Iemand alweer zin in bubbels?

De flessen champagne staan al klaar. Terwijl in de VS en in Europa de meeste ondernemers hun wonden nog likken en het economisch herstel maar heel voorzichtig terugkeert, is in China de handrem er alweer volledig af. Een groei van dubbele cijfers, een oplopende inflatie en sinds gisteren de eerste officiële waarschuwing voor nieuwe zeepbellen.

Bank of America, de grootste bank van de Verenigde Staten, waarschuwde voor bubbels in de Chinese aandelen- en vastgoedmarkten. Grappig en ontluisterend feitje: de knoflookprijs is de afgelopen maanden veertig keer over de kop gegaan. Er is blijkbaar een dusdanig overschot aan liquiditeit in China dat er weer fors gespeculeerd kan worden.

De zeepbelwaarschuwing van BofA werd naar goed communistische gebruik al een dag eerder weerlegd door de Chinese premier Wen Jiabao. Die verklaarde zondag de vastgoedspeculatie in zijn land een halt te willen toeroepen via rente-ingrepen en belastingen. Ook waarschuwde Jiabao banken om hun kredietverlening niet te snel te laten groeien. Te veel krediet zorgt voor een nog groter liquiditeitsoverschot.

China staat als snelle groeier de laatste maanden centraal in de discussies over het mondiaal herstel. Niet alleen op de klimaattop in Kopenhagen was er een hoofdrol weggelegd voor China (groei = CO2), ook in de gesprekken over het oplossen van de zogenoemde mondiale onevenwichtigheden trekt China alle aandacht naar zich toe. China is het land met de grootste overschotten, met name vanwege de export. Landen als de VS, met enorme tekorten, zien daarin een groot risico voor de balans in de wereldeconomie. Oplossing: China moet meer consumeren, de VS meer sparen.

China is te groot om „in alle vrijheid onbelangrijk” te mogen zijn, zoals Financial Times-columnist Martin Wolf het noemt. En daarmee ook te groot om maar wat aan te stoeien met de eigen munt. Want daar zit hem de crux. Terwijl de Chinese economie met meer dan 10 procent groeit, daalt de waarde van de yuan ten opzichte van de belangrijkste handelspartners gestaag door. Vanuit de VS klinkt het verwijt dat de gefixeerde verhouding ten opzichte van de dollar de facto een oneigenlijke exportsubsidie is. De roep om importtarieven op Chinese producten zwelt daar dan ook aan.

Jiabao verwerpt alle kritiek op de munt met het argument dat het Westen alleen maar de groei in China wil indammen om zelf marktaandeel te winnen. Jiabao’s keuze is helder: hij luistert naar de belangen van het Chinese (staats)bedrijfsleven. Zo lang die behartigd blijven, heeft hij interne rust. Dat leidt tot protectionisme en kan het mondiaal herstel vertragen. De kurk moet nog maar even op de fles blijven.

Egbert Kalse

    • Egbert Kalse