Het antwoordapparaat van een helpdesk

Stranden in een lift is geen pretje, ervoer Herman Vuijsje.

Maar het ergste is dat er geen hulp komt, omdat iedereen naar iemand anders wijst om te komen helpen.

Zaterdagavond 19 december zat ik, net als half Nederland, vast. Had ik het weeralarm van de instanties in de wind geslagen? Nee, ik was gestrand in een lift van de Amsterdamse Stadsschouwburg. En terwijl ik met vier andere mensen zat opgesloten in die lift, maakte ik een leerzame reis van drie kwartier langs de Nederlandse veiligheids- en noodinstanties.

Om kwart voor elf, na afloop van de schitterende Hamletvoorstelling van regisseur Thomas Ostermeier, hadden we de lift betreden, om even later te constateren dat er geen beweging in te krijgen was.

Op het bedieningspaneel zagen we een alarmknop. Vijf seconden indrukken en het liftnummer melden aan de alarmcentrale, luidde het bijschrift. Na vijf seconden klonk inderdaad een stem. „Spreek uw boodschap in”, zei die. „Wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op. Tuut tuut tuut!” Latere pogingen leverden steeds dezelfde ingeblikte boodschap op.

Mobieltjes werden getrokken. „Laten we 112 bellen”, stelde iemand voor. „Nee joh, dat mag alleen in levensbedreigende situaties.”

Dan maar geprobeerd de receptie of het café van de schouwburg te bereiken. Ik bel 1800 nummerinformatie: „Goedenavond, wij zitten hier opgesloten in een lift in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Kunt u mij verbinden met de receptie van de schouwburg?”

„Ogenblikje..... pief ...trrrf... U spreekt met het bespreekbureau van Stadsschouwburg Amsterdam. Wij zijn momenteel gesloten. Tuut tuut tuut.” Opnieuw gedraaid. „Ja, goedenavond, kunt u mij verbinden met de Stadsschouwburg in Amsterdam? Wij zitten hier opgesloten in een lift en hebben hulp nodig. Kunt u de receptie proberen, of anders het café, en even aan de lijn blijven tot we verbinding hebben?” „Eén moment... krggg... fluup... Met het centrale bespreekbureau van de Nederlandse theaters... Druk 1 als u kaartjes wilt bestellen voor....” Tuut tuut tuut.

Om elf uur draai ik toch maar 112. „Een ogenblikje”, klinkt het. „Ik verbind u door met de brandweer.”

„Brandweer.”

„Wij zitten vast in een lift van de Stadsschouwburg. We kunnen geen contact krijgen met de alarmcentrale of de receptie en nu heeft 112 ons met u doorverbonden”, licht ik met de verschuldigde nederigheid toe.

„O. En nu wilt u dat wij naar u toe komen?”

„Precies! Dat zouden wij enorm op prijs stellen.”

„Hmm... nou ja, we komen wel even kijken.”

Tien over elf. Familie en vrienden worden gebeld, een van hen spoedt zich naar de schouwburg om zelf maar alarm te slaan.

Dan verschijnen er eindelijk twee mensen bij de lift. Het zijn medewerksters van de publieksservice van de schouwburg. „We hebben gebeld hoor”, roepen ze ons toe. „Er wordt aan gewerkt!”

„Is er een monteur onderweg, dan? En hoe lang duurt het voordat die hier is?” vraag ik.

„Dat kan ik u niet zeggen. De centrale regelt het contact met de monteur.”

Even later: „De alarmcentrale laat weten dat eraan wordt gewerkt contact te leggen met de monteur. Hij komt zo snel mogelijk.”

Half twaalf. Nog steeds geen brandweer en geen monteur. Wel een mevrouw van de technische dienst van de Schouwburg die in samenwerking met een gespierde jongeman de deur ten langen leste weet open te wrikken.

Echt vriendelijk zijn we niet tegenover de meisjes van de publieksservice, vrees ik.

„Waarom is de brandweer niet gekomen?” blaf ik. „Dat hebben ze beloofd, maar ze hebben ons hier drie kwartier laten zitten.”

„Ze hebben gebeld, maar de afspraak is dat we het eerst zelf proberen en pas daarna de brandweer laten komen.”

„En waarom is er geen alarmverbinding met de receptie van de schouwburg?” Een antwoord blijft uit.

„En die alarmcentrale?”

„Dat snappen wij ook niet. We zullen contact opnemen met de firma Möhringer.”

Zo eindigt onze virtuele reis langs de Nederlandse instanties voor hulp en bijstand na zes uur. Langs het Nederland waar voorzieningen zijn getrimd en teruggetrokken, taken zijn dóórgedelegeerd en verantwoordelijkheden gespreid als pindakaas over een zuinig belegde boterham.

Hulp in hedendaags Holland is een helpdesk... een helpdesk in een andere stad... het antwoordapparaat van een helpdesk in een andere stad. Wat was er gebeurd als we waren blijven steken tussen twee verdiepingen in, als niemand een gsm bij zich had gehad of als er een hartpatiënt bij was geweest? Dan was het gebleven bij words, words, words... en the rest is silence.

Herman Vuijsje is schrijver en journalist.