Liever afscheid dan achterdeur

Erben Wennemars plaatst zich net niet voor ‘Vancouver’.

Door zijn grillige carrière en zijn ongeremde openheid werd hij de populairste schaatser van de laatste jaren.

Heerenveen Erben Wennemars foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

De tranen stonden in zijn ogen, maar ook op zijn laatste belangrijke toernooi toonde Erben Wennemars zich een groot sportman. Op éénhonderdste van een seconde miste hij op de 1.500 meter bij het olympisch kwalificatietoernooi zijn laatste kans op ‘Vancouver’. Maar direct na afloop liep hij niet weg voor harde conclusies. „Ik heb behoorlijk gevloekt, dramatischer kan niet. Ik heb altijd met heel veel plezier geschaatst, maar het is een keer afgelopen. Ik zal het heel erg missen”, sprak Wennemars geëmotioneerd.

En als zijn vriend en ploeggenoot Sven Kramer, die hem in Thialf met die ene honderdste versloeg, hem een startplaats cadeau zou doen? „Ik ben geen zielige oude man die cadeautjes wil. Ik ben achtvoudig wereldkampioen, heb alles gereden. Dat heb ik met hard werken verdiend. Ik heb niets gestolen. Sven is mijn vriend, maar hij hoeft zich niet lullig te voelen. Zo hard zit topsport in elkaar.”

Thialf werd gisteravond het eindstation voor de 34-jarige sprinter, met afstand de populairste Nederlandse schaatser van het laatste decennium. Hem rest nog één laatste kansje op een ticket naar Vancouver: de schaatsbond kan hem nog apart aanwijzen voor de ploegachtervolging, zijn belangrijkste einddoel van dit seizoen. „Ik had heel graag mijn steentje bijgedragen in de ploegachtervolging. Maar ik help mezelf niet als ik hier een enorm pleidooi voor mezelf ga houden”, zei Wennemars gisteravond.

Zijn laatste seizoen verliep, in zijn eigen woorden, als een rollercoaster. De tweevoudig wereldkampioen sprint begon het olympische seizoen slecht en degradeerde zelfs naar de B-groep na een dramatische achttiende plaats in Berlijn. „Schandalig slecht. Onderaan in het rechterrijtje”, vond hij.

Via een achterdeur kreeg hij de Spelen weer in het vizier toen hij, in Heerenveen, die B-groep won. Zijn tijd was voldoende voor kwalificatie, maar niet nadat schaatsbond KNSB met terugwerkende kracht had bepaald dat ook de tijden in de B-groep mochten meetellen voor kwalificatie.

Hij werd dat weekend flink ziek, en twitterde een dag later: „Dus dit is Mexicaanse griep.” Dat bleek echter loos alarm. Hij krabbelde op en ging als reserve mee naar de wereldbekerwedstrijden in Calgary. Hij zocht zijn jeugdheld Evert van Benthem op, op het Canadese platteland, maar kreeg tijdens het melken van de koeien bij de oud-Elfstedentochtwinnaar te horen dat hij alsnog kon starten in Salt Lake City. Daar raffelde Wennemars uit het niets een 1.500 meter af in een toptijd, 1.42,73, maar hij werd gediskwalificeerd omdat hij te lang in de buitenbaan was blijven hangen.

De drievoudig schaatser van het jaar kreeg nieuwe hoop op olympische kwalificatie, deze week in Thialf. „Als het belangrijk wordt, sta ik er”, zei hij in de aanloop. Op de 1.000 meter eindigde hij in 1.09,60 als achtste. „Als de Elfstedentocht komt, hoef ik helemaal niet naar die Spelen”, grapte hij. Intussen concentreerde hij zich totaal op de 1.500 meter, zijn enige reële kans op Vancouver. Volledig in zichzelf gekeerd liep hij in de tunnel naar het ijs. In zijn race tegen Kjeld Nuis ging het tot 1.100 meter goed. Een matige slotronde (29,5) nekte hem: 1.46,67. „Te langzaam. Maar dit is een eerlijke wedstrijd geweest, anderen reden harder.”

Typisch Wennemars, die zijn populariteit bij het publiek dankt aan zijn vertederende openheid, zowel bij hoogte- als bij dieptepunten. Als niet-Fries wordt hij zeker zo hard toegejuicht als de local boys Postma, Ritsma en Kramer. Zo was het dertien jaar geleden, zo was het gisteravond. „Kippenvel op m’n rug”, voelde hij bij de start.

Onder de Amerikaan Peter Mueller brak ‘Kees Roeiboot’ (zijn toenmalige bijnaam) in 1997 samen met Jan Bos door naar de mondiale sprinttop. In eerste instantie reed hij zijn beste wedstrijden vaak in augustus en ging er op beslissende momenten iets mis. Later groeide hij uit tot een echte schaatsheld als wereldkampioen op 1.000 en 1.500. De voormalig marathonkampioen van Overijssel was de gelukkigste man op aarde toen hij in 2004 en 2005 wereldkampioen sprint werd. En toen hij in een vol Thialf in 2007 het WK allround mocht rijden, en nog als vijfde eindigde ook.

Minstens zo vaak was het ploeteren en harken, of domme pech. In 1998, bij zijn eerste Winterspelen, liep hij in Nagano op de 500 meter een armfractuur op bij een valpartij, veroorzaakt door zijn tegenstander Grunde Njøs. In Salt Lake City (2002) raakte hij bevangen door de stress, veranderde op het laatste moment zijn materiaal en bleef buiten de medailles. Vier jaar later, in de aanloop naar Turijn 2006, ging zijn voorseizoen de mist in door een breuk met coach Orie. Wennemars stapte tijdens het seizoen over naar de TVM-ploeg van Gerard Kemkers en haalde brons op de 1.000 meter en op de ploegachtervolging. Pech had hij begin dit jaar, toen hij bij de WK sprint in Moskou keihard onderuitging in zijn eerste rit op de 500 meter, en een spierscheuring opliep.

Valpartijen en gouden medailles, en alles wat ertussen zit, het is de loopbaan van Erben Wennemars. Hij weet het als geen ander, hij zei het zelf al eerder: een sportcarrière is een aaneenschakeling van teleurstellingen, met af en toe een hoogtepunt.

    • Maarten Scholten
    • Rob Schoof