Blijf toch gewoon thuis en lees een boek

Oudejaarsnacht lijkt het bewijs dat Nederland collectief lijdt aan een theatrale persoonlijkheids-stoornis, betoogt Christiaan Weijts.

Bij elke jaarwisseling moet ik eventjes aan Boudewijn Büch denken. Die vierde het niet of nauwelijks. „Oudejaarsavond? Dan blijf ik thuis, een beetje plaatjes draaien”, vertelde hij eens bij Barend & Van Dorp.

Stiekem ben ik wel jaloers op die houding. Ik heb me namelijk nooit goed raad geweten met dat ‘uiteinde’ (als in het ‘prettig uiteinde’ dat kassameisjes ons toewensen). Maar wie maandag aan collega’s en vrienden vertelt dat hij gewoon thuis is gebleven, plaatst zichzelf toch wel een beetje buiten de samenleving. Zeker sinds de millenniumwisseling móet je iets spectaculairs doen met de jaarwisseling.

Maar wat? Trek je de stad in, dan kun je vrijwel uitsluitend terecht bij de vetste mega dance events, inclusief champagne-ontbijt, waarvoor je lang van tevoren reserveert en honderd-zoveel euro neertelt. Het handjevol kroegen dat zich aan die formule onttrekt, is zó stampvol dat je je platgedrukt een weg door de massa moet banen. Nee, verstandige mensen vertonen zich op oudejaarsavond niet op straat, evenmin als met Koninginnedag.

Mensen die het uitgaansleven ontgroeid zijn en toch niet voor saaie pieten willen doorgaan, kiezen er veelal voor om naar een Europese hoofdstad af te reizen, vermomd als liefdeskoppel. Zo belandde ik een aantal jaren geleden in Rome. Ik kende mijn vriendin nog niet zo lang en had dus alle reden om indruk te willen maken. Ik reserveerde een bed om de hoek van de Engelenburcht, en een tafel in de wijk Trastevere voor de traditionele Cenone di Capodanno (‘Grote Maaltijd van het Hoofd van het Jaar’).

Die avond leerden we twee dingen: dat de straten van Rome, met hun ruitvormige keitjes, uitermate ongeschikt zijn voor naaldhakken, en dat Italianen, ondanks hun reputatie van uitbundigheid, de jaarwisseling veel bedeesder vieren dan Nederlanders. Buiten was er noch vuurwerk noch hysterie. Zoals in veel landen, is de jaarwisseling in Italië een gebeurtenis die je met familie viert.

Goed, het zal niet in alle landen zo kalm zijn, maar de waanzinnige vuurwerkorgie die wij er van maken is wel uitzonderlijk. Wie hier per ongeluk op doorreis passeert in de nacht van 31 december op 1 januari, heeft alle redenen om aan te nemen dat er een kleine burgeroorlog is uitgebroken. Veel doorgaande wegen zijn gebarricadeerd met brandstapels. Duizendklappers ratelen, vuurpijlen fluiten de hemel in. Overal ligt verbrijzeld glas. Complete automobielen gaan in vlammen op. Naar de ziekenhuizen komt een constante stroom gewonden op gang.

Ook brandweer- en ambulancepersoneel is doelwit van agressie. In veel steden en dorpen is daarom het ‘supersnelrecht’ van kracht, een paardenmiddel om de massa in het gareel te houden terwijl troepen ME’ers paraat staan.

Is het onze volksaard, om zo uitbundig te feesten? Ik vrees van wel. Oudejaarsnacht lijkt elk jaar weer meer bewijs te willen leveren voor mijn vermoeden dat we collectief lijden aan wat in de psychologie de histrionische of theatrale persoonlijkheidsstoornis heet.

De symptomen hiervan openbaren zich bij uitstek tijdens de jaarwisseling. De patiënt overdrijft bijvoorbeeld emoties die hij niet werkelijk voelt – „drie, twee, één… jáááhááá gelúkkig nieuwjáááár!!!” – en beschouwt zijn relaties als intiemer dan ze in werkelijkheid zijn. Elke vage buurtgenoot krijgt een uitbundig omhelzing op straat, waarna weer een jaar van koele begroetingen wacht.

Met zulke theatrale erupties van geveinsde sentimenten wil de patiënt het gemis van werkelijke gevoelens compenseren. Bovendien is hij een aandachtsjunk, die geen middel onbeproefd zal laten om in het middelpunt te komen, of het nu een extreme fixatie op uiterlijk en seksualiteit is, of het etaleren van onderdrukte agressie, die, na de verplichte overdadige alcoholconsumptie, vrij spel krijgt.

Dat alles steeds heviger moet zijn, past ook bij deze persoonlijkheidsstoornis. Vlak na Kerst gesitueerd, is het jaarwisselingsfeest de overtreffende trap bij uitstek. Nog één keer mag je uit je dak. Daar moet je natuurlijk wel wat van maken. Omdat de innerlijke onvrede van de patiënt ondanks al die dappere en energieke pogingen onverminderd intact blijft, nemen zijn gedragingen steeds extremere vormen aan.

Kijk je met die bril naar het oud-en-nieuwfeest, dan ontkom je er niet aan dat je een beetje medelijden met je landgenoten krijgt. Net als bij een tornado, waarvan het centrum een leeg vacuüm is, draait hun jaarlijkse vuurwerk- en drankoorlog rond een akelige leegte. Op de mestvaal van ons emotionele bankroet bloeien spetterende dance events, jankerige realityshows en stampende househallen. Het belooft allemaal niet veel goeds voor het nieuwe decennium.

Misschien is het tijd om af te rekenen met het taboe op een kalme jaarwisseling.

Zou het niet prachtig zijn, als je maandag op je werk kunt antwoorden: „Oudejaarsavond? Gewoon thuis wat plaatjes gedraaid, en een boek van Boudewijn Büch gelezen.”

Christiaan Weijts is schrijver en columnist van nrc.next

    • Christiaan Weijts