VEB: bedrijven leggen bonus nog slecht uit

De naleving van de code-Tabaksblat is door de crisis nauwelijks verbeterd. Over beloningen blijft veel onduidelijk. Dat constateert de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) in een onderzoek.

De VEB meldt dat twee financiële instellingen, SNS Reaal en ING, hun beloningsbeleid hebben aangepast of er beter over rapporteren – daartoe gedwongen door de staat als hun nieuwe aandeelhouder. Daarnaast zijn Fortis en Pharming, die de Tabaksblat-code het slechtste naleefden, uit het onderzoek verdwenen. Die bedrijven maken geen deel meer uit van de AEX of de Midkap.

De 45 onderzochte beursgenoteerde bedrijven hebben verder bijna geen vooruitgang geboekt, constateert de VEB. Het nalevingspercentage van de code is gestegen met een kleine 2 procentpunt naar 65 procent. De code-Tablaksblat, voor goed ondernemingsbestuur, is al van kracht sinds 2004.

Bedrijven leggen volgens de VEB hun beloningsbeleid nog steeds slecht uit. Weliswaar is de lengte van de uitleg fors toegenomen, de ingewikkeldheid is dat ook. Naast de financiële instellingen legt alleen Smit Internationale goed uit hoe de kortetermijnbonus wordt bepaald. Van de 30 bedrijven die een langetermijnbonus toekennen, geven 27 inzicht in kwalitatieve criteria als winst of prestaties van het aandeel. Slechts 13 maken melding van de kwantitatieve criteria, zodat moeilijk te beoordelen is of bestuurders hun bonus daadwerkelijk verdienen. Nog steeds krijgen bestuurders vertrekpremies die hoger zijn dan één jaarsalaris, het maximum dat de code daaraan stelt.

Bedrijven geven in het crisisjaar meer inzicht in de afspraken die ze maken met banken. Vorig jaar was 15 procent van de bedrijven transparant over randvoorwaarden als solvabiliteit en rentedekking, in 2009 is dat gestegen tot 35,5 procent. Door de economische onzekerheid zijn echter minder bedrijven openhartig over hun operationele en financiële doelstellingen.

Als bedrijven de voorschriften van de code niet naleven, moeten ze uitleggen waarom. De VEB neemt dat niet mee in haar oordeel, anders dan de monitoringcommissies die al jaren positiever oordelen over de naleving.