Einde van Prince of Pot

Marc Emery verkocht vanuit Vancouver openlijk grote hoeveelheden wietzaden.

Hij wordt in januari aan de Verenigde Staten uitgeleverd.

Canadian marijuana activist Marc Emery (R) cries while embracing a friend before turning himself in at the court house in Vancouver, British Columbia September 28, 2009. The self proclaimed Prince of Pot turned himself in before being extradited to the United States to serve a five year jail sentence for selling marijuana seeds. REUTERS/Andy Clark (CANADA SOCIETY CRIME LAW) REUTERS

Arm in arm lopen Marc Emery en zijn vrouw Jodie langs Hastings Street in de Canadese stad Vancouver, naar hun ‘internationale hoofdkwartier’. Je ziet het niet aan hem af, maar de 51-jarige Emery is een van de meest gewilde drugscriminelen van Amerika, nummer 46 op een lijst van 50 gevaarlijke drugsboeven. Zijn dagen als vrij man zijn geteld: hij staat op het punt door Canada te worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten, om de cel in te gaan.

Bij huisnummer 307 gaan ze naar binnen. Hun pand, versierd in het groen en bevolkt door een entourage van volgelingen, bevat een winkel, een redactionele ruimte, een opnamestudio, politieke kantoren en een rookcafé. Alles kun je er krijgen met betrekking tot marihuana – behalve marihuana. Want de verkoop daarvan is illegaal. Als je een joint wilt roken in het café moet je die zelf meenemen. Niet dat dat moeilijk is in Vancouver, bijgenaamd ‘Vansterdam’.

Emery, een onvermoeibare voorvechter van de liberale wietcultuur, gaat zitten in de redactieruimte van zijn tijdschrift, Cannabis Culture. Hij probeert te profiteren van zijn laatste dagen vrijheid voor zijn celstraf van vijf jaar voor marihuanahandel, zegt hij. Na een lange strijd heeft hij een akkoord gesloten met Amerikaanse aanklagers: schulderkenning in ruil voor strafvermindering. Hij is op borgtocht vrij totdat de Canadese minister van Justitie zijn uitleveringspapieren tekent, begin januari.

„Een tegenslag voor de zaak”, erkent Emery. „Maar het feit dat ik voor vijf jaar de cel in ga, doet niets af aan wat ik heb bereikt”, zegt hij, wijzend op de kweek van miljoenen cannabisplanten in Canada en de VS met zaden die hij heeft verkocht. „Dat is het offer waard. Ik zal campagne blijven voeren om marihuana te legaliseren, zelfs vanuit de gevangenis.”

Emery gaat de cel in wegens de verkoop van miljoenen cannabiszaden aan Amerikaanse kopers. Tussen 1994 en 2005 verkocht hij vanuit Vancouver openlijk grote hoeveelheden zaden via een postorderbedrijf. Hij leverde in pakjes van tien, voor 100 dollar, aan klanten in Noord-Amerika en daarbuiten. Met de opbrengsten financierde hij campagnes voor legalisering van marihuana in diverse landen, waaronder de VS. Het leverde hem internationale faam op, en de bijnaam ‘Prince of Pot’.

Handel in cannabiszaden is illegaal in Noord-Amerika. Maar in Canada wordt het zelden vervolgd – of hooguit bestraft met een boete. De politie van Vancouver zag door de vingers hoe het bedrijf van Emery uitgroeide tot een miljoenenbusiness. Hij betaalde belasting en trok publiciteit. Volgens zijn eigen raming heeft hij 4 miljoen dollar aan winst weggegeven aan politieke initiatieven, waaronder zijn marihuanapartij.

„Dat was de reden om geld in te zamelen”, zegt Emery. „Ik heb het niet zelf gehouden.” Doel was „de overheid te overwoekeren”, zegt hij, „de oorlog tegen drugs te dwarsbomen door zo veel mogelijk marihuana te laten groeien, en activiteiten te steunen om marihuana te legaliseren”.

Emery werd tot zijn aanpak geïnspireerd door de Nederlandse henneppionier Ben Dronkers van de Sensi Seed Bank, vertelt hij. „In 1994 zat ik met hem bij de Cannabis Cup. Hij zei: ‘Wij hebben miljoenen zaden verkocht die tientallen miljoenen planten hebben geproduceerd’. Ik vond het een briljant idee. En hoewel zaden illegaal waren in Canada, leek het me niet moeilijk om ze hier te verkopen. Als ik werd gearresteerd, zou ik hooguit een boete krijgen.”

De strategie werkte. Als gangmaker van de cannabisindustrie in British Columbia (B.C.) droeg Emery bij aan een explosieve groei van wietteelt in de afgelopen vijftien jaar. De gewilde marihuana uit het gebied, ‘B.C. Bud’ genaamd, is volgens waarnemers het grootste economische product van de westkustprovincie.

De opkomst van Vancouver als wietcentrum viel echter verkeerd bij de drugsbestrijders van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA). Tot hun ergernis kon Emery straffeloos zijn zaden en ideeën verspreiden vanuit zijn basis op nog geen 40 kilometer van de grens. „Overal in de VS doken hennepplantages op, terug te voeren op Marc Emery”, aldus een DEA-agent.

De DEA besloot in te grijpen. Onder druk van de regering-Bush werd Emery in 2005 opgepakt door de politie van Vancouver, naar aanleiding van een verzoek om uitlevering. Hij werd beschuldigd van handel in wiet en witwassen van geld – waarvoor hij in de VS twintig jaar cel tot levenslang zou kunnen krijgen. De DEA noemde de arrestatie „een klap voor de beweging ter legalisering van wiet”.

Emery begon een juridische strijd tegen zijn uitlevering – een hachelijke zaak, want Canada weigert doorgaans geen uitleveringsverzoeken van de VS. En de huidige regering zal geen uitzondering maken, want volgens een wetsvoorstel moet de wietsector veel harder worden aangepakt. Plannen van de vorige, liberale regering om het bezit van kleine hoeveelheden marihuana te decriminaliseren, zijn geschrapt.

Emery verwerpt de ommekeer in de Canadese houding tegenover wiet als het werk van „onze eigen regering-Bush”. Ironisch genoeg ziet hij nu juist vooruitgang bij de liberalisering van wiet in Amerikaanse staten als Californië, waar ‘medische marihuana’ ruim beschikbaar is. „Californië streeft de reputatie van B.C. straks voorbij.” Hij grinnikt. „Ik kom waarschijnlijk terecht in een gevangenis in Californië, waar iedereen op elk moment cannabiszaden kan kopen.”

    • Frank Kuin