'De wapenwedloop moet ophouden'

Rivaliteit kenmerkt de verhouding tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen. Die zit een toekomstgerichte ontwikkeling in de weg, vinden twee deskundigen.

Cijfers over marktaandeel en overslag monopoliseren nog steeds de onderlinge verhouding tussen de Rotterdamse en Antwerpse haven. „Een oud debat”, vinden Marcel van Gils, consultant bij adviesbureau Strategy Works en Lars Gerrits, expert bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „De grootste willen zijn zegt niets over de kwaliteit die havens aan de omliggende regio bieden.” Ondanks de groei in capaciteit van de afgelopen jaren is de tewerkstelling in beide havens stelselmatig achteruit gegaan. „De onderlinge wapenwedloop moet dus stoppen”, vinden beide onderzoekers. Het debat over marktaandeel gaat volgens hen volledig voorbij aan wat de ideale haven voor de toekomst kan zijn in de zone tussen Le Havre en Hamburg.

Hoe moet een dergelijke haven er uitzien?

Van Gils. „Die moet zich specialiseren en complementair zijn met de andere zeehavens in Noordwest-Europa, en op die manier voldoende toegevoegde waarde blijven bieden voor zijn directe omgeving. Nu is dat niet het geval. Antwerpen is een haven die zich fysiek steeds verder uitdiept om bereikbaar te blijven voor grote containerschepen, terwijl er in Rotterdam met de Tweede Maasvlakte straks 55 vierkante kilometer zeehaven bijkomt. Ondanks die groei aan ruimte en capaciteit, is het aantal banen in beide havens al decennia aan het krimpen.”

Waar gaat het mis?

Gerrits. „De strijd om marktaandeel is een vals argument om niet naar de lange termijn te hoeven kijken. Aan het einde van de dag denkt elke havenbestuurder nog steeds: hoeveel containers hebben we vandaag verscheept? Je vindt die overslagcijfers terug in elk persbericht. Alle respect voor de manier waarop president-directeur Hans Smits de haven van Rotterdam bestuurt. Hij doet dat goed, maar er is meer aan de orde dan de situatie van vandaag.”

Die eenzijdige focus op capaciteit is volgens jullie een gevaarlijke tendens.

Van Gils. „Rotterdam is nog steeds een op- en overslaghaven met een relatief hoge geluidshinder, veel CO2-uitstoot en een verregaande impact op de omliggende ruimte. Ook andere Noordwest-Europese havens zoals Antwerpen, Hamburg en Le Havre, hebben dezelfde beperkingen. Elk probeert op zijn eentje verder uit te breiden, en wie als eerste klaar is met de infrastructuur hoopt zoveel mogelijk marktaandeel van de ander te kunnen binnenhalen. Het gevaar is dat we op elkaar beginnen in te teren. Op middellange termijn dreigt er een absolute overcapaciteit.”

Wat belet Rotterdam en Antwerpen om meer samen te werken?

Gerrits. „Een aantal dingen is onbespreekbaar in Rotterdam. Bijvoorbeeld dat een haven ook kleiner en beter kan worden. Dat is not done.”

Van Gils. „Samenwerking vereist opsplitsing van taken. Uiteindelijk komt het erop neer dat een strategische langetermijnvisie nodig is om te bepalen welke taken Antwerpen en Rotterdam ten opzichte van elkaar zullen krijgen.”

Zijn beide concurrenten gedoemd om met elkaar samen te werken?

Gerrits. „Er is geen andere keuze. Als afzonderlijke havens hebben Antwerpen en Rotterdam geen rooskleurige toekomst. De weerstand van het publiek tegen een verdere uitbreiding van de overslag zal alleen maar toenemen. Dat merk je nu al aan het referendum in Antwerpen over de Lange Wapper en de ontsluiting van de stadsring. Een cruciaal debat, omdat die verkeersader de doorvoer van en naar de Antwerpse en Rotterdamse haven beïnvloedt. Een zelfde discussie was er ook bij de Tweede Maasvlakte, met ellenlange procedures tot gevolg.”

Van Gils. „Geld- en goederenstromen zijn in hoge mate ruimtelijk mobiel of footloose geworden. Het is dus vreemd dat havens elkaar bevechten terwijl verregaande samenwerking juist een veel hogere meerwaarde kan opleveren. De Rotterdamse en Antwerpse haven hebben erg veel met elkaar gemeen. Maasmond en Westerschelde liggen zo dicht opeen dat een Chinese reder amper weet welke haven aan welke stroom ligt. Voor een terminaloperator uit China of India maakt het eigenlijk geen verschil of hij in Nederland of België is gevestigd. De vervoersstromen van beide havens overlappen elkaar dan ook in het achterland.”

Jullie pleiten voor een einde van de wapenwedloop tussen beide havens?

Van Gils. „Jawel. Door onderling capaciteit uit te wisselen zouden Rotterdam en Antwerpen veel beter de fluctuaties in hun overslagcijfers tijdens economische hoog- en laagconjunctuur kunnen opvangen. In 2008 boekten beide havens recordcijfers. Wie focust op expansieve groei in gunstige tijden, kan heel hard stijgen, maar daarna kan je ook heel diep vallen. In 2009 kromp de goederenoverslag in Rotterdam op één jaar tijd met 8,5 procent en in Antwerpen met 16,7 procent, zo blijkt. Eerst verloor Rotterdam aan marktaandeel ten opzichte van andere havens in de zone tussen Le Havre en Hamburg, en dan steeg het marktaandeel weer. Er schoven dus massieve pakketten van de ene haven naar de andere.”

Hoe moet een verregaande samenwerking er dan concreet uitzien?

Van Gils. „De Antwerpse haven ligt zeer diep landinwaarts en is in staat om het achterland te bedienen zonder het bestaande wegennet al te zeer te belasten. In die zin zou Antwerpen veel meer zeevervoer op korte afstand – de zogeheten short sea – uit Rotterdam kunnen aantrekken. En Rotterdam zou zijn centrale positie als Europese petroleumhaven kunnen verbeteren door de pijplijninfrastructuur naar Antwerpen verder door te trekken. Beide havens kunnen zich samen versterken met het oog op een gezamenlijke groei van hun marktpositie tegen 2040. Maar dit vereist een langetermijnvisie.”

Gerrits. „Ook havens in Zuid-Europa en aan de Zwarte Zee concurreren nu met Rotterdam en Antwerpen. We kunnen maar beter de handen in elkaar slaan.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel ‘De wapenwedloop moet ophouden’ (30 december, pagina 15) wordt L. Gerrits, expert bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Lars genoemd. Zijn naam is Lasse Gerrits.

    • Piet Depuydt