Klacht moslima na weigering om boerka

Een 23-jarige moslima uit Utrecht heeft gisteren een klacht ingediend bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) omdat ze wegens het dragen van een boerka niet werd toegelaten tot de spreekkamer van een huisartsenpost in Utrecht.

Dat bevestigt een woordvoerder van de CGB. De vrouw droeg „gezichtsbedekkende” kleding toen zij in de huisartsenpost hulp zocht voor haar zoontje van drie maanden. Het kind had last van diarree en had al een paar uur niet meer gedronken. Volgens de klacht wilde de huisarts alleen met de vader van de baby praten. Die zou echter minder goed op de hoogte zijn van het ziektebeeld van zijn zoontje.

Volgens het AD heeft de huisarts inmiddels zijn excuses aangeboden. Hij zou extreem vermoeid zijn geweest. In de krant zegt de vrouw dat ze zich „vernederd, benadeeld, in de grond gestampt en verdrietig” voelt. „Ik kan gewoon niet geloven dat iemand mij weigert om mijn uiterlijke verschijning.” De baby blijkt overigens last te hebben van een lichte virusinfectie en maakt het goed.

De CGB zegt dat er voldoende grond is om de zaak te onderzoeken. „Een huisartsenpost zou een vrouw niet om haar godsdienstige uitingen mogen weigeren”, zegt een woordvoerder.

Hij kan zich geen vergelijkbare zaken herinneren waarbij iemand werd geweigerd bij een arts. „Anderhalf jaar geleden was er wel een klacht tegen een tandarts. Een moeder sprak Turks tegen haar zoontje die in de stoel zat. De tandarts zei ‘als u Turks praat, kunt u vertrekken uit mijn praktijk’. De vrouw is toen in het gelijk gesteld.”