Laatste loodjes (3)

Dit zijn de dagen waarop je graag een presentje aan deze of gene met wie je op goede voet staat mag geven. Er komt iets edelmoedigs over de mens. Je zou er bijna van schrikken.

Mijn advies: als je iets geeft, doe het dan wel góéd.

Mijn vrouw en ik vonden het leuk om een buurvrouw met een toepasselijk cadeautje te verblijden. Zij past vaak op onze kat, en wij op de drie van haar. Dat verloopt in goede harmonie.

Onze poes doet altijd reuze sociaal tegen haar, haar nukken en grillen bewaart zij liever voor ons, zo ongeveer op dezelfde manier waarop kinderen hun grootouders en ouders tegen elkaar uitspelen.

De kattenhuishouding van de buurvrouw is ingewikkelder dan de onze. Er zijn twee zussen van middelbare leeftijd, Peppi en Kokki, en er is enkele jaren geleden een zwerver bijgekomen die Koetje heet. Koetje mag alleen in de slaapkamer dineren, gescheiden van de andere twee die hun eten in de keuken krijgen opgediend.

Dit is een gewoonte uit de begintijd van hun samenzijn, toen Koetje zijn aanwezigheid nogal dictatoriaal aan de anderen oplegde. De oppasser mag nooit afwijken van dergelijke rituelen. Hij behoort zijn werk ook niet in een vloek en een zucht te doen. De kat ziet de rest van de dag geen mens, dus is het goed om een praatje met hem te maken en hem op zijn aaibaarheid te testen. Daar zijn mijn vrouw en de buurvrouw kennelijk goed in, want er komen nooit klachten.

Toen wij onlangs weer eens op haar katten moesten passen, was de buurvrouw net jarig. Weet je wat, zeiden wij tegen elkaar, wij laten een cadeautje voor haar achter: een gesigneerd exemplaar van mijn bundel Katten & ander gespuis, een half jaar eerder verschenen.

Ik geef toe dat je voorzichtig moet zijn met het schenken van je eigen boek – misschien heeft de ander net de krant opgezegd uit ergernis over „dat eeuwige gezeik van die Abrahams over katten” – maar in dit geval leek het ons een aanvaardbaar risico. Met een kort begeleidend briefje vlijden we het boek op de tafel en gingen voldaan heen. Het doet de mens goed om goed te doen.

De daaropvolgende dagen hoorden we niets van gene kattenzijde. Dat hoefde niks te betekenen, want we hebben het allemaal druk en we vergeten allemaal wel eens wat. Tot mijn vrouw op een dag de buurvrouw in het gebouw ontmoette.

„Ik wil je nog bedanken voor het boek”, zei zij met enige aarzeling, „maar jullie hádden het me al gegeven. Daarom heb ik het maar aan een vriendin gegeven die ook van katten houdt.”

Wij bleken onze aardige buurvrouw in grote verlegenheid te hebben gebracht. Want wat moet je doen met een cadeau dat je al gekregen hebt? Voorziet de etiquette daarin? Niet dat ik weet. Je kunt erover zwijgen, je kunt zonder toelichting bedanken en je kunt het meteen teruggeven, maar geen van die oplossingen is bevredigend.

Onderling hebben wij het nog even over de mogelijke oorzaak gehad. Naderende senilisering of gewoon stomme vergeetachtigheid?

Ik zoek nog steeds naar manieren om mijn vrouw, die van ons twee het beste geheugen heeft, de schuld te geven, maar die twee boeken dragen míjn handtekening en míjn opdracht – als er dus iemand moet hangen, ben ik het.

Wordt vervolgd.

    • Frits Abrahams