Ongewisse toekomst voor Hmong

Thailand heeft de Hmong uit hun vluchtelingenkamp gedreven en op transport gesteld naar Laos waar ze vandaan komen. Voor hun lot wordt gevreesd.

In Laos krijgen ze een huisje met een tuin, zei de Thaise regering over de ruim vierduizend Hmong die het leger vandaag en gisteren het land heeft uitgezet. Met schilden, stokken en 110 trucks dreef het Thaise leger hen het vluchtelingenkamp in Huai Nam Khao uit en terug naar Laos, waar ze vandaan komen.

Hun mobiele telefoons werden gestoord of afgepakt, journalisten en waarnemers moesten op afstand blijven. Desondanks houden de Thai vol dat ze „vrijwillig” zijn vertrokken. Voor het einde van het jaar moesten ze terug, had de minister van Buitenlandse Zaken aan buurland Laos beloofd.

Vluchtelingenorganisaties vrezen dat de Hmong in Laos geen tuintje wacht, maar gevangenisstraf of erger. De etnische groep wordt al decennialang vervolgd door de communistische regering. Volgens vluchtelingenorganisatie UNHCR van de Verenigde Naties zitten bij de vluchtelingen mensen bij die „internationale bescherming nodig hebben”. Zo heeft Thailand ook 158 Hmong gedeporteerd die in vreemdelingendetentie zaten en officieel vluchtelingenstatus hebben, onder wie 90 kinderen.

De Hmong worden in Laos sinds de Koude Oorlog als een vijfde colonne beschouwd. Zij kozen toen de kant van Amerika, dat in Laos een ‘geheime oorlog’ voerde om te voorkomen dat het zich zou aansluiten bij communistisch Noord-Vietnam. Hoewel Amerika zich officieel buiten Laos zou houden, vroeg toenmalig president John Kennedy de geheime dienst om een volk in het land te vinden dat bereid was om voor zijn onafhankelijkheid te vechten en ondersteund kon worden door Amerika. De keuze viel op de Hmong, die volgens de CIA-dossiers ‘agressief’, ‘oorlogszuchtig’ en ‘onbevreesd’ waren.

De koude oorlog kostte aan 18.000 Hmong het leven. Nadat de oorlog verloren was en de communistische beweging Pathet Lao aan de macht kwam, trokken sommige Hmong zich terug in de bergen en bleven vechten. Anderen sloegen op de vlucht. Bijna 150.000 vonden asiel in de Verenigde Staten en enkele andere westerse landen. Maar duizenden mannen, vrouwen en kinderen zouden zich nog altijd in de jungle schuilhouden voor de communisten.

De Hmong die als vluchteling in het Thaise Huai Nam Khao zaten, verkeerden onder slechte omstandigheden. Buitenlandse waarnemers en journalisten mochten het kamp niet in, waardoor UNHCR geen kans kreeg vast te stellen wie echt vluchtelingen waren. Thailand hield vol dat het allemaal illegale immigranten waren op zoek naar economische voorspoed. Artsen Zonder Grenzen trok zich eerder dit jaar uit het kamp terug, nadat het leger de organisatie wilde dwingen om de vluchtelingen af en toe geen eten te geven en zo de druk op te voeren om naar Laos terug te keren.

Thailand heeft het afgelopen decennium geregeld Hmong vluchtelingen teruggestuurd, maar er is veel onduidelijkheid over wat er met ze is gebeurd. Eind jaren negentig waren er berichten over teruggekeerde Hmong die inderdaad een vrij leven leidden in Laos. Maar mensenrechtenorganisatie Amnesty rapporteerde in 2007 dat twintig vrouwen na hun gedwongen terugkeer waren gevangengezet en mishandeld.

Voor Thailand is het de tweede keer dit jaar dat het onder vuur komt om zijn behandeling van vluchtelingen. In januari ontstond opschudding toen bleek dat het leger boten vol Birmese Rohingya’s, die in Birma worden vervolgd, mishandelde en zonder motor of voedsel achterliet op volle zee, naar het scheen om ze te laten verdrinken. Honderden Birmezen werden gered door Indiase en Indonesische vissers en konden het navertellen.

    • Elske Schouten