Leren schrijven zonder leraar

Neerlandicus Ad Bok ontwikkelde TiO, schrijfonderwijs op de computer. Ruim honderd scholen gebruiken het. Kan software het leren schrijven overnemen van de leraar?

Rosmalen, 29 dec. - „Weet iemand nog een TiO-hack?” Stijn (16) vraagt op internet hoe hij het computerprogramma kan manipuleren dat hem moet leren schrijven. Zijn school gebruikt de lesmethode TiO, Taal in Ontwikkeling. De software heeft een kleine tegenbeweging uitgelokt: Stijn en 33 andere scholieren verenigden zich op een anti-TiO-hyves.

Sinds vorig jaar, toen het vernietigende rapport-Dijsselbloem verscheen, zijn onderwijsvernieuwingen bijna synoniem voor mislukking. Maar scholen vernieuwen gewoon door. Stijn zit op een van de circa negentig middelbare scholen waar de computer het schrijfonderwijs van de leraar Nederlands heeft overgenomen.

TiO laat de leerling een opdracht kiezen en biedt tijdens het werk tips, voorbeelden, suggesties en waarschuwingen. Bijvoorbeeld: zou je de tekst niet structureren? Of ontdoen van overbodige woorden? Voorzien van een tegengestelde mening misschien? En pas op, dat werkwoord wordt vaak fout gespeld!

Aan de hand daarvan moet de leerling zijn tekst zélf verbeteren. Er is geen vast traject. Leren gaat met TiO op natuurlijke wijze, verklaart maker Ad Bok, een 67-jarige neerlandicus. Zoals een peuter de taal in zijn omgeving oppikt, komen scholieren met dit computerprogramma zo vaak in aanraking met aspecten van een goede tekst, dat ze die vanzelf zouden moeten toepassen.

Zelfstandig leren, het Studiehuis is er uitgebreid om bekritiseerd. Dat weet Bok ook wel. Toch noemt hij de bedenkers van het Studiehuis zijn geestverwanten. „In oorsprong was het Studiehuis een hartstikke mooi idee. Leerlingen zouden zelfstandig worden en kritisch leren denken. Maar scholen kregen van bovenaf een systeem opgelegd, zonder inhoud. Leraren bleven zitten met hun oude boekjes.”

Zo, zegt Bok, werd ‘zelfstandig’ het equivalent van ‘zoek het maar uit’. „TiO biedt juist wel inhoud.” Bovendien, zegt hij, zijn de resultaten blijvend zichtbaar voor leraren en ouders. Ook vermindert TiO volgens Bok de werkdruk. Een leraar kan de helft van de klas aan het werk zetten, terwijl hij de andere helft onderwijst in literatuur of debat.

In twee jaar hebben ruim honderd scholen TiO in gebruik genomen – behalve middelbare scholen ook enkele basisscholen en ROC’s. Nog eens veertig scholen zijn geïnteresseerd. Bok noemt het succes „absurd” en „onvoorstelbaar”. Hij besteedde zelf, samen met zijn vrouw, duizenden uren aan ontwikkeling en marketing.

Dat zijn individuele manier van lesgeven aanslaat, wijst volgens Bok op het failliet van het onderwijssysteem. „De wereld buiten school is, sinds de tijd waarin ik op school zat, veel aantrekkelijker geworden. Maar het onderwijs is nog steeds hetzelfde: één persoon voor de klas, dertig kinderen erin. Ik hoor leraren vaak zeggen: ik krijg het niet meer verkocht aan kinderen van nu.”

Niet alle scholen zijn even enthousiast. Dit jaar haakten er acht af. Het Dockingacollege in Dokkum bijvoorbeeld, omdat de verantwoordelijke leraar vertrok. TiO staat of valt met een voortrekker, zegt directeur onderbouw Margriet Leeuw. „De overgebleven leraren vonden dat het systeem niet paste bij hun manier van lesgeven.” De vrijheid die leerlingen krijgen is „lastig”, zegt Leeuw. „Je wil toch toetsen en op korte termijn resultaat zien.” Het onderwijssysteem is nog niet klaar voor TiO, denkt de directeur.

Onderwijsmensen, merkt ook Bok, vragen hoe ze kunnen garanderen dat een kind genoeg leert met TiO. „Maar in het oude systeem was die garantie er ook niet. Je weet met TiO alleen zeker dat een leerling alles tegenkomt. Universiteiten en hbo’s klagen dat studenten niet meer kunnen schrijven. En erger: niet kunnen denken. TiO dwingt daartoe.”

Amos van Gelderen, aan de Universiteit van Amsterdam verbonden als onderzoeker naar taalonderwijs, waardeert dat TiO hulp biedt om veel praktisch te oefenen. „Maar goed schrijven doe je over iets waarvan je verstand hebt. In TiO ligt de nadruk op vrij schrijven. De opdrachten zijn niet meer dan een steekwoord dat het onderwerp aangeeft. De context is wat mager.”

Over de suggesties ter verbetering heeft Van Gelderen zijn twijfels. „Dat zijn hard gezegd losse flodders. Een meelezende docent kan gericht commentaar geven. Een computer niet.”

Ad Bok bestrijdt dat. „Het programma kent vierhonderd gereedschappen om een tekst te verbeteren. Dat kan een leraar niet bieden, omdat hij gemiddeld 200 kinderen onder zich heeft.”

Het principe ‘schrijven is verbeteren’ wordt in het programma goed duidelijk, vindt schrijver, taalwetenschapper en oud-leraar Nederlands René Appel. „Maar het kan ook tot tegenzin leiden. Is het nou nog niet goed, zullen leerlingen denken. Het programma gaat dwars tegen de schrijftrends onder jongeren in. Op msn en in sms’jes zijn spelling, punten en komma’s niet belangrijk.” Van Gelderen: „Ik kan me voorstellen dat leerlingen er de buik vol van krijgen.”

Voor de leerkracht blijft dus een belangrijke rol weggelegd, zegt lector ICT en onderwijs Marijke Kral van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. „De leraar moet inspireren en coachen. Het mooie is dat de leraar en het digitale materiaal dan beide doen waar ze goed in zijn.”

Op de anti-TiO-hyves circuleert inmiddels een manier om de digitale leraar te hacken. Enkele leerlingen is het gelukt teksten in de software te plakken. Ad Bok had dat onmogelijk gemaakt, dacht hij, maar neemt de hack voor lief. „Laat die slimmeriken maar slim zijn. Dacht je dat er in het oude systeem niet wordt gespiekt?”

    • Karlijn van Houwelingen