De strafrechter

Bent u rechten gaan studeren met als doel strafrechter te worden?

„Nee, voor mij is dat niet zo gegaan. ik ben ermee begonnen omdat het me een leuke studie leek. Het is algemeen vormend, je leert analytisch denken en ik was geïnteresseerd in de verschillende rechtsgebieden. Ik ben strafrechtadvocaat geworden. Eigenlijk was strafrecht mijn bijvak, een soort hobby naast civiel recht, maar uiteindelijk heb ik ervoor gekozen daarmee verder te gaan. Het strafrecht staat middenin de samenleving en is juridisch complex.”

Hoe vaak bent u in de rechtszaal?

„Ik zit één dag in de week in meervoudige kamer en één dag zit ik er als politierechter. De meervoudige kamer is voor zaken met een grote maatschappelijke impact, zwaardere misdaden of complexe zaken. Dan zijn er drie rechters die gezamenlijk het vonnis schrijven. Als politierechter doe je dat alleen. Dat is voor zaken waar minder dan een jaar gevangenisstraf opgelegd kan worden. De andere twee dagen bereid ik zaken voor en schrijf ik het vonnis.”

Heeft u bepaalde doelen die u over tien jaar bereikt wilt hebben?

„Ik ben niet echt een carrièreplanner. Ik volg nu een cursus om zelf rechters op te leiden. Ik geef ook les aan advocaten in de beroepsopleiding advocatuur. Ik ben erg leergierig en er is bij het eigen opleidingsinstituut van de rechtbank zoveel kennis waar je gebruik van kunt maken. Dat is het mooie van dit vak, je raakt nooit uitgeleerd. Soms moet je jezelf opsluiten in de bibliotheek om te piekeren over een vonnis. Als je dat uitdagend vindt, is dit een heerlijk beroep.”

    • Leendert van der Valk