Waarom voelen mensen vlinders als ze verliefd zijn?

Terwijl Aron van Harten uit Amersfoort naar Boer zoekt Vrouw keek, vroeg hij zich af: Waarom zeggen mensen dat ze ‘vlinders’ in hun buik hebben, en niet duiven bijvoorbeeld? En wat is dat gevoel nu eigenlijk?

‘Vlinder’ komt van het Duitse woord flattern, en dat betekent fladderen. ‘Vlinders in je buik’ betekent volgens het Groot Uitdrukkingen Woordenboek van Van Dale: ‘Verliefd of nerveus zijn. De vlinders zorgen met hun onrustige gefladder voor het gevoel dat je in je buik hebt als je verliefd bent of zenuwachtig. De vlinder is van oudsher een symbool van ongestadigheid en onrust.’

De uitdrukking is ontstaan in de jaren tachtig en hoogstwaarschijnlijk overgenomen van het Engelse butterflies in one’s stomach.

Volgens Hans de Groot, beleidsredacteur bij Van Dale, is het begrijpelijk dat er bij verliefdheid voor de metafoor van vlinders is gekozen. En niet voor duiven. ‘Duiven in je buik’ als uitdrukking roept geen prettig beeld op. „Mensen moeten zich in een beeld herkennen. Vlinders passen bij het positieve gevoel van opwinding als je verliefd bent, en blijft daarom als uitdrukking hangen.”

De wetenschap doet steeds meer onderzoek naar verliefdheid. De Amerikaanse wetenschapper Dorothy Tennov ontdekte al in de jaren zeventig dat vlinders worden veroorzaakt „door een cocktail van hormonen die de bloedcirculatie omhoog jaagt en voelbaar is in je buik”.

Verliefdheid bestaat uit verschillende stadia. In het eerste ‘stadium van de lust’, wordt intense aantrekkingskracht aangewakkerd door het hormoon testosteron. In ‘de roze-wolk’-fase zorgt het stofje dopamine voor vlinders en dagdromen, noradrenaline voor kippenvel en serotonine voor de onvervalste euforische vlindergevoelens.

Maar volgens Midas Dekkers verklaart de biochemie echter niet alle vlinders. „Vlinder in het Grieks betekent psyche, wat weer staat voor ziel. Verliefde vlinders zijn dus meer dan alleen een biochemisch radarwerk in het lichaam, het is een gevoel, voor sommigen het mooiste in het leven. Het is zowel poëzie als scheikunde.”

Monica de Ruiter