Rap past perfect bij rock

Bluesman Patrick Carney drumde ooit mee met de platen van Wu-Tang Clan.

Nu brengt hij met het duo The Black Keys rappers en rockers bij elkaar.

NEW ORLEANS - OCTOBER 30: Dan Auerbach of the Black Keys performs during the 2009 Voodoo Experience at City Park on October 30, 2009 in New Orleans, Louisiana. (Photo by Sean Gardner/Getty Images) *** Local Caption *** Dan Auerbach Gardner, Sean

Toen Patrick Carney (29) van bluesrockduo The Black Keys zijn vrienden over het rapproject van zijn band vertelde, reageerden ze allemaal op dezelfde manier. Raprock? Carney spreekt het, aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Akron in Ohio, uit met een stem waar de afkeer vanaf druipt. Hiphop en rock mogen elkaar sinds dag één beïnvloeden, de makers ervan moesten lang niets van elkaar hebben.

Maar Carney is een bluesrocker die leerde drummen door mee te spelen met de albums van rapgroep Wu-Tang Clan, die op zijn beurt de muziekgeschiedenis door een sampler haalde om er een nieuw geluid mee te creëren. Hij vindt D.O.A. (Death Of Auto-Tune) van rapper Jay-Z „een van de beste rocknummers van 2009 met die fantastische swing, harde beat en no-nonsense melodie”. En hij noemt de baanbrekende instrumentale hiphopplaat Endtroducing (1996) van DJ Shadow cruciaal voor de ontwikkeling van rockmuziek. Door de samples op dat album gingen veel jonge rockers „voor het eerst naar psychedelische rock uit de sixties luisteren”, zegt hij.

Voor Carney kortom, lopen de muziekstromingen vloeiend in elkaar over. Dat geldt ook voor het deze maand uitgekomen Blakroc; het samenwerkingsverband van The Black Keys en een aantal gastrappers waarover hij zijn vrienden vertelde. In tegenstelling tot andere, soortgelijke samenwerkingsverbanden wilden hij en zanger/gitarist Dan Auerbach van de The Black Keys geen hybride mix maken van rap en rock. Blakroc moest nadrukkelijk niet worden als de scheurende wereldhit ‘Walk This Way’ die rapgroep Run DMC en rockband Aerosmith eind jaren tachtig uitbrachten, of, recenter, als het succesvolle project van Jay-Z en Linkin Park die hun repertoire letterlijk samenvoegden. Dat waren projecten waarin weliswaar werd gerapt en gerockt, maar waarin de muur tussen rappers en rockers, die in de videoclip van Walk This Way letterlijk wordt gesloopt, overeind bleef.

De synergie die in die nummers wordt gemist, is op het debuut van Blakroc wel aanwezig. De rappers laten zich nadrukkelijk inspireren door levende muziek; ze experimenteren met melodie en dramatische cadans en klinken in sommige gevallen huiveringwekkend intens. En de muzikanten maken in plaats van rockliedjes melancholische soundscapes die dienen als sfeervol decor voor de verhalen.

De muziek ontstond al improviserend in de studio. De rappers moesten ter plekke hun teksten schrijven, terwijl de muzikanten van de rappers te horen kregen welke stukjes muziek hen het meest inspireerden.

Uiteindelijk blijkt de stuwende bluesgroove van The Black Keys een goede ondergrond voor de rappers om te excelleren. Jim Jones bijvoorbeeld, doorgaans een vrij botte en weinig verheffende straatrapper, verliest voortgeduwd door de stoffige bluestonen zijn stoere straatmasker en rapt ingetogener en emotioneler dan ooit tevoren.

The Black Keys en veel van hun gastrappers wijken in Blakroc af van hun standaardrepertoire. Carney: „We hebben de muziek benaderd vanuit het idee dat veel hiphop is gebaseerd op samples van muziek waar we mee opgroeiden.”

Wel waren Carney en Auerbach in eerste instantie erg gericht op gitaar en melodie; het duurde even voordat ze het vaste stramien van couplet-refrein-brug loslieten en vanuit de drum en de bas gingen werken. Dat gaf ze een „gevoel van vrijheid”; ze zijn alweer met een nieuw Blakroc album bezig. „Elke dag benaderen we een liedje op een andere manier. Het kan alle kanten opgaan.”

Het Blakroc-project past in een bredere trend. Natuurlijk, er zijn altijd rappende rockers als Limp Bizkit en rockende rappers als Ice-T geweest. Bovendien is rock een van de muziekstijlen waaruit hiphop ontstond; in de hiphopunderground is altijd gretig gebruik gemaakt van riffs en melodielijnen uit rockmuziek. Maar in de mainstream hiphop nam de invloed af. Illustratief is de richtingenstrijd die in de jaren tachtig losbarstte bij het belangrijkste hiphoplabel Def Jam. Oprichter Rick Rubin was er verantwoordelijk voor de eerste, rauw rockende hiphopalbums van onder meer The Beastie Boys en Public Enemy, maar hij ruimde het veld toen medeoprichter Russell Simmons met de mierzoete liefdesrap ‘I Need Love’ van LL Cool J aankwam. Rubin groeide vervolgens als producer van onder meer Red Hot Chili Peppers, Slayer en Metallica uit tot een rocklegende, terwijl Simmons de peetvader van de huidige mainstreamhiphop werd.

Maar sinds kort schuren de hiphopsterren weer nadrukkelijk tegen rock aan. Omdat status en geld lonken; de markt voor rockmuziek is immers groot. Maar ook vanuit muzikale inspiratie. Zo werkt Jay-Z op The Blueprint 3 met Luke Steele van alternatieve rockband The Sleepy Jackson; telt Timbaland op zijn aankomende album gastbijdragen van OneRepublic en Nickelback; zingt Kanye West een bijdrage op het nieuwe album van 30 Seconds To Mars.

Lil Wayne, de succesvolste rapper van dit moment, rapte talloze freestyles waarin hij schmierend als een rockzanger tekeer gaat op scheurende gitaren en brengt deze maand zelfs een volledig rockalbum uit. In talloze hiphopbeats klinken nadrukkelijke invloeden door uit met name indierock: in melodielijnen, refreinen, riffs en samples.

In een tijd waarin shufflefuncties en playlists ertoe leiden dat muziekgenres kriskras door elkaar worden beluisterd, en waarin door internet de drempel om muziek te ontdekken historisch laag is, is elke kloof in muziek gedoemd te verdwijnen. Logisch, vindt Carney. „Ik ken niemand die bij speelfilms zegt: ik houd alleen van komedies. Waarom zou een dergelijk onderscheid bij muziek wel gemaakt worden?”