Schaatstempel is toe aan grondige renovatie

Thialf kent een rijke historie in het schaatsen. Maar de tribunes in het ijsstadion zijn minder vaak uitverkocht.

Zonder grote toernooien heeft Thialf geen toekomst.

Sinds zondag strijden op het ijs van Thialf de beste schaatsers van Nederland om startplaatsen voor de Winterspelen in Vancouver. Vier dagen lang topsport, live op televisie. Als er slechts een kort programma is, vertoont het stadion lege plekken. Net als eerder dit seizoen bij NK afstanden en wereldbekerwedstrijden. Dat is niet zo vreemd als schaatsbond KNSB 17,50 euro vraagt voor een staanplaats, zegt Thialf-directeur Jarko Nieweg. „Belachelijk. Dat betaal je toch niet voor anderhalf uur schaatsen? Je moet aan promotie doen en kunt niet aan elk toernooi verdienen.”

Zeker na de overkapping in 1986 stonden schaatstoernooien in Thialf garant voor ‘Carnaval van het noorden’. Op de uitpuilende tribunes werd even hard gejuicht voor Friese en Hollandse als buitenlandse kampioenen. Falko Zandstra en Sven Kramer groeiden op in de ijstempel zoals Johan Cruijff in het oude Ajax-stadion De Meer. Grote kampioenen reden memorabele wereldrecords: Johann Olav Koss, Gianni Romme, Kramer. „Al heb ik zelf de mooiste herinneringen aan het record van Carl Verheijen op de tien kilometer eind 2005”, zegt ijsmeester Beert Boomsma.

Heerenveen bouwt volgens schaatshistoricus Hedman Bijlsma op een lange traditie. „Friesland was het bolwerk van de kortebaan, behoudens Heerenveen. Daar werd op een grote natuurijsbaan al in 1917 en 1922 het Friese kampioenschap op de langebaan verreden. Het publiek stond rijen dik.”

De IJsvereniging Thialf, sinds het 75-jarig bestaan in 1930 voorzien van het predicaat Koninklijk, verkocht het land van de natuurijsbaan en investeerde in 1966 in een kunstijsbaan. Twintig jaar later werd de baan overdekt. „Ze pretenderen de eerste overdekte baan ter wereld te zijn”, zegt Bijlsma. „Maar het Sportforum in Berlijn was een fractie eerder klaar. Heerenveen trok meer aandacht omdat het jaarlijks toptoernooien kreeg. Vanwege financiële moeilijkheden ontving Thialf veel subsidiegeld. In ruil daarvoor kreeg het als enige baan in Nederland de A-status en daarmee het alleenrecht om internationale wedstrijden te organiseren.”

In 2002 had het weinig gescheeld of het stadion was gesloten. Thialf was failliet door „mismanagement, te hoge kosten en te weinig inkomsten”, zegt directeur Nieweg. De schuld bedroeg 14 miljoen euro. Een jaar later keerde de rust terug toen de aandelen in handen kwamen van EAH Holding, gevormd door de sponsors Essent en Aegon en de gemeente Heerenveen. „Sindsdien maken we elk jaar winst”, zegt Nieweg. „Afgelopen jaar was dat 3 ton, na belastingen.”

Aanvankelijk lukte dat vooral door in de kosten te snijden en door onder meer houseparty’s binnen te halen. Nieweg: „We hadden geen keus. Uiteindelijk zijn we ermee gestopt omdat we er steeds minder aan verdienden. De negatieve publiciteit was niet goed voor ons imago.”

André Rieu, nu met enige regelmaat te gast, is beduidend minder controversieel. Maar de economische basis blijft wankel. „Van schaatsen kan een ijsbaan niet leven”, zei zakenman Peter Langendijk zes jaar geleden in NRC Handelsblad.

Desondanks is schaatsen weer de belangrijkste inkomstenbron voor de ijsbaan. Nieweg profiteert van de unieke positie van Heerenveen, dat vrijwel elk jaar een groot evenement krijgt toebedeeld, zoals een EK of WK allround. „Zonder de grote toernooien hebben wij geen bestaansrecht”, zegt de directeur onomwonden. Voor een EK allround vraagt Thialf zo’n 200.000 euro huurkosten aan de KNSB. De horeca-inkomsten leveren zelfs nog meer op. Door dergelijke toernooien uit te smeren over drie dagen, probeert de schaatsbond de huurkosten terug te verdienen. Nieweg: „Als dat terugging naar twee dagen zou het rampzalig zijn voor Thialf en voor de KNSB. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen.”

Maar het gevaar dreigt dat de succesformule te veel wordt uitgemolken. Toeschouwers ergeren zich aan de hoge toegangsprijzen en de tribunes vertonen vooral bij wereldbekerwedstrijden en nationale wedstrijden vaker lege plekken. Het olympische kwalificatietoernooi is al het derde toptoernooi in Thialf dit seizoen. En in maart volgen nog de NK allround, de wereldbekerfinale en de WK allround. „Ik houd mijn hart vast”, zegt Boomsma over de publieke belangstelling aan het eind van het seizoen.

Ook het verouderde stadion is volgens directeur Nieweg een probleem. Duitse concurrenten als Erfurt en Inzell, dat volgend jaar overdekt is, zitten niet stil. Wil Thialf blijven bestaan, dan moet er snel wat gebeuren. „We hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in de baan en de ontvangstruimten. Maar het is natuurlijk niet flitsend. Er zijn mooiere ijsbanen.”

Nieweg is vooral bezorgd over de stijgende energieprijzen, de grootste kostenpost van elke ijsbaan. „Thialf is nu een spons”, zegt hij over het dak, dat na bijna 25 jaar poreus is geworden. „Aan energielasten zijn we volgend jaar 1,2 miljoen euro kwijt. Met een nieuw dak kunnen die lasten met 30 procent omlaag.”

Inmiddels circuleren in Heerenveen twee plannen. Het eerste behelst een nieuw ijsstadion, naast het Abe Lenstra Stadion. Kosten: zo’n 100 tot 150 miljoen euro. Het tweede plan gaat uit van een grondige renovatie van Thialf, waarbij de constructie wordt gebruikt en een nieuwe overspanning wordt gebouwd. Dat plan is ontwikkeld door energiespecialist Bertus Butter, ontwerper van de hypermoderne baan in het Russische Kolomna. „Wij maken nog steeds het snelste ijs ter wereld”, zegt ijsmeester Boomsma, die in de plannen van Butter participeert. „Na de hooglandbanen van Salt Lake City en Calgary staat Heerenveen derde op de wereldranglijst, als snelste baan op zeeniveau. Ik vind dat we vaak negatief worden benaderd, dat irriteert me vreselijk. Geef me in maart lage luchtdruk en het wereldrecord op de tien kilometer is hier nog altijd haalbaar.”