Requiem voor een communist

Ik heb geaarzeld of ik deze rubriek aan het overlijden van Marcus Bakker zou wijden. Hij is al zo lang weg uit het openbare leven en zijn partij, de CPN, is ver achter de horizon verdwenen. Wie kende hem nog? Maar ik kan en wil er niet omheen. Hij heeft voor Nederland en voor mij persoonlijk het communisme belichaamd – en dat is niet hetzelfde als dictatuur en onderdrukking.

Wat we nu, twintig jaar na de val van het Sovjetrijk, nog associëren met het communisme, zijn de resterende autoritaire structuren in China of Cuba, om van het perverse despotisme in Noord-Korea maar te zwijgen. Maar je kunt ook het omgekeerde, verdediging van democratie en vrijheid, met een communistische geschiedenis associëren. Kijk naar Italië, waar de voormalige communistische leider (en generatiegenoot van Marcus Bakker) Napolitano als president tegen de klippen op de grondwet, de parlementaire democratie en de vrijheden verdedigt tegen Berlusconi.

Mensen kunnen zich moeilijk voorstellen dat ik me ooit, als student in de jaren zeventig van de vorige eeuw, heb aangesloten bij de partij van Marcus Bakker. De dichotomie democratie-communisme, het overgeleverde beeld uit de Koude Oorlog, maakt dat zo’n keuze, buiten de omstandigheden van de tijd geplaatst, nauwelijks valt uit te leggen. Hoe maak je duidelijk dat communisten als Bakker inspirerende figuren waren die met hun tegendraadsheid en moed juist een fantastische inspiratiebron waren? Het kostte mij geen enkele moeite om Bakker te associëren met verzet tegen onrecht. Het was een keuze tegen de braafheid, de kneuterigheid, de meegaandheid en de versuffing van het Nederland waarin ik opgroeide.

De communisten hier hadden wat mij betreft niets uitstaande met dictaturen, maar alles met de strijd tégen dictaturen. Ik stond in september 1973 namens de Amsterdamse studentenbeweging op een podium met Marcus Bakker en de toenmalige minister Jan Pronk om te protesteren tegen de staatsgreep in Chili. Daar hadden generaals een bloedbad aangericht en de regering van president Allende, bestaande uit socialisten en communisten, om zeep geholpen. Wat deden de Amerikanen in Vietnam? Waarom steunde Nederland een massamoordenaar als Soeharto in Indonesië?

Selectieve verontwaardiging? Nee, de partij van Marcus Bakker had zich ook gekeerd tegen de Russische inval in Tsjechoslowakije en verklaarde zich later even hard solidair met de dissidenten, met Charta ’77 in Praag en Solidarnosc in Polen. Dus die tegenstelling democratie-communisme in Nederland zag ik niet. Bakker was een gezaghebbend lid van de Tweede Kamer, dat op de bres stond voor de rechten van het parlement, voor het stakingsrecht en voor alles wat hoort bij de rechtsstaat en een open samenleving.

Maar die dichotomie was er natuurlijk wel. Het ondemocratische beginsel is de geboortefout van het communisme – waardoor het in diskrediet is geraakt en waaraan het terecht ten onder is gegaan. Dit is dan ook geen apologie. De geboortefout van het communisme in 1918, toen de Eerste Wereldoorlog in Europa een hele generatie arbeidersjongens had opgeofferd als kanonnenvoer, was de overtuiging dat alleen de wereldrevolutie van het proletariaat redding kon brengen.

Rosa Luxemburg zei het zo bij de oprichting van de Duitse communistische partij: „Alleen het socialisme kan aan allen arbeid en brood verschaffen, kan een einde maken aan de wederzijdse verminking van de volken, kan de geschonden mensheid vrede, vrijheid en waarachtige cultuur brengen. Weg met het loonstelsel! De gemeenschappelijke arbeid moet in de plaats komen van de loonarbeid en de klassenheerschappij. Geen uitbuiters en uitgebuiten meer! In plaats van de werkgevers en hun loonslaven: vrije kameraden van de arbeid! De arbeid niemands last, want ieders plicht! Een menswaardig bestaan voor ieder die zijn plicht tegenover de maatschappij vervult. Pas in zo’n maatschappij zijn de wortels van de volkenhaat en knechting uitgerukt. Pas als zo’n maatschappij is verwezenlijkt, zal de aarde niet meer geschandvlekt worden door mensenmoord. Pas dan zal men kunnen zeggen: Deze oorlog is de laatste geweest! Het socialisme is in dit uur het enige reddingsanker van de mensheid. Boven de ineenstortende muren van de kapitalistische maatschappij vlammen als een vurig mene tekel de woorden op van het Communistisch Manifest: Socialisme of ondergang in de barbaarsheid!”

Maar tegelijk sprak Luxemburg woorden die in het Rusland van Lenin en Stalin en door de hele communistische beweging zo schandelijk verloochend en verraden zijn: „Vrijheid alleen voor de aanhangers van de regering, alleen voor leden van een partij – hoe talrijk zij ook zijn – is geen vrijheid. Vrijheid is altijd alleen vrijheid voor de andersdenkende. Onbeperkte democratie en vrijheid van publieke opinie, vrije verkiezingen, vrijheid van de pers en vrijheid van vereniging en vergadering zijn onmisbaar. In plaats van dictatuur van het proletariaat hebben we dan de dictatuur van een kliek.”

Ziehier de ongeneeslijke tegenstelling waaraan het communisme is bezweken en die ook Marcus Bakker parten heeft gespeeld. De stalinistische kazernementaliteit die in de CPN heerste, stond in flagrante tegenspraak met het streven naar openheid en rechtvaardigheid dat Bakker in het parlement uitdroeg. Zeker, je ging als CPN-lid deel uitmaken van een internationalistische traditie van verzet tegen fascisme, antisemitisme, xenofobie, kolonialisme. Maar je trad ook de traditie van de kazerne binnen. Dat Bakker zich daar nooit van heeft gedistantieerd, bracht hem in conflict met antiautoritaire studenten en feministen die zijn partij ten grave droegen.

„Geen wanstaltige Rus, of wie dan ook, kan mij de trots ontnemen dat mijn geestesrichting, het communisme, de eerste was die tegen de verdrukking in uitging van de gelijkwaardigheid van mensen”, schreef hij in een persoonlijke brief. In dat geloof is hij gestorven, een trots en moedig mens.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)