Birmese oppositie zoekt strategie voor verkiezing

In 2010 zijn er voor het eerst in twintig jaar verkiezingen in het militair geleide Birma. Critici vrezen dat die het regime zullen legitimeren.

In een café in het centrum van Rangoon, met goede cappuccino en smoothies, vertelt een activist dat hij zich volgend jaar kandidaat wil stellen voor het Birmese parlement. Het is een verboden onderwerp in Birma. Zijn ogen schieten constant heen en weer, een tafeltje verder zit zijn ‘lijfwacht’. „Als mij iets ergs overkomt, kan hij onopvallend weglopen met mijn mobiele telefoon.”

Hij is nog niet ver met de voorbereidingen. Zoals iedereen wacht hij op de kieswet die het militair regime nog moet bekendmaken. Het gerucht gaat dat politieke partijen verplicht worden naar 80 zetels mee te dingen en een flink aantal regionale partijkantoren neer te zetten, wat duur is. En de financiering is al zo moeilijk. De grootste zakenlieden zitten „in de zak van de generaals”. De eigenaar van een privéscholenketen wilde hem wel steunen. „Maar die wordt nu uitgeknepen door het regime.”

‘Hij’ blijft anoniem in dit verhaal, evenals de andere opgevoerde personen en de auteur. Birmezen die met een buitenlandse journalist praten kunnen jarenlange celstraffen krijgen.

De oppositie is verdeeld over ‘2010’, het jaar dat beslissend kan worden voor de toekomst van Birma. Het militaire regime heeft aangekondigd voor het eerst sinds twintig jaar verkiezingen te houden. Niemand gelooft dat die eerlijk zullen verlopen en tot democratie zullen leiden. Sommige activisten willen de verkiezingen daarom boycotten. Anderen, zoals de aspirant-kandidaat in het café, zijn pragmatischer en zien het als een kans die ze niet voorbij mogen laten gaan.

Hij heeft Birmezen in ballingschap aangeschreven, mensen die net als hij meededen aan de studentenopstand in 1988, die bloedig werd neergeslagen. Partijen mogen niet gefinancierd worden vanuit het buitenland. Maar kunnen ze niet een bedrijf in Birma oprichten om geld naar binnen te sluizen? Ze antwoordden niet.

Veel oppositieleden, vooral die in ballingschap, vinden de vorig jaar ingevoerde grondwet ondemocratisch en vrezen dat verkiezingen het regime legitimeren.

Vervolg Birma: pagina 4

Partij Suu Kyi hangt aan oude principes

Daarom wordt wijziging van de grondwet het speerpunt van de partij van de aspirant-kandidaat. „Als je dat niet zegt, ben je in de ogen van andere activisten een verrader.” Maar hij vindt ook: „Als we niet meedoen met de verkiezingen, wat kunnen we dan wel doen?”

Gewone Birmezen zien alleen nog de voorbereidingen van het regime. In de staatsmedia lezen zij hoe militairen uit de subtop op het platteland wegen repareren en brillen uitdelen. Zij moeten straks hun baan opzeggen omdat militairen in functie zich niet verkiesbaar mogen stellen. Het gerucht gaat dat in regeringszetel Naypyidaw al is besloten wie straks president wordt en generaal Than Shwe opvolgt, die met pensioen zou gaan.

Intussen kan de oppositie niets doen vóór de kieswet er is, als ze geen celstraf wil riskeren. Wie zich toch wil voorbereiden, moet slim te werk gaan. „Je moet werken met de ruimte die de generaals geven”, zegt een leider binnen de gemeenschap van de Karen-minderheid, rijdend in de laadbak van zijn pick-uptruck. Hij vertelt dat de Karen al bezig zijn een politiek platform op te richten in de hoop een stem te krijgen in de nieuwe regering. Ook enkele Karen-generaals zijn betrokken bij deze beweging. „Zodat de regering denkt: die horen bij ons.”

Het establishment binnen de Birmese oppositie kan zo’n aanpak moeilijk aanvaarden. De Nationale Liga voor Democratie (NLD), geleid door de onder huisarrest geplaatste Aung San Suu Kyi, wil alleen meedoen als het regime de nieuwe grondwet wijzigt en alle politieke gevangenen vrijlaat. Iets waarvan niemand gelooft dat het zal gebeuren.

„Als ze meedoet, kan de NLD de helft van de stemmen krijgen”, zegt een ervaren journalist in Rangoon. „Maar ze praten te veel over principes.” Hij probeert vrienden bij de partij te verleiden tot een creatieve aanpak. Bijvoorbeeld door een splinterpartij op te richten die wél meedoet, met een openlijke steunbetuiging van The Lady, zoals Suu Kyi in Birma wordt genoemd. Bij oneerlijke verkiezingen kan de NLD bogen op een boycot, bij eerlijke verkiezingen kan ze winnen. „Maar ik zie geen enkel teken dat ze zo tactisch denken.”

In het chique hotel The Strand vertelt een westerse diplomaat dat ze zich zorgen maakt over de NLD. Het partijbestuur bestaat uit leden die in de zeventig en tachtig zijn. Bovendien is de partij intern verdeeld in hardliners, die nog steeds erkenning eisen van hun verkiezingsoverwinning van twintig jaar geleden, en pragmatici die neigen naar meedoen. „Ik ben bang dat de partij volgend jaar als een nachtkaars uitdooft”, zegt de diplomaat.

Sommige leden van de nieuwe generatie willen niet wachten op politieke veranderingen. Zo vertellen een jonge zakenvrouw, een journalist en de oprichtster van een niet-gouvernementele organisatie (ngo) hoe ze binnen het huidige stelsel hun land proberen op te bouwen. De ngo-oprichtster heeft net in de krant gelezen dat de regering meer ruimte wil geven aan particulier onderwijs en gezondheidszorg. „Daar kunnen kansen voor ons liggen.”

Ze vinden dat het de oppositie ontbreekt aan aansprekende leiders. Ze zien Aung San Suu Kyi wel als heldin. Maar, zegt de journalist, „we weten niet precies waar ze voor staat”. De zakenvrouw vreest dat een plotselinge overgang naar democratie het land tot een burgeroorlog kan brengen. „We hebben 135 etnische groepen, die nu niet vechten omdat ze bang zijn voor de geweren van het leger. Ik weet niet of The Lady dat zal aankunnen.”

Ze verwachten niet dat de verkiezingen eerlijk zullen verlopen. Maar de generaals leren nu tenminste dat ze iets voor het volk moeten doen om gekozen te worden, zegt de zakenvrouw. „Al is het maar zakken rijst uitdelen.” In het gunstigste geval wordt het een goede oefening, zegt ze. Twee van haar vrienden willen zich kandidaat stellen als senator. „Maar niet in 2010. Zij kijken naar de verkiezingen van 2015.”