Jan is wél veel op internet

De koningin was in haar kersttoespraak kritisch over sociale contacten via internet.

Enkele leeftijdsgenoten in een Bredase seniorenflat kunnen niet meer zonder.

Nederland, Breda, 29-12-2009 Meneer Meeuwissen aan de computer in zijn huiskamer. Foto: Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Tonnie Surewaard is geboren in januari 1938, net als koningin Beatrix. Haar vader nam de fietskar naar het stadhuis om de kleertjes, een wieg en ledikantje te kunnen vervoeren die de toenmalige burgemeester gaf aan alle kinderen die die maand ter wereld kwamen. Met haar man Janus Surewaard (1933) woont ze in een seniorenflat in de Bredase wijk IJpelaar. Toen ze de kersttoespraak van de koningin hoorde, zei ze tegen hem: „Ze is denk ik gewoon niet zo handig met internet.”

De koningin had gezegd: „Om te kunnen meeleven is tastbare nabijheid nodig.” De koningin zei dat moderne technische mogelijkheden mensen dichter bij elkaar lijken te brengen, maar: „ze blijven op veilige afstand, schuilgaand achter hun schermen”. Ze toonde zich bezorgd over de teloorgang van het ‘wij-gevoel’ in de wereld van internet. „Met virtuele ontmoetingen wordt die leegte niet gevuld.” Er kwamen kritische reacties op de toespraak.

Tonnie Surewaard heeft artrose. Zolang ze nog kan lopen laat ze haar gebroken rugwervels niet herstellen. Haar rollator brengt haar elke dag naar het winkelcentrum dat ze vanuit het raam kan zien. Tien uur per dag bridget ze.

Ze opent een tafel, maar in het groene beeldscherm kan ze geen bridgepartner vinden; het is etenstijd. Ze vraagt aan een groepje bridgers of ze zich mag aansluiten. „Welkom Tonnie Su”, schrijft een van hen. Ze heeft meer dan honderd bridgers in haar contactenlijst. Ze schreef hun namen in blokletters over in een gelinieerd geel schrift, voor als de computer crasht. In een groen schrift schreef ze met wie ze niet wil bridgen: „Irma Vo – NOOIT. Nelly L – NOOIT.” Het zijn er tientallen. Ze kunnen het gewoon niet, zegt ze over hen.

Met Francie 3 zakt ze ook. Maar als die vraagt: „Tonnie vind je het niet erg dat je met me zakt?” schrijft ze „Nee hoor, dat vind ik niet erg.” De man van Francie 3 overleed vorig jaar op een verjaardag, in zijn stoel. Tonnie Su schreef haar: als je mij je nummer geeft, wil ik je wel bellen. Haar e-mailadres geeft ze aan niemand. Ze meent dat Francie 3 in Hilversum woont.

Hoe ouder mensen zijn, hoe meer sociale voordelen ze zeggen te hebben van internet, zegt Marion Duimel. Ze deed onderzoek naar internetgebruik onder ouderen, namens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ouderen zeiden minder eenzaam te zijn door internet en meer sociale contacten te hebben. Vooral vrouwen zeiden dat, die chatten meer. Het aantal chattende ouderen (65-75 jaar) steeg van 4 procent in 2005 naar 15 procent dit jaar, volgens het CBS.

Het was Jan Meeuwesen die wist dat Janus en Tonnie Surewaard net als hij een computer hebben. Ze wonen een etage boven hem. Hij is ook van 1938. Hij was metselaar, hielp de schoorstenen van Shell in Pernis bouwen. Overdag werd het beton gestort, ’s nachts betegelde hij de binnenkant – acht meter doorsnee bovenin. Zijn vrouw overleed in maart.

Hij praat „veel, nee, makkelijk”. Bewoners vroegen hem in een commissie te zitten, nodigden hem uit voor cursussen in het gemeenschapshuis. Hij had daar geen behoefte aan. Hij zag de winter op zich afkomen. Pa, koop nou een computer, zei zijn dochter. Voor zeven tientjes kocht hij die van de schoonzoon van zijn broer.

Hij chat nu met zijn neef Piet van Beers – internationaal vrachtwagenchauffeur. Ook diens vrouw is overleden. Hersenbloeding. In mei gaan Jan en Piet vissen.

Jan draagt een blauw en zwart geruit overhemd.

Piet draagt een wit T-shirt.

Jan: „Heb je net het eten opstaan?”

Piet: „Ik heb aardappels opstaan, met spruiten.”

Hij draait zich – boven in het scherm – om naar het fornuis.

Jan: „Ik zie je misschien vanavond nog wel.”

„Nou, vanavond denk ik niet meer. Ik heb zo gegeten, dan even douchen, scheren, NOS Journaal kijken en dan is het weer bedtijd.”

Om half zes vanochtend moest hij gaan rijden.

„Ja, voor mij is het morgen om half tien ook weer dag.” Jan lacht, onderin het scherm.

„Dat bedoel ik.”

„Houdoe hè.”

„Houdoe.”

Het scherm wordt donker, de computer blijft aan. Jan zet koffie. Hij mailt met zijn kleinkinderen, sms’t „de hele dag” met zijn kinderen. Ze wonen ook in Breda. Vorige week ontdekte hij dat hij, op de dag dat hij zijn gsm kocht, zonder het te weten een filmpje van een paar seconden heeft gemaakt van zijn vrouw. Hij laat het zien. Ze zit rechtop, op de bank. Ze kijkt in de camera en zegt: Jan, je maakt toch geen foto van me, hè? Hij was ontroerd. De stekker die hij kocht om dat filmpje op de computer te zetten ligt op tafel.

Met Oudjaarsdag zal zijn huis net als vorig jaar vol zijn, met familie en vrienden. In het gemeenschapshuis heeft hij zich aangemeld voor een computercursus.

Beluister de kersttoespraak van de koningin en discussieer mee op nrc.nl/discussie

    • Esther Rosenberg