Verdwaald op de weg naar Vancouver

Bob de Jong versloeg in een direct duel om één plaats voor Vancouver Carl Verheijen.

Op de 5.000 meter bleek dat de kwalificatieregels nog altijd niet waterdicht zijn.

Vooraf noemde Bob de Jong het olympisch kwalificatietoernooi „slechts een voorronde”. Maar voor de winnaar van een voorronde reed de schaatser uit Leimuiden een opvallend uitzinnige ereronde. In een fascinerend gevecht op de 5.000 meter rekende hij af met zijn grootste concurrent Carl Verheijen: 6.14,12 om 6.15,70. De Jong is daardoor op de vijf kilometer zeker van deelname aan de Spelen van Vancouver. Terwijl Verheijen eind januari bij een tweede kwalificatietoernooi waarschijnlijk opnieuw voluit moet gaan voor een laatste kans.

„Kijken wat de keuzecommissie doet”, probeerde Verheijen na afloop sip. De routinier van TVM, die zijn persoonlijke toptijd in Thialf verbeterde en de rest van het deelnemersveld op grote achterstand zette, hoopt alsnog een aanwijsplaats voor Vancouver te krijgen. „Tweede worden met zo’n goede tijd en dan nog een keer moeten rijden, dat is wel een domper. Weer een extra wedstrijd, liever niet. Ik had een week naar de zon willen gaan en dan twee weken naar Erfurt om me voor te bereiden op de Spelen. Nu moet ik over vier weken weer hard rijden en over zeven weken in Vancouver opnieuw.” Gekkenwerk, wilde hij maar zeggen. „NOC*NSF moet zorgen dat het sterkst mogelijke team rijdt op de Spelen.”

In het streven naar objectieve regels heeft schaatsbond KNSB zelfs de hulp ingeroepen van econometristen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij kwamen tot een ‘prestatiematrix’, een gecompliceerde formule om de tien olympische startplaatsen bij de mannen te verdelen over de verschillende afstanden. Voor de vijf kilometer, vanouds een Nederlands bolwerk, waren twee plekken beschikbaar. Omdat Sven Kramer dit seizoen al snel zijn voorkeurspositie als wereldkampioen van 2009 op vijf en tien kilometer verzilverde, kwam er een derde startplaats bij. Zes schaatsers slaagden erin zich te kwalificeren voor Vancouver en zouden in Thialf strijden voor twee plaatsen. Helder, duidelijk, objectief.

Tot vlak voor de wedstrijd de gekwalificeerde Bob de Vries en Koen Verweij zich ziek afmeldden, en er een volgende regel in werking trad: alle gekwalificeerden hebben bij calamiteiten recht op een herkansing bij een tweede olympisch kwalificatietoernooi eind januari. Op slag was alleen de zege in Thialf nog goed voor een ticket naar Vancouver. Nummer twee moet over vier weken opnieuw de strijd aan met de overige gekwalificeerden. „Eigenlijk was elke plek goed, behalve de tweede”, verwoordde Verheijen de onvolkomenheid in de regels. „Als je tiende was geworden, had je ook een herkansing gehad.”

Voor Verheijen was de situatie des te wranger omdat hij voor het eerst sinds lange tijd weer een race reed waarmee hij medaillekandidaat op de Spelen zou zijn. „Ik heb gedaan wat ik doen moest: hard rijden op het goede moment.” Eerder dit seizoen toonde hij zich na Kramer en De Jong ook al de regelmatigste van de Nederlanders, met drie vierde plaatsen bij de wereldbekerwedstrijden. Ter vergelijking: Verweij kwalificeerde zich alleen met een zevende plaats in Berlijn, De Vries met een derde tijd in de B-groep in Salt Lake City, waar hij pas mocht meedoen toen Kramer zich afmeldde. Maar daarin maken de regels, hoe gedetailleerd ook, geen onderscheid. „Een leermoment”, gaf Arie Koops, directeur sport van de KNSB, al voor de wedstrijd toe.

De generatiegenoten De Jong en Verheijen waren vooraf goed doordrongen van de belangen in Thialf. De Jong (33) – regerend olympisch kampioen op de tien kilometer, en op de WK afstanden op de vijf kilometer al eens eerste, drie keer tweede en een keer derde – verbeterde zichzelf dit seizoen spectaculair en bereikte wekelijks het podium. Maar uitgerekend in de aanloop naar het olympisch kwalificatietoernooi kreeg hij last van zijn rug. Verheijen (34) behaalde olympisch brons en twee keer WK-goud op de tien kilometer, en was op de vijf kilometer bij de WK afstanden twee keer tweede en drie keer derde. Zijn carrière kent minder extremen dan De Jong, en leek de afgelopen jaren in dalende lijn. Toch was daar een week geleden een sterke 3.42 tijdens een trainingswedstrijdje over drie kilometer in Thialf.

De twee vochten gisteren een duel uit als ooit bij de ‘oer’ skate-off, toen Martin Hersman en Jeroen Straathof in 1994 in Davos op de 1.500 meter Ids Postma uit de olympische equipe hielden. Verheijen viel hard aan, De Jong nam het initiatief over en kruiste na 3.500 meter over zijn tegenstander heen. Nog één keer gaf de TVMer alles, maar De Jong counterde zijn versnelling en gleed gedecideerd naar de zege. „Ze hadden Sven en mij van tevoren moeten aanwijzen, plus de nummer drie hier. Als je de toppers van Nederland wilt beschermen, moet je niet nog een selectiewedstrijd houden.”