'Winnen is nooit mijn ambitie geweest'

Dit jaar zag Anky van Grunsven haar aureool van onoverwinnelijkheid afbrokkelen. „Ik leer het meest van de dingen die niet goed gaan”, vertelt de dressuuramazone.

erp ankie van grunsven foto rien zilvold Zilvold, Rien

In het Brabantse Erp laat een bouwvakker een zak met zand van zijn rug glijden om het bezoek te woord te staan. „Daar moet ze ergens rondlopen”, wijst hij in de richting van de bouwkeet van waaruit dressuuramazone Anky van Grunsven tijdelijk haar paardenimperium bestiert. „Maar als u het goed vindt ga ik snel verder, want we hebben vandaag nog een hoop te doen.”

Leslokalen. Gastenverblijven. Een seminarzaal. Een onderwijscentrum. Dat moet de komende maanden allemaal verrijzen op de plek waar de nu 41-jarige Anky van Grunsven de basis legde voor een hegemonie die al zo’n vijftien jaar duurt. Uiterlijk na de Olympische Spelen van 2012 in Londen begint de amazone een tweede carrière: als trainer/coach.

Vorig jaar stond ze veelvuldig in de schijnwerpers. Maar na het behalen van haar derde olympische titel in Hongkong bleef het wat stil rondom de dressuurdiva – een term waar zij zelf overigens een hekel aan heeft. Van Grunsven won dit jaar teamgoud en individueel brons op het Europees Kampioenschap in Windsor, maar haar collega’s Edward Gal en Adelinde Cornelissen streefden haar verschillende keren voorbij.

In het kerstnummer van paardenblad Hoefslag neemt Van Grunsven plaats zeven in op de lijst van Nederlanders die het hippische jaar kleur gaven – achter Gal (ranglijstaanvoerder) en Cornelissen (nummer vier). „Dressuurkoningin Anky van Grunsven zag haar aureool van onoverwinnelijkheid afbrokkelen en greep naast individuele zeges op alle grote wedstrijden”, verklaarde het blad haar relatief lage notering.

De amazone reageert strijdlustig op die kwalificatie. „Bullshit”, roept de vrouw die in haar bijna vijfentwintig jaar lange loopbaan heel wat talent zag komen en gaan. De enige manier om onoverwinnelijk te blijven is volgens haar door vroeg je carrière te beëindigen. „Als ik na mijn olympische titel in Sydney was gestopt, hadden de mensen mij nu misschien ‘onoverwinnelijk’ genoemd. Maar dan was ik die olympische titels in Athene en Hongkong misgelopen. Dus ja, achteraf is het makkelijk praten. Als sporter probeer ik vooral mijn hart te volgen.”

Van Grunsven kreeg dit jaar al zó veel vragen over haar vermeende sportieve aftakeling, dat zij er soms een beetje moe van wordt. „Na ‘Hongkong’ vroeg iemand mij wat mijn toekomstplannen waren. ‘Je wint nooit meer wat’, was de constatering. Ik antwoordde dat ik niet voor anderen rijd, maar voor mezelf. Sterker nog: ik vind het helemaal niet belangrijk wat anderen van mij vinden.”

Hoe kijkt u terug op dit sportjaar?

„De Nederlandse dressuursport als geheel heeft het uitstekend gedaan. Waar de Duitsers werden opgeschrikt door een dopinggeval [van amazone Isabell Werth] en de internationale paardensportfederatie kampte met bestuurlijke perikelen, werden er door Nederlandse ruiters alleen maar successen behaald. Over mijn eigen prestaties ben ik niet onverdeeld tevreden; ik geef toe dat ik een aantal slechte wedstrijden heb gereden. Maar eigenlijk wist ik na Hongkong al dat ik een moeilijk jaar tegemoet zou gaan. Je leeft naar de Spelen toe, je wint, en dan? De motivatie was even weg.”

U lijkt daar niet van te schrikken.

„Nee, want ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik daar weer overheen kom. Een Van Grunsven geeft nooit op hè. Wij gaan door no matter what.” Later zegt ze dat de sportieve inzinkingen stimulerend werken. „Ik leer het meest van de dingen die niet goed gaan. Want alleen dán word ik gedwongen na te denken: wat is er fout gegaan en waarom, hoe los ik het op? Door tegenslag word ik mij ook bewust van de redenen waarom ik rijd. Want geloof me, het is heel makkelijk om af te haken en iets anders te gaan doen.”

Is die gedachte de afgelopen jaren wel eens bij u opgekomen?

„Twee keer heb ik zo’n periode doorgemaakt. De eerste keer was na de Wereldruiterspelen van 1998 in Rome, toen ik zilver haalde, na Isabell Werth. Voor mijn gevoel had ik het beste gereden, dus dat leidde tot een emotioneel dieptepunt. Al snel kwam de vraag: waar doe ik het voor? De tweede keer was na de Olympische Spelen in Sydney. Ik had jarenlang naar dat evenement toegeleefd, won goud, en wist vervolgens even niet meer wat ik wilde. Het was dat ik in Salinero een talentvolle opvolger van Bonfire trof, anders weet ik niet hoe het was afgelopen. Winnen is nooit mijn ambitie geweest; ik wil enkel goed rijden. Maar voor plaats veertig doe ik het niet.”

Zelf ligt u niet wakker van een dip. Maar voor anderen lijkt het groot nieuws als u verslagen wordt door de concurrent.

„Ja, het is tegenwoordig groter nieuws als ik niet win dan als ik wél win. Daar verbaas ik mij ook wel eens over.”

Kunt u goed tegen uw verlies?

Veert op. „Ik héb niet verloren, ik heb keigoed gereden, man!”

Maar afgelopen jaar moest u de zege wel vaak aan anderen laten.

„Kijk, heel vroeger was ik de enige topamazone in Nederland. Twee wedstrijden per jaar wilde ik uitblinken: bij de wereldbekerfinale en het Nederlands kampioenschap. De rest van het jaar probeerde ik nieuwe dingen uit. Als ik dat tegenwoordig doe, is de kans groot dat ik niet win. Maar dat hoort erbij, want als ik niets nieuws probeer, kan ik mezelf ook niet verbeteren. Overigens had ik vorige winter al het gevoel dat Totilas het helemaal zou gaan maken. Dat zag je gewoon aankomen.”

Kijkt u wel eens met jaloezie naar de verrichtingen van Gal en Totilas?

„Nee, als ik daar jaloers op was, zou ik een ongelukkig persoon zijn. Ik prijs mij gelukkig met wat ik zelf heb. Neem Bonfire. Nog voordat ik met hem de olympische titel won, duwden ze mij al een blanco cheque in handen. Ik hoefde alleen maar een handtekening te zetten, maar ik weigerde hem te verkopen. Het is míjn paard, ik ben nog steeds gek op hem.”

Voor Totilas wordt een bedrag van 15 miljoen euro gevraagd.

„Echt waar?”

Het paard doet u niets?

„Het is een gaaf paard met een mooi karakter. Maar wie garandeert mij dat ik dezelfde klik met hem heb als Edward Gal? Nee, zelfs als ik het geld had zou ik Totilas niet kopen. Hij is pas negen. Om zijn carrière volledig te kunnen begeleiden heb ik nog zeven jaar nodig. En als moeder [Van Grunsven heeft een zoon van vijf en een dochter van twee] begin ik niet meer aan nieuwe projecten. Ik heb geen kinderen op de wereld gezet om ze thuis te laten.”

Is het moederschap te combineren met de paardensport?

„Tot voor kort nam ik mijn kinderen mee naar concoursen. Maar nu de oudste leerplichtig is, beginnen de problemen. Het wordt lastig, maar dat wist ik toen ik besloot dat ik kinderen wilde.”

Ze zeggen wel eens dat u veranderd bent door het moederschap. Wat vindt u zelf?

„Ik ben véél softer geworden. En ik kan beter relativeren. Als ik mijn kinderen zie na een slecht optreden in de ring denk ik: who cares? Morgen weer een dag. Als je alles hebt wat je hart begeert, valt de druk van het heilige moeten weg. Dan rijd je alleen nog omdat je het graag wil. En dat laatste is niet onbelangrijk, want ik moet tegenwoordig driedubbel zo hard werken voor mijn punten.”

Zouden juryleden denken: die Van Grunsven staat al zo lang aan kop, nu is het tijd voor vers bloed?

„Daar lijkt het wel op; ik heb geen punt te veel gekregen afgelopen jaar. Dat is frustrerend, maar ik moet ook erkennen dat ik al die nieuwe ruiters verfrissend vind.”

Sporters die lang aan de top staan zijn kwetsbaar, bleek onlangs weer met golfer Tiger Woods. Merkt u daar zelf ook wat van?

Zucht. „Als je eens wist hoe veel hatemail wij soms krijgen. Vanwege onze trainingsmethode worden Sjef [Janssen, echtgenoot en trainer] en ik voor dierenbeul uitgemaakt. Mensen hebben de mond vol van dierenwelzijn, maar weten niet waar zij het over hebben. Het welzijn van onze paarden staat met stip op één.”

Uw Duitse collega Werth stelde onlangs dat succesvolle topsporters veel reden hebben depressief te worden.

„Ik laat mijn leven niet door buitenstaanders verzieken. Maar ik begrijp wel wat Werth bedoelt. Als mensen je altijd op handen hebben gedragen – zoals in haar geval – komt het hard aan als diezelfde mensen je laten vallen na een positieve dopingtest.”

Met u lopen mensen niet weg?

„Als paardensporter word je in Nederland niet op handen gedragen. De NOS trekt bedroevend weinig zendtijd voor onze sport uit. En op het Sportgala worden onze prestaties ondergewaardeerd. De populariteit van sporters lijkt belangrijker dan de prestaties die zij leveren. Dat was voor mij reden dit jaar het Sportgala te boycotten.”

U heeft nogal uitgesproken standpunten. Wel eens een tweede carrière als sportbestuurder overwogen?

„Ik heb jaren in dressuurcommissies gezeten. Als je het goed doet hoor je niemand, als het tegenvalt krijg je gemekker. Bovendien word ik ongeduldig als ik langer dan twee uur op mijn kont zit.”

Dus geen tweede Erica Terpstra?

„Ik zeg nooit nooit. Maar ik vermoed van niet.”