In Italië gaan de fabrieken plat

Overal in Europa loopt de werkloosheid op door de recessie. Zo ook in Italië, waar sociale zekerheid vooral betekent dat je goede banden moet hebben met je familie.

Zijn knobbelige arbeidersknuisten vriezen er zowat af. Maar metaalarbeider Pietro Bresciani (55 jaar; 36,5 dienstjaren) houdt stand. Al sinds half september bezet hij met 181 collega’s de ingang van de fabriek voor onderdelen van automotoren in het Noord-Italiaanse Desenzano aan het Gardameer.

Ze wisselen elkaar af in drie ploegen, steeds acht uur op. Geen vrachtwagen komt er door. Geen bestelling kan naar de klanten. Het is zwaar, maar het moreel is hoog. Ze hebben hun werkgever, de multinational Federal Mogul, in de klem, denken ze. „We zijn gewoon op straat gegooid, als zombies. Maar we vechten door tot het uiterste. We hebben niks meer te verliezen. Hier komt niemand langs tot er een akkoord is bereikt.’’

Hun actie is een van de vele tientallen bij fabrieken in Italië. Voor de poorten, zelfs vanaf daken schreeuwen werknemers van multinationals, van Italiaanse ondernemingen en van overheidsinstituten om aandacht van de regering en om stopzetting van de ontslagen.

Tot hun grote frustratie doet de regering niet veel meer dan keer op keer herhalen dat het in Italië relatief goed gaat: er is geen crisis en als die er wel zou zijn dan is het herstel al in volle gang, zo luidt de boodschap van het kabinet al maanden op de tv-journaals. Maar het bruto binnenlands product is sinds het begin van de crisis met 6,5 procent gedaald, zelfs de VS en Spanje deden het beter.

Ook ’s nachts houden Bresciani en zijn mannen de wacht. Met hulp van de communistische vakbond CGIL hebben ze een barak en een luifeltje bij het hek gezet om tegen de kou te schuilen. Er branden gaskachels. Het eten wordt verzorgd door de vakbond en door de families van de werknemers. Het hek laten ze geen ogenblik onbewaakt, omdat ze willen voorkomen dat de eigenaren de machines verplaatsen naar vestigingen in Duitsland en Polen: „Dat laten we niet toe. Het zou onze dood zijn’’, aldus Denis Ferzadenis (29), een aan zijn arm gehandicapte jongen die na zeven jaar zoeken net deze baan had gevonden en vreest dat hij nooit meer iets anders zal kunnen vinden.

De Amerikaanse multinational Federal Mogul heeft de werknemers laten weten dat de fabriek eind van het jaar dicht gaat. Volgens de arbeiders wil de eigenaar de vestiging, die in het jaar 2007 nog winst maakte, verkopen, omdat de grond aan het Gardameer meer waard is dan de productie van automotoren opbrengt. Met de blokkade hopen ze dit te voorkomen.

Al meer dan een half miljoen Italianen verloren het afgelopen jaar hun werk. Econoom Tito Boeri van de Bocconi-universiteit van Milaan meent dat sinds het begin van de crisis zelfs 718.000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen. Tweederde ervan is tijdelijk. Slechts 10 procent van de mensen krijgt volgens cijfers van het nationaal bureau voor statistiek Istat een uitkering. Nog eens een half miljoen werknemers is met een uitkering van maximaal 850 euro geheel of gedeeltelijk op non-actief gesteld, maar nog niet ontslagen. Of zij hun baan behouden als de economie weer aantrekt, is de vraag. Boeri beklemtoont dat met name de jongeren zwaar worden getroffen. De jeugdwerkloosheid in Italië is in een jaar tijd gestegen van 18 tot 27 procent.

Vervolg Italië: pagina 14

En zoals altijd vangt de familie de werklozen op

Werkloosheid In Italië groeit het aantal werklozen snel, maar doet de regering weinig aan crisisbestrijding

Toch is van een massale sociale revolte in Italië geen sprake. De familie vult als altijd de leemtes op die de overheid laat vallen. En Berlusconi en zijn minister van Financiën, Giulio Tremonti, proberen met peptalk hun terughoudendheid bij het bestrijden van de crisis te camoufleren. Enkel omdat de VS, Frankrijk en Duitsland hun auto-industrie stimuleerden met inruilpremies, kon Italië niet achterblijven. Daarnaast probeert de regering de bouwsector kostenneutraal te steunen door het mogelijk te maken om zonder veel vergunningen je huis met een derde te vergroten. Maar Italië heeft volgens Boeri netto maar drie miljard euro geïnvesteerd in stimuleringsmaatregelen.

Het kabinet kan niet anders. Zijn speelruimte wordt enorm beperkt door de gigantische staatsschuld die in twee jaar is opgelopen van 1.600 naar 1.800 miljard euro, gelijk aan 118 procent van het bruto binnenlands product. Hierdoor moet Italië jaarlijks 10 tot 15 miljard extra aan rente betalen over de staatsschuld. Minister Tremonti van Financiën heeft noodgedwongen een Italiaanse variant van de ‘Zalmnorm’ doorgevoerd. Hij accepteert geen extra stimuleringsuitgaven van zijn collega-ministers, omdat de Europese Unie van hem eist dat hij het begrotingstekort onder controle houdt. In 2009 blijft het onder de 5 procent, eenzelfde prognose geldt voor 2010. Dit lukt mede dankzij een zeer gulle inkeerregeling, waarmee 80 miljard euro aan zwart geld uit het buitenland wordt teruggehaald naar Italië. De belastingontduikers hoeven slecht 5 procent van die 110 miljard eenmalig aan de fiscus af te dragen, en niemand vraagt naar de herkomst van het geld. Iets wat ook de maffia goed uitkomt, aldus oppositiepolitici en maffiabestrijders die bang zijn dat criminelen met dit geld allerlei bonafide bedrijven gaan overnemen en nog meer greep krijgen op de economie.

Ondanks hun beperkte financiële speelruimte benadrukken Berlusconi en Tremonti de kracht van het ‘systeem Italië’’. Er is geen bank omgevallen, de flexibele maakindustrie staat in de startblokken om van het economisch herstel elders in de wereld te profiteren, het consumentenvertrouwen groeit. En Italianen hebben privé minder schulden dan andere Europeanen. Boeri bevestigt dat Italië de kaarten in handen had om het beter te doen dan andere landen. ,,De huizenmarkt is ook niet ingestort, maar het kan allemaal niet verhullen dat Italië al jarenlang macro-economisch slechter presteert dan de rest. Oorzaken zijn de lage arbeidsproductiviteit en arbeidsparticipatie, het dure pensioenstelsel, het gebrek aan investeringen in research, corruptie en de bureaucratie.’’

Minister Tremonti complimenteerde vlak voor Kerst de Italianen en hun crisisbestendigheid: „De Italianen hebben vertrouwen in Italië en in de regering en de regering heeft vertrouwen in de Italianen.” Eerder zei hij: ,,We zouden een monument moeten oprichten voor de sparende Italiaan.’’ Die zorgt er volgens hem voor dat de consumptie niet in elkaar is gestort en dat de werklozen zonder uitkering worden opgevangen.

Tijdens een van de twee grote demonstraties die de communistische vakbond - de grootste van het land met 3 miljoen leden - de afgelopen maand in Rome tegen de werkeloosheid hield, bevestigen werkloze demonstranten dat ze dankzij hun spaarzame familie het inkomensverlies weten op te vangen.

„Behalve opa-oppas, ben ik nu ook opa-bank’’, zegt Roberto – zijn achternaam wil hij niet noemen – uit de noordoostelijke regio Veneto. Hij moet zijn jongste zoon onderhouden die zijn baan is kwijtgeraakt.

In de stoet lopen veel ‘jongeren’ die bezweren dat het een zegen is dat ze op hun dertigste of veertigste nog bij hun ouders wonen. „Twee jaar geleden werden we nog uitgemaakt voor papjochies door de toenmalige minister van Financiën’’, zegt Enrico Saggia uit Modena. „Het is nooit leuk geweest dat je als jongere niet op jezelf kunt gaan wonen, omdat de hypotheek niet te betalen is met een maandinkomen van 1.000 euro netto. Maar nu ik door de crisis mijn baan dreig kwijt te raken, is het een geluk dat ik nog thuis woon. Saggia’s werkgever heeft de ene maand wel werk de andere niet. Hij krijgt 750 euro netto als er geen werk is. ,,Omdat mijn ouders nog werken, redden we het samen voorlopig.’’

Hij trok in november met 50.000 andere arbeiders op naar Piazza del Popolo in Rome waar de CGIL ‘de gezichten achter de crisis wilde laten zien’. De demonstratie was bedoeld om aan te tonen dat de crisis wel degelijk bestaat, ook al wil de regering anders doen geloven. „De crisis is geen sprookje”, zei vakbondsleider Giuglielmo Epifani. „Als ik hoor zeggen dat het ergste voorbij is dan vraag ik me af voor wie? Misschien voor wie in aandelen investeert. Misschien voor de banken die veel sparen en weinig kredieten aan de bedrijven verstrekken. Maar voor de werknemers moet het ergste nog komen.’’

Werkgevers beklagen zich over de inertie van de regering die de crisis ontkent en vooral bezig is met onderling geruzie. In Leno, niet ver van de fabriek waar Bresciani voor zijn baan vecht, analyseert de provinciale afdeling van werkgeversorganisatie Confindustria de situatie. Alleen al in hun geïndustrialiseerde provincie Brescia zijn het afgelopen jaar 25.000 banen verloren gegaan op een totaal van 220.000. Het gaat om ondernemingen in de metaal en in de textiel, maar ook om transport en de bouw. Gemiddeld viel de productie met 20 procent terug, maar in de metaal was het vaak 40 procent of meer. „Het is vreselijk, het herstel is er helemaal niet’’, aldus vicevoorzitter B. Bertolli van de lokale werkgeversvereniging. „Het land wordt door de regering aan zijn lot overgelaten.”

Voorzitter Giancarlo Dallera, wiens velgenfabriek ook in grote problemen is, probeert zijn leden op te beuren. Hij beklemtoont dat eendracht van wezensbelang is bij pogingen de regering en de banken tot meer activiteit aan te zetten. Maar ook hij verwacht dat het nog zeker vijf jaar zal duren eer Italië weer op het niveau van 2007 is. „En mocht dat lukken dan zal dat zeker gepaard gaan met een verdere reductie van het aantal arbeidsplaatsen.’’

Ondernemer Andrea Donato, eigenaar van een fabriek die aluminium onderdelen voor motoren maakt, is wanhopig. Zijn omzet is met 45 procent gedaald. Banken geven hem geen krediet als hij niet saneert. Hij moet veertig werknemers ontslaan, maar dat lukt niet zonder toestemming van de vakbond. ,,Ze willen nog twee jaar met staatssubsidie in het bedrijf blijven in de hoop dat de economie aantrekt. Het is uitstel van executie.’’

Toch zijn er ook ondernemers die groeien. Worst- en hamproducent Alberto Volpi zag zijn omzet het afgelopen jaar met 28 procent stijgen tot 180 miljoen euro. Hij levert aan supermarkten en profiteert nu steeds meer Italianen beknibbelen op hun budget en het vlees niet meer bij de keurslager kopen.

Ook wapenproducent Franco Gussalli Beretta is optimistisch. Deze mede-eigenaar van het naar eigen zeggen oudste familiebedrijf ter wereld, Beretta (omzet 400 miljoen), kreeg in januari een order van het Amerikaanse leger voor 450.000 pistolen. Zijn keus zeven jaar geleden om naast de jachtsector veel meer te investeren in defensie werpt in deze onzekere tijden zijn vruchten af: ,,Er zijn veel veiligheidsproblemen in de wereld. Mensen geven meer uit aan hun persoonlijke verdediging en dat leidt tot een toename van de verkoop.’’ Beretta is dan ook niet bang dat zijn werknemers de fabriekspoort zullen blokkeren om hun baan te behouden. De wereldcrisis garandeert hun en hem juist een roze toekomst.