'De Palestijnen is zestig jaar onrecht aangedaan'

In haar tien jaar aan het hoofd van de VN-organisatie UNRWA heeft Karen Abuzayd Gaza achteruit zien hollen.

UNRWA Commissioner General Karen AbuZayd heads a session at a conference of the Palestinian relief and works agency’s donor countries at the Dead Sea, Jordan Wednesday Nov. 18, 2009. Representatives from host and donor countries as well as UN agencies and NGOs are discussing UNRWA's financial difficulties in the two-day event. (AP Photo/Mohammad abu Ghosh) AP

De meubels van Karen Koning Abuzayd getuigen in stilte van het drama waarin de Gazastrook in tien jaar tijd is gestort. In 2000, Abuzayd was net benoemd tot plaatsvervangend commissaris-generaal van de VN-hulporganisatie voor Palestijnen (UNRWA), liet ze in een bui van naïef optimisme haar meubilair overbrengen naar haar nieuwe huis in Gaza-stad.

Deze week, als Abuzayd afscheid neemt van het Midden-Oosten, zal ze haar spullen moeten achterlaten. De Gazastrook is volkomen geïsoleerd. „Eén doos mag ik meenemen, de rest mag Gaza niet meer uit.” Ze denkt even na. „Ik zeg dit niet omdat ik zo zielig ben. Maar het staat wat mij betreft symbool voor de hard verslechterde situatie in Gaza.”

Tien jaar Gazastrook heeft het humeur van Karen Koning Abuzayd (een Amerikaanse met Nederlandse grootouders en een Soedanese echtgenoot) niet bedorven. Na een lange carrière in de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR werd ze naar de Gazastrook gestuurd. Vanuit Gaza-stad kreeg ze de zorg over ruim 4,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Syrië en Libanon. De helft van de anderhalf miljoen inwoners van de Gazastrook is afhankelijk van de voedselhulp van UNRWA.

Abuzayd: „Ik had oorlogen in Bosnië, Sierra Leone en Soedan meegemaakt. Dit zou anders worden, bijna een soort opbouwmissie. Het was de veiligste plek waar ik ooit gewoond had. Als je je portemonnee kwijtraakte, werd die de volgende dag terugbezorgd.”

Het liep anders. De tweede intifadah brak uit, met desastreuze gevolgen voor de Gazastrook. Sinds 2005, het jaar dat ze de volledige leiding over UNRWA kreeg, is het volgens Abuzayd alleen maar slechter gegaan. „De laatste oorlog, nu een jaar geleden, was het absolute dieptepunt. Mensen zaten gevangen, er was echt geen plek om te schuilen. De bommen vielen overal.”

Abuzayd herinnert zich dat het Israëlische leger begin 2000 een huis verwoestte in Rafah, aan de grens met Egypte. „Nóú zeg, dat was een groot incident! Wij dienden meteen protest in en gingen helpen. Maar een paar weken later ging ook het huis ernaast plat, en toen een heel huizenblok. Vandaag de dag is er geen onbeschadigd huis meer te vinden in Rafah. Het is hard achteruit gegaan. Wie zegt dat het altijd al slecht ging in Gaza, heeft geen geheugen.”

In welk opzicht verschilt het Israëlisch-Palestijns conflict van de brandhaarden die u hiervoor heeft meegemaakt?

„Nergens wordt mensen zo vaak hoop gegeven, die daarna weer de bodem wordt ingeslagen. Het probleem van de Palestijnse vluchtelingen duurt oneindig lang, gemeten aan andere conflicten in de wereld. Toen UNRWA in 1949 werd opgericht, waren er tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog 800.000 Palestijnen ontheemd geraakt. Dat aantal is gegroeid tot 4,5 miljoen. Het is bovendien ongekend dat de vluchtelingen die in Gaza terecht zijn gekomen, zelfs hier moeten vrezen voor hun leven. Normaal gaan vluchtelingen naar een gebied waar het veilig is, hier is dat onmogelijk.”

In scherpe columns en speeches liet Karen Abuzayd de afgelopen paar jaar steeds minder haar diplomatieke gezicht zien. Ze wond zich op over de blokkade van de Gazastrook, het geweld tijdens de oorlog van een jaar geleden, en de uitzichtloze positie van de vluchtelingen. „Ik heb laatst de Universele verklaring van de Rechten van de Mens erbij gepakt. Ik ging turven hoeveel van die rechten opgaan voor de Palestijnen hier.” Ze bonkt op tafel. „Niet één. Niet één! Zestig jaar duurt dit onrecht al. In Bosnië zag ik dat partijen na verloop van tijd de ellende zat worden en aan een oplossing gaan werken. Hier duurt het eindeloos voort.”

Het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen is onder uw leiding niet dichterbij gekomen.

„Nee. Ik heb gestreden voor het recht op keuzevrijheid van de Palestijnse vluchtelingen om te wonen waar ze willen. Dat is niet alleen een mensenrecht, zonder een regeling van dit probleem is het conflict onoplosbaar. Het thema staat alleen niet bovenaan de diplomatieke agenda. Israël weigert de vluchtelingen terug te laten keren, einde discussie.”

Wat vindt u van de houding van de internationale gemeenschap?

„Die vond ik te ... hoe zal ik het zeggen.. te...”

Voorzichtig?

Ze schatert het uit. „Nou, dat is wel een understatement!”

U voelt zich in de steek gelaten?

„Het Westen is onze belangrijkste donor, en ik ben erkentelijk voor zijn bijdrage. Tegelijkertijd moeten ze begrijpen dat ze betalen voor het voortbestaan van onrecht. Een oplossing van het conflict brengen ze niet dichterbij.”

Wat moet de internationale gemeenschap volgens u doen?

„Kleine stapjes helpen niet. De wereld keurt de bezetting stilzwijgend goed door met Israël te onderhandelen over details zoals het tijdelijk openen van een grenspost, en het recht op terugkeer van de vluchtelingen niet te noemen. Het is een illusie om te denken dat het opheffen van een wegversperring hier of een controlepost daar zal leiden tot een oplossing.

„Nog altijd is de Gazastrook bezet, alhoewel Israël zich er in 2005 formeel uit terugtrok. Hier zitten anderhalf miljoen mensen vast. Ze kunnen niet zonder speciale toestemming weg om te winkelen, te studeren, of wat dan ook. Israël controleert de levens van de Palestijnen hier volledig. Dan moet je je niet vermoeien met details.”

U doelt op de benadering van het Kwartet [VS, VN, EU en Rusland, red.], dat vooral naar praktische, kleinschalige oplossingen zoekt?

„Geen commentaar.”

U vindt het niks?

„Het is een miskenning van het probleem. Het Kwartet zegt tegen Israël: maak het dagelijks leven van de Palestijnen draaglijker. Maar het is hetzelfde Kwartet dat Hamas voorwaarden stelt voordat het aan de onderhandelingstafel mag meepraten. Daarmee helpt de internationale gemeenschap zelf mee aan de blokkade.”

Vindt u dat er met Hamas gepraat moet worden?

„Isolement werkt niet. Het heeft desastreus uitgepakt. Hamas heeft in 2006 de verkiezingen gewonnen en kan zeggen: ze moeten ons niet. Daarmee geven we de extremisten ruim baan. Ik praat niet met Hamas-vertegenwoordigers, en dat ervaar ik als een grote handicap. Op lager niveau gebeurt het wel, ook omdat we over praktische zaken zoals onze scholen en de ziekenhuizen moeten overleggen.”

    • Guus Valk