Het geestesoog ziet advocaat

Goed, we waren aan het taart bakken, de spectaculaire en heerlijke citroen-méringue laagjestaart van Nigella Lawson. De vormen stonden gisteren op papier al in de oven, we willen graag weten of ze gaar zijn.
En we moeten nog lemoncurd maken, een product waar geen goede Nederlandse naam voor is, maar dat eigenlijk een heel dik soort citroenvla is.

O, mmm, als je er aan denkt gaan de speekselklieren al werken. Geheimzinnig is dat toch – je denkt vaak dat je je smaken en geuren niet echt kunt herinneren, evenmin als pijn, maar soms heb je ze ineens tóch te pakken.

Of is het dan niet de smaak die de speekselklieren alvast in werking zet, maar alleen de voorstelling van het zuur?Je kunt soms echt enorm zin in iets hebben –- ik heb wel eens last van langskomende gerechten als ik zit te lezen bijvoorbeeld. Als iemand ergens het woord ‘spaghetti’ laat vallen – vreselijk. Dan zie ik schalen vol spaghetti – eigelijk altijd met bolognesesaus of spaghetti carbonara – voor mijn geestesoog langsdampen en kan bijna nergens anders meer aandenken. En vaak genoeg gebeurt dat ook zónder dat er aanleiding voor is, trouwens, dan komen helemaal vanuit het niets die schalen spaghetti aanzweven en veroorzaken enorme belustheid.

Wat voor sensaties zijn dat? Het is niet dat ik de smaak al echt proef geloof ik, maar meer een zo waarheidsgetrouw mogelijke inbeelding van de structuur, het mondgevoel, de geur, de bevrediging, de smeuïgheid, gemengd met de herinnering aan de bevrediging die je ondervond bij het eten. Zoiets.

Zin in iets hebben is een onopgehelderd fenomeen vind ik. Het is ook niet altijd goed als je eraan toegeeft: een poos geleden zweefde almaar een glaasje advocaat met slagroom langs datzelfde geestesoog en toen ben ik op de fiets gesprongen en een fles advocaat gaan kopen. EN slagroom natuurlijk.

Het eerste glaasje was inderdaad zalig, maar de vergissing was dat ik dacht dat ik er zó veel trek in had  en er zoveel moeite voor had gedaan dat een tweede glaasje wel op zijn plaats was.

Een tweede glaasje advocaat met slagroom is nóóit op zijn plaats. Bleek.

Enfin, we gaan verder met de taart en de lemoncurd.

Wat de taart betreft:
controleer met een breipen, in de vorm met het gladde eiwitschuim, of de cake gaar is.
Los nu de vorm met het gladde eiwitschuim met het schuim naar beneden. Bestrijk de cakekant met lemoncurd.
Klop de slagroom stijf en spatel die daar bovenop. Leg de andere cake, die met de piekjes, als-ie voldoende is afgekoeld weer  bovenop de slagroom.

Laagjestaart met méringue (2)

Voor de lemoncurd:

  • sap en rasp van twee citroenen
  • 2 grote eieren
  • 2 grote eierdooiers
  • 150 g suiker
  • 100 g boter

Meng voor de lemoncurd het citroensap met de citroenrasp en klop de eieren, de eierdooiers en de suiker door elkaar.
Laat in een pan met een dikke bodem de boter smelten en roer daar het citroensap door en het eiersuikermengsel.
Blijf roeren tot het geheel dik wordt, je moet echt een stevige vla overhouden.

Laat de curd afkoelen, terwijl je af en toe roert en gebruik zoveel als je nodig hebt voor de taart.
Doe de rest in een schone pot en gebruik die voor als je binnenkort weer zo’n heerlijke taart gaat maken. Of smeer ‘m gewoon op eenplak cake of zoiets.

    • Marjoleine de Vos