Gelovige met twijfel kan studeren in Groningen

Sinds kort heeft de theologische faculteit in Groningen een nieuwe leerstoel voor predikanten. Geloofstwijfel krijgt de ruimte in de opleiding.

De theologische faculteit van Groningen kreeg vijf jaar geleden een harde klap te verwerken. In 2004 besloot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) de predikantsopleiding daar te sluiten. Het aantal kerkleden daalde en er moest dus worden bezuinigd. Ook de kerkelijke opleidingen in Amsterdam (Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam) verloren hun status of gingen dicht. Wie dominee wilde worden kon nog kiezen uit Leiden, Kampen of Utrecht. „Het gevolg was dat velen dachten dat je dus helemaal geen theologie meer kon studeren in Groningen”, zegt de decaan van de theologische faculteit, prof. Geurt Henk van Kooten. „De studentenaantallen liepen hier terug.”

Maar Groningen is bezig zich van die klap te herstellen. Andere rijksuniversiteiten brachten de theologie onder bij cultuur- of geesteswetenschappen, waardoor ze minder zichtbaar werd. Maar in Groningen bleef de faculteit voor Godgeleerdheid & Godsdienstwetenschap zelfstandig bestaan. „Mede door haar excellentie in onderzoek en onderwijs”, zegt Van Kooten. „Wij merken ook dat er hier in de regio behoefte blijft aan een zelfstandige theologische faculteit. De postacademiale nascholing slaat aan. Ze trekt veel belangstelling van predikanten uit Groningen, Friesland en Drenthe. Die vinden de kerkelijke nascholing in Doorn ver weg.”

Ook het aantal ‘gewone’ studenten groeit weer. Dit jaar zijn zestien studenten aan de studie theologie begonnen en 43 aan de opleiding godsdienstwetenschap. Van Kooten: „Dat is een groei van 20 procent ten opzichte van 2008.”

De nieuwe leerstoel, die officieel ‘Protestantse Kerk, Theologie en Cultuur’ heet, herstelt via een bypass het contact tussen de faculteit en de kerken in de regio. De leerstoel is het initiatief van ds. Rudolf Oosterdijk uit Haren. Hij kreeg voor zijn idee snel steun van collega’s, kerkenraden en particulieren. De regionale kerkelijke organen in Groningen en Drenthe bleken bereid zijn initiatief financieel te ondersteunen.

„De instelling van de leerstoel is een dubbel signaal”, aldus Oosterdijk. „Het is een signaal naar de PKN dat ze het noorden niet moet vergeten. En het is een signaal dat de activiteiten aan de theologische faculteit niet los moeten komen te staan van de protestantse theologiebeoefening. Andere stromingen hebben terecht een plaats aan die faculteit: het Humanistisch Verbond en de vrijzinnige Zwinglibond hebben in Groningen een eigen leerstoel. Dan moet de protestantse theologie er toch zéker één hebben, zodat studenten al in een vroeg stadium daarmee kennis kunnen maken.”

Rector Gerrit Immink van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) vindt betrokkenheid van Groningen bij de protestantse theologie een goede zaak, maar zet wel vraagtekens bij de leerstoel, die weer een relatie met de PKN suggereert. „Het is een wat vreemde figuur, omdat de PThU voor de opleiding van predikanten verantwoordelijk is. Het is de vraag of de instelling van deze bijzondere leerstoel de goede weg is.”

De Zuidlarense predikant Wouter Slob, die al filosofie doceert in Groningen, gaat als bijzonder hoogleraar het onderwijs verzorgen. Hij wil eerst een project rond geloofstwijfels opzetten. Predikanten worden in hun pastorale praktijk vaak met twijfel geconfronteerd. Volgens Slob hoeft twijfel geen begin van ongeloof te zijn; het kan net zo goed een stap naar geloven zijn. „Door zulke vragen aan de orde te stellen wil ik de academische theologie dichter bij de praktijk brengen”, aldus Slob. „Niet dat ik wil aanzetten tot twijfel, maar ik constateer dat de kerk de neiging heeft de hakken in het zand te zetten als de oude waarheden onder vuur komen te liggen. Het gaat me erom dat de kerk niet tegenover de moderne cultuur staat, maar er middenin.”

Decaan Van Kooten zegt dat het kerkelijk initiatief hem „aangenaam verrast” heeft. De leerstoel past naadloos in het profiel van de Groningse faculteit, die altijd veel oog heeft gehad voor de verhouding van religie, cultuur en maatschappij. „Ik denk niet alleen aan de ethische theologie van het begin van de negentiende eeuw, maar vooral aan het werk van de godsdienstwetenschapper Gerardus van der Leeuw (1890-1950), die daarvoor veel aandacht had. De nieuwe leerstoel past ook binnen de grote variatiebreedte van de huidige faculteit: van traditionele gelovigen tot overtuigde atheïsten en alles was daar tussenin zit. Buitengewone leerstoelen hebben een brugfunctie tussen wetenschap en het maatschappelijk veld. Ook de kerk is zo’n maatschappelijk veld. En daarin kunnen onze studenten zich nu laten scholen.”

    • Herman Amelink