Wonen in 'n grote flat, vlakbij de groene akkers

De leefbaarheid in Tilburg-Noord is de afgelopen tien jaar achteruitgegaan, blijkt uit landelijk armoedeonderzoek.

In veel andere steden verbeterde de situatie juist.

Nederland, Tilburg, 22-12-09 Wijk Stokhasselt. De antilliaanse Irnaida Lodowica. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

„Echt waar? In Stokhasselt?” vragen mensen ontzet als Irnaida Lodowica (39) vertelt waar ze woont. Negatieve vooroordelen werpen een donkere schaduw over Tilburgs armste wijk. Inwoners als de alleenstaande Antilliaanse moeder Lodowica maken zich zorgen. Slapeloze nachten had ze, nadat een groep jonge Somaliërs en een groep jonge Antillianen elkaar niet ver van haar huis te lijf waren gegaan met honkbalknuppels en stokken. Haar zoon begon net te puberen.

Een landelijk armoedeonderzoek naar leefbaarheid in (middel)grote steden laat een negatieve ontwikkeling zien in de wijk Stokhasselt het afgelopen decennium. Terwijl veel wijken vooruitgingen, zijn in Stokhasselt de bevolkingssamenstelling, veiligheid, publieke ruimte en het voorzieningenniveau verslechterd. In de wijk leeft 26,3 procent van de bewoners onder de armoedegrens, ruim tweeënhalf keer zo veel als gemiddeld in Tilburg. Er wonen 78 jeugdverdachten. Meer dan waar ook in de stad.

Stokhasselt ligt aan de rand van Tilburg in het noorden van de stad. Ten zuiden en westen van de wijk bevinden zich industrieterreinen. Vrachtwagens denderen over de aangrenzende N261 tussen Tilburg en Waalwijk.

Stokhasselt is in de jaren zestig gebouwd: galerijflats en hofjes met laagbouw ertussen. Toen was het een droom om te wonen in de grote flats vlakbij groene akkers. Nu weten mensen niet hoe gauw ze uit Stokhasselt weg moeten komen. Zodra ze werk hebben, meer verdienen, verhuizen ze. 20 procent van de bewoners verhuist binnen een jaar naar een andere wijk.

Stokhasselt is een wijk waar de gemeente al tien jaar lang poogt de leefbaarheid te verbeteren. Vele projecten van afzonderlijke instellingen zijn de revue gepasseerd. Nu pakt Tilburg het anders aan. In 2008 heeft de gemeente drie doelen geformuleerd voor de komende tien jaar. Van Maatschappelijk Werk tot het Centrum voor Buitenlandse Vrouwen, van scholen tot buurtcentra; iedereen gaat zich op deze doelen richten. Eén: alle bewoners boven de armoedegrens. Twee: alle jongeren een startkwalificatie. Drie: elk huishouden een kostwinner.

Die doelen zullen nooit geheel gehaald worden, weten ze bij de gemeente. Daarvoor wonen er in Stokhasselt te veel mensen met sociaal-economische problemen. Daarvoor is de doorstroom te hoog zodat je steeds opnieuw moet beginnen. Tilburg zal nooit klaar zijn met Stokhasselt, maar gelooft in verbetering.

Boven de Chinees op het Verdiplein, het hart van de wijk, werkt Irnaida Lodowica. Ze meldde zich in 2003 vrijwillig aan om zich in te zetten voor de wijk. Ze maakte met een groep Antilliaanse moeders het toneelstuk Mama Preocupa: bezorgde moeders. Over moeders die de grip op hun kinderen verliezen. Omdat zij komen uit een wereld die hun kinderen niet goed kennen en hun kinderen leven in een wereld die zij niet goed kennen. Nu is ze in dienst als activiteitenbegeleider bij woningcorporatie WonenBreburg, eigenaar van bijna 80 procent van alle huizen in Stokhasselt.

„Ik ben de burgemeester van de wijk. Ik woon hier om de hoek. Ik kan niet op straat lopen zonder dat iemand naar me toe komt om iets te vragen”, lacht ze. Goud blinkt tussen haar tanden, de piercing onder haar onderlip schiet omhoog.

Ze wil haar wijk laten zien, maar eerst koffie drinken en erover praten. Het percentage allochtonen is in Stokhasselt de afgelopen vijftien jaar verdubbeld van 30 naar 60 procent. Van de 40 procent autochtonen is het overgrote deel ouder dan 55 jaar en woont al in Stokhasselt zo lang de wijk bestaat. De Turken, Marokkanen, Antillianen, Somaliërs en Surinamers zijn jonger. Vooral gezinnen met kinderen. Veel eenoudergezinnen. Ze blijven kort.

Allochtonen die in Stokhasselt komen wonen, zijn vaak mensen die voor het eerst in Nederland zijn. Bruiden die van ver zijn gehaald, Somaliërs. Vlakbij de wijk is een asielzoekerscentrum met 960 mensen van wie de helft uit Somalië komt. Zij hebben kennissen of familie in Stokhasselt en gaan er wonen zodra ze een verblijfsvergunning hebben gekregen.

Nieuwkomers moeten leren hoe het in Nederland werkt. En dat valt niet mee in Stokhasselt, zei een Turkse man laatst tegen Lodowica. Omdat er zo weinig Nederlandse leeftijdgenoten wonen om van af te kijken.

De koffie is op, de jassen gaan aan. We lopen de trap af naar het Verdiplein, een parkeerterrein met daaromheen wat winkels, de Aldi als trekpleister. Op het Verdiplein geldt een samenscholingsverbod en een verbod om in het openbaar alcohol te drinken. Lodowica wijst naar een aangrenzend enorm flatgebouw met balkons in vele tinten blauw.

„Daar wonen alleen witte oudere mensen. En daar ook. De twee witte flats van de wijk.”

We gaan verder langs het Ypelaerpark. Een mistroostig stukje groen met een watertje in het midden, geflankeerd door galerijflats met tien verdiepingen. „Hé Frans”, roept Lodowica en ze loopt naar een man in donkerblauwe bedrijfskleding. Frans is huismeester in dienst van WonenBreburg. Hij spreekt flatbewoners aan als ze vuilniszakken op de galerij zetten. Bankstellen die in de hal zijn achtergelaten, laat hij ophalen. Hij helpt huurders met lekkages. Hij meldt het als hij kleine kinderen lange dagen alleen thuis ziet zitten. „Zo belangrijk, die huismeesters.”

We wandelen verder. Langs een basisschool in gele noodlokalen die groen zijn uitgeslagen. Niet fraai, knikt Lodowica. „Volgend jaar wordt er een nieuwe school gebouwd.” Dat wordt een centraal punt in de wijk. Met een huiskamer voor ouders. En een plek waar kinderen van nul tot vier spelend Nederlands kunnen leren.

Weer wordt een huismeester gegroet, een praatje gemaakt. We zien betegelde voortuinen. „Veel nieuwkomers weten niet wat ze met een voortuin moeten.” We passeren een vrouwenhuis waar islamitische vrouwen samen koken en naaien. „Wat uiteindelijk leidt tot emancipatie en nog meer eenoudergezinnen.” We lopen langs een skatebaan die is opgeknapt. „Mooi. Alhoewel weinig kinderen in deze buurt geld hebben voor een skateboard.”

Bij de bruin-gele Perosiflat blijven we even staan. De flat wordt ook wel klein Mogadishu genoemd. Er zijn al twaalf jaar lang problemen met qat (een licht stimulerende drug gemaakt van bladeren van de Catha edulis) kauwende en handelende Somaliërs. Die zijn luidruchtig, maken rommel, jagen anderen angst aan. Als we ons omdraaien, zien we basisschool De Lochtenbergh. In een keurig nieuw schoolgebouw. „Geweldig werk doen de leerkrachten daar.”

Terug op het Verdiplein nog even langs de Aldi om wat kerstkransjes te kopen. Net als Alie Feas (84). Geblondeerd haar, weduwe zonder kinderen. Ze woont in de flat tegenover op de elfde etage. Al dertig jaar. En heeft ze het daar naar haar zin? „Ik heb nergens last van”, is haar antwoord op die vraag.

Lodowica schudt haar hoofd. Inwoners van Stokhasselt worstelen met de vooroordelen, dat negatieve beeld. Schrijf alsjeblieft over ons zomerfestival waar mensen van verschillende culturen samen feesten, smeekt ze. Over de voetbaltoernooitjes op het Johan Cruijff court. Over de Antilliaanse muziekgroep Sonic Brass – waar ook haar zoon bij speelt – die zelf geld verdiende voor een twaalfdaagse ontdekkingsreis naar Curaçao.

    • Esther Wittenberg