Hymne voor een bus

As we speak wordt een van mijn grote liefdes ingesmeerd door twee gespierde West-Friezen. Ik heb het hier niet over mijn vriendin of mijn moeder, die leen ik over het algemeen niet uit aan zulke Noord-Hollandse hengsten, maar over een zeker gemotoriseerd geval dat momenteel vertoeft in een garage in de buurt van Schagen.

Hoewel de term ‘gemotoriseerd geval’ de werkelijkheid waarschijnlijk het meest recht doet wordt ze door ons ook wel liefkozend Het Groene Gevaar genoemd. Ja, ik ben in het bezit van de ultieme retrodroom: een camperbus. En ja, ik voel jullie jaloerse blikken wel nederdalen op deze onschuldige gedrukte lettertjes. Maar geloof me, het is niet niets. Het Groene Gevaar is als een ongetemd raspaard. Topkwaliteit, maar je moet het er wel uit weten te halen.

Het Groene Gevaar was niet altijd groen. De mythe begint bij een morsige autodealer in de buurt van Alkmaar die ons uit alle macht een vers opgeboend campertje probeerde aan te smeren. Wetende dat we zouden komen, had hij zijn zoons opdracht gegeven het glimmende campertje pontificaal op de oprit van het terrein te plaatsen. Die was natuurlijk te duur. Maar daar, tussen roestige auto-onderdelen en tonnen met ondefinieerbare vloeistoffen glimlachte ze ons tegemoet. Een oranje snoetje. Met aan weerszijden een Hollandse kampioensleeuw erop en de historische leus ‘Aaaaanvalluuhh!’

Op nog geen kilometer van de autodealer kwam er al dikke zwarte rook onder de motorkap vandaan. Na een keer of drie teruggeweest te zijn en zes potten groene lakverf later, konden we op pad richting Lissabon. Dat pad voerde al snel naar een dik mannetje met een uilenbrilletje, de eigenaar van een kleine rommelige garage in een Noord-Frans dorpje. We hadden het eerst bij een hypermoderne Renaultgarage geprobeerd, maar daar jaagden ze ons en onze Renault Traffic uit 1985 al snel van het terrein af. Het mannetje daarentegen had het euvel zo gefixt: gratis en voor niets. Misschien houdt mijn geheugen me voor de gek maar volgens mij staken er twee engelenvleugeltjes uit zijn blauwe bevlekte overall.

Lissabon hebben we gehaald! Met 45 kilometer per uur bergop en, met een gemiddelde buitentemperatuur van 28 graden, de verwarming maximaal aan om de koeling te sparen. Het is een topper, ons Groene Gevaar. Met tranen in mijn ogen liet ik hem vorige week dan ook achter bij de West-Friese garagehouders. En toen gisteren dat verlossende telefoontje! Hij wordt gemaakt. The Saga continues.

    • Kimon Moerbeek