functioneren: er is een drempel opgebouwd tussen jou en de bevolking.”

De Haagse wethouder Norder komt nog met een verrassend geluid: „Vaak is het zo: hoe hoger opgeleid, hoe minder begrip. In de Schilderswijk is de hoffelijkheid groter dan elders. Daar tonen de mensen respect voor de zware taak die een wethouder vervult. Terwijl je in een nette buurt een slecht bestuurder bent, als je niet handelt zoals zij vinden dat je zou moeten handelen.”

Burgemeester Niederer van Weert nuanceert: „Alle rangen en standen doen mee. Keurige academici gaan ook door het lint, maar tonen vaak wel keurig spijt.”

In de openbare ruimte zijn de bedreigde bestuurders waakzamer. Niederer: „Bij een bosloop ben ik me laatst kapot geschrokken, toen een andere jogger geruisloos achter me aan rende. En op straat kijk ik vaker achterom.” Norder: „Het onbevangen door een straat banjeren is er een beetje af. Ik heb een zesde zintuig ontwikkeld.” Linssen: „Laatst werd ik door een groepje Marokkanen in het gezicht gespuwd. Sindsdien parkeer ik de auto alleen daar waar veel licht is.”

M.m.v. Brian van der Bol en Paul van der Steen

    • Jaap Bloembergen