Ze hebben hun moskee bezoedeld

In Alexandria werden begin december vijf geradicaliseerde jonge Amerikanen opgepakt. Ze wilden aanslagen plegen.

Het laatste half jaar waren er meer dergelijke gevallen.

Security cameras are mounted on all four corners of the Islamic Circle of North America mosque in Alexandria, Va., Thursday, Dec. 10, 2009. The mosque is linked to the five Americans detained in Pakistan and is next door to the home of one of the five, Umar Farooq. Pakistani police said Khalid Farooq, the father of Umer Farooq, had been taken into custody. The father had a computer service and repair business in Virginia and shuttled between the United States and Pakistan. (AP Photo/Cliff Owen) AP

Hier, een half uurtje rijden van het Witte Huis, gingen de vijf jongens naar de moskee. Een vervallen gebouwtje verscholen achter een vestiging van de firma Firestone, voor al uw automaterialen.

Begin december werden de vijf gearresteerd in het Pakistaanse Lahore. Amerikaanse tieners en twintigers onder leiding van de student tandheelkunde Ramy Zamzam. Een jongen met het hoofd van een American footballspeler en een pagina vol vrienden op Facebook.

Volgens de autoriteiten beschikten Zamzam en zijn medeverdachten over genoeg geld – 25.000 dollar cash – en voldoende ideologische bevlogenheid om hun grote doel te realiseren: aanslagen op landgenoten die in het leger vechten tegen de Talibaan en Al-Qaeda in Afghanistan.

In hun moskee zijn op deze kille decemberdag, vlak voordat de duisternis invalt, nog een paar mensen aan het werk. Schuin tegenover glippen pubers een Dunkin’ Donuts binnen, op de nabijgelegen winkelroute ontsteken automobilisten hun koplampen. Een Afro-Amerikaanse trekt op het parkeerplaatsje aan een sigaret.

Ze vertelt, aarzelend, dat ze een van de vijf jongens kent die vastzitten. „Begrijp er niets van”, murmelt ze, en maakt zich uit de voeten. Een oudere man komt uit de moskee lopen, hij wacht de vraag niet af. Het waren „goeie jongens” zegt hij. Actief, prettig, hongerig naar het leven. Nooit iets radicaals aan gemerkt.

Volgens hem ligt het allemaal aan „de computers”. Als jonge moslims eenmaal achter zo’n scherm zitten, verliezen ouders en religieuze leiders greep op ze. En vervolgens verliezen de jonge moslims greep op zichzelf.

„Ze worden meegenomen naar een wereld van heilige oorlog die niets met hun leven hier te maken heeft”, zegt de man, die alleen wil vertellen dat hij „aan de moskee verbonden is”. Een naam geeft hij niet op advies van de politie: de moskee wordt de laatste weken bedreigd.

In het Amerikaanse zelfbeeld was het tot voor kort onbestaanbaar dat in de VS zelf groepen moslims opgroeien die zich aangetrokken voelen tot de heilige oorlog. Specialisten, politici en moslims zelf wisten zeker dat Amerikaanse moslims zo niet zijn. Te goed geïntegreerd, te succesvol. Fundamentalisme en terreur van moslims was een probleem van Europa.

Om een idee te geven: de man die dit jaar door Obama werd benoemd als hoofd terreurbestrijding op Buitenlandse Zaken, Daniel Benjamin, voer drie jaar geleden in de Senaat uit tegen de manier waarop Nederland asielzoekers soms uitzette. Dat moest volgens hem wel leiden tot radicalisering van moslims. Refererend aan de moord op Theo van Gogh zei hij: „Dan isoleren ze zich van de maatschappij.”

Maar de zaak van de vijf jongens uit Alexandria staat niet op zichzelf. Het laatste half jaar was er een reeks strafzaken die draait om gewelddadige moslims. Er was majoor Hasan, de legerpsychiater die niet naar Afghanistan wilde, Allah aanriep en daarna dertien mensen doodschoot in Texas. Er was David Headley uit de buurt van Chicago, zoon van een Amerikaanse kroegbazin en Pakistaanse diplomaat die volgens justitie de terreuraanvallen van Mumbai financierde. Er was Najibullah Zazi, een Afghaanse Amerikaan die succes had als middenstander op Manhattan: hij vertrok naar Pakistan en zou daar zijn opgeleid voor aanslagen in de VS.

„Amerika beleeft een Europees moment. Radicale moslims blijken ook in onze steden en dorpen op te groeien”, zegt Robert S. Leiken, onderzoeker van het Nixon Center in Washington. Leiken rondt momenteel een boek af over radicalisering van moslims in Europa – Europe’s Angry Muslims – en turfde de laatste maanden twaalf gevallen van vermoedelijk terrorisme door Amerikaanse moslims. „Dit kun je geen incident meer noemen.”

De aanhoudende oorlogen in Afghanistan en Irak hebben een radicaliserend effect op moslims in de VS, zegt Leiken. De zaak van majoor Hasan is volgens hem het beste – en onheilspellendste – voorbeeld. „Hij wilde niet naar Afghanistan. En probleem in dit land is wel dat zulke mensen ontstellend makkelijk een wapen kunnen kopen.”

Verder blijken ook Amerikaanse moslims ontvankelijk voor „de misvatting dat alle problemen in de wereld aan de VS te wijten zijn”. En dan is er nog het probleem van de binnenlandse overreactie op moslims sinds 9/11.

Het wil volgens Leiken niet zeggen dat Amerikaanse moslims vergelijkbaar zijn met die in Europa. Hij noemt MI5, dat eerder vaststelde dat er alleen in het Verenigd Koninkrijk al 200 terreurcellen en 2.000 moslims zijn die graag aan de heilige oorlog willen meedoen. „In de VS gaat het om losse groepjes, of eenlingen.”

Toch is de kans wel degelijk aanwezig dat de toestand in de VS vergelijkbaar wordt met die in Europa, zegt Marc Sageman, een van Amerika’s meest vooraanstaande onderzoekers naar terreurnetwerken. Maar volgens hem wordt dat vooral veroorzaakt door de FBI.

Moslims voelden zich zeer Amerikaans na 9/11, zegt hij. Sindsdien zijn ze door de opsporingsautoriteiten zo intensief bespied dat sprake is van diepe frustratie. „Mensen voelen zich terecht in een hoek gedreven.”

Hij herinnert eraan dat na 9/11 vaststond dat Al-Qaeda ‘slapende terreurcellen’ in de VS had. Het gevolg was dat moslimgemeenschappen overal – thuis, op het werk, in moskees – zijn afgeluisterd, gevolgd en geïnfiltreerd. „Mensen voelen zich zwaar gediscrimineerd.”

Vergelijk dat eens, zegt Sageman, met de man die eerder dit jaar de arts/eigenaar van een abortuskliniek in Kansas vermoordde. De verdachte werd gemotiveerd door zijn christelijke geloof, maar niemand in de VS noemt hem christenterrorist. „Dat is het voorrecht van de meerderheid”, zegt Sageman.

De inzet van infiltranten zet kwaad bloed onder moslims. Vooral omdat de meeste strafzaken tot dit jaar niets voorstelden. „De Hofstadgroep, dat was serieus terrorisme. Daarmee vergeleken heeft de FBI alleen maar nonsens voortgebracht.”

Sageman is ook nog niet overtuigd dat de zaken van het laatste half jaar zo ernstig zijn. In sommige gevallen lijkt het erop.

Maar er was ook veel aandacht voor het feit dat majoor Hasan (van de moorden in Texas) contact had met een radicale imam in Jemen. Overdreven, volgens Sageman. „Hasan heeft 21 mails gestuurd en nodigde hem uit naar de VS te komen. De imam stuurde tweemaal antwoord: om te zeggen dat hij niet kwam. Niet het werk van een meesterlijke terrorist, lijkt me.”

Ook over de vijf jongens uit Alexandria heeft hij twijfels. De feiten over de vijf zijn tot nu toe dubbelzinnig. Zij hadden radicale contacten per e-mail, maar toen ze eindelijk in Pakistan waren, wisten ze geen Talibaan te ontmoeten. Tegelijk bleken ze precies te weten hoe je de FBI omzeilt: ze hielden elkaar op de hoogte in conceptmailtjes op een gezamenlijke account. Omdat ze de mails nooit verstuurden, kreeg de FBI nooit achterdocht.

„Ze zijn fout. Helemaal fout”, zegt de oudere man bij de moskee in Alexandria. Het is al donker. Hij denkt dat een flinke straf goed zou uitpakken voor de vijf, vooral omdat ze hun ouders en hun moskee te schande hebben gemaakt.

Maar of dat anderen van radicalisering zal afhouden, durft hij niet langer te zeggen. „De volgende jongen die de verkeerde dingen op de computer ziet, kan er ook weer voor vallen. Wat kun je daaraan doen? Ik wou dat ik het wist.”

    • Tom-Jan Meeus