Fannie en Freddie hoeven nog niet af te slanken

Net als bij veel reuzen is het moeilijk om Fannie Mae en Freddie Mac tot behapbaarder proporties terug te brengen. De regering, die de hypotheekgiganten beheert, wil ze in 2010 met 10 procent laten afslanken. Reken er maar niet op dat dat ook zal gebeuren.

Een faillissement is ondenkbaar, ook al zijn beide bedrijven nog steeds afhankelijk van een noodkrediet van 400 miljard dollar, dat in de vorm van aandelen door de overheid is verstrekt. Dit zijn instellingen met een gezamenlijke portefeuille van hypotheekgerelateerde beleggingen van maar liefst 1.500 miljard dollar. Bovendien zouden de huizenprijzen, zonder hun aanbod van financieringen voor huiseigenaren met een goede kredietreputatie, lager zijn – en meer banken in serieuze problemen brengen.

In theorie moeten Fannie en Freddie nog steeds kunnen wegkwijnen. Toen ze in 2008 onder curatele werden gesteld, was het plan hun veel te grote portefeuilles vanaf 2010 te gaan kortwieken.

Vanaf maart zal echter een grote steunpilaar voor de Amerikaanse huizenmarkt verdwijnen. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, moet haar portefeuille van 1.250 miljard dollar aan beleggingen, die zij sinds januari dit jaar heeft opgebouwd, gaan terugsnoeien. Particuliere beleggers zouden het stokje moeten overnemen. Hypotheekobligaties hebben nog steeds een hoge kredietstatus en bieden meer rendement dan staatsobligaties.

Maar het gat dat moet worden gevuld is wel erg groot. En het laatste dat politici willen in een verkiezingsjaar is dat de hypotheekrente stijgt, wat zal gebeuren als de vraag uit de particuliere sector te wensen overlaat. Daarom zal de regering geen haast hebben Freddie en Fannie de druk op de toch al zwakke huizenmarkt te laten verhogen. De twee zullen hun portefeuilles niet afbouwen voordat de huizenprijzen steviger zijn. Integendeel, ze staan klaar om als redder in nood op te treden.

En de rond de Kerstdagen door de toezichthouder, het Federal Housing Finance Agency, goedgekeurde beloningspakketten van 6 miljoen dollar per persoon, die Michael Williams (Fannie) en Charles Haldeman (Freddie) tegemoet kunnen zien, zijn nóg een reden waarom het management gehoor zal willen geven aan de wensen van de regering.

Op langere termijn zou de overheid zich niet moeten inlaten met het gebruik van belastinggeld voor het steunen van de huizenprijzen en het compenseren van hypotheekverliezen. Dat verstoort de markt en leidt alleen maar tot verhoging van de staatsschuld. Maar als zich geen crisis van overheidsfinanciën voordoet, zal het kortwieken van Fannie en Freddie nog niet in 2010 beginnen.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Agnes T. Crane