Marrongeweld

Ze riskeerden de doodstraf, maar toch probeerden zo’n 250 slaven het elk jaar: vluchten uit de door Nederlanders beheerde plantages in Suriname. De rivier op, de binnenlanden in. En dan maar zien te overleven, tussen de wilde dieren in een onbekende jungle.

De meesten werden gepakt, of keerden na verloop van tijd terug naar de ‘veilige’ plantage. Maar tussen 1667 en 1760 lukte het jaarlijks gemiddeld tachtig ex-slaven om hun vrijheid te behouden. Zij werden ‘bosnegers’ of ‘Marrons’ genoemd, een afgeleide van de Spaanse term voor ‘weggelopen vee’. Juist omdat de omstandigheden in het oerwoud zo gevaarlijk waren, stichtten ze zelfvoorzienende gemeenschappen met eigen religieuze rituelen. Door gewelddadige aanvallen op plantages vermeerderden de Marrons zich. Zo ontwikkelden ze zich tot een plaag voor de Nederlandse planters, die op hun beurt hard optraden.

In 1760 kozen de Nederlanders eieren voor hun geld. Ze sloten een vredesverdrag: voortaan waren de Marrons bondgenoten, op voorwaarde dat nieuw gevluchte slaven aan de plantagehouders werden uitgeleverd. Vanaf dat moment konden de Marrons zich in relatieve rust verder ontwikkelen. Ze kwamen op de plantages (waar tot 1863 hun voormalige lotgenoten als slaven werkten) om goederen te verhandelen en kregen een monopolie op de houtkap. Een hoge Nederlandse ambtenaar zag hun sterke positie in 1904 met lede ogen aan: ‘Hoe eerder het geheele boschneegerdom verdwijnt en wordt opgenomen onder de gewone ingezetenen der kolonie, hoe beter.’

Maar de Marrons verdwenen niet. Wel zou hun situatie in de twintigste eeuw ingrijpend veranderen. Brazilianen – net als de Marrons kenners van het Amazonegebied – overspoelden de Surinaamse binnenlanden om te werken in de goudwinning. Ze introduceerden moderne productietechnieken en zetten de traditionele Marrons op achterstand. Een concurrentiestrijd ontstond, met oplopende spanningen tussen de bevolkingsgroepen als gevolg.

Afgelopen week kwam het tot een uitbarsting. Een ruzie tussen een Braziliaanse goudzoeker en een Marron in Oost-Suriname eindigde met een mes in het hart van de Marron. Als wraak plunderden tientallen stamgenoten de Braziliaanse nederzettingen. Resultaat: vier doden, zestig gewonden en twintig verkrachtingen. De Marrons hebben hun vechterspraktijken nog niet verloren.

Jaap cohen

    • Jaap Cohen