Prestatiematrix nadelig voor sprinter Ronald Mulder

Schaatsbond KNSB maakt bij het selectiesysteem voor Vancouver gebruik van een gecompliceerd rekenmodel. Schaatsers hebben weinig op met de ‘prestatiematrix’.

Als een raket schoot Ronald Mulder dit seizoen omhoog in de rangen van de internationale topsprinters. Hij haalde een podiumplaats op de 500 meter bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen, verbeterde het Nederlands record van zijn trainer Gerard van Velde (34,52 seconden). En hij reed op het olympisch kwalificatietoernooi gisteren twee keer een tijd van 35,19.

Jan Smeekens (35,03 en 35,17) en Simon Kuipers (35,20 en 35, 08) waren beter. Maar de tijd van Mulder zou bij de in november gereden wereldbekerwedstrijd in Thialf bijvoorbeeld goed genoeg zijn geweest voor een plaats in de top-zes. Nederland mag volgens de internationale regels vier schaatsers opstellen op de 500 meter in Vancouver. En toch moet de nationale nummer drie serieus vrezen voor zijn plek.

Elk land mag in totaal maximaal tien schaatsers en schaatssters afvaardigen naar de Spelen. Om tot een objectieve afweging te komen tussen de verschillende afstanden, voert schaatsbond KNSB iets nieuws in. Econometristen van de Rijksuniversiteit Groningen berekenden in een prestatiematrix op welke afstanden de kans op een medaille het grootst is. Dit op basis van de Nederlandse resultaten (klassering en tijdsverschil) bij de eerste vier wereldbekerwedstrijden van dit seizoen. „Het model bepaalt de aanwijsvolgorde waarin wij sporters voordragen aan NOC*NSF”, lichtte technisch directeur Arie Koops gisteren toe.

De beste schaatser op vijf en tien kilometer is het hoogst ingeschaald op de matrix. Logisch, Sven Kramer heerst internationaal op die afstanden. Ook de nummers twee en drie op de lange afstanden zijn zeker van deelname in Vancouver. Op de 1.500 meter zijn twee en op de 1.000 meter drie olympische tickets gegarandeerd. Pas op de twaalfde plek in de matrix volgt de winnaar van de 500 meter Smeekens, die pas naar Vancouver mag als naast Kramer zich nog iemand op meerdere van de hoger ingeschaalde afstanden plaatst. „Het moet gek lopen wil ik me niet plaatsen”, zei de Control-schaatser na afloop. „Meer kan ik niet doen. Je wint en bent nog steeds niet geplaatst. Dat is best wel raar. Ik ga protesteren als ik niet naar Vancouver mag.”

Nummer twee op de sprint Kuipers staat vijftiende in de matrix, maar kan zich op andere afstanden (1.000 en 1.500 meter) nog plaatsen voor Vancouver. Nummer drie Ronald Mulder is pas zeventiende en daarmee nagenoeg kansloos. „Ik zit in de wachtkamer. Ik rijd hier twee keer 35,19, de tweede tijd uit mijn carrière, en word daarmee derde. Dat zegt wel iets over het sprintniveau in Nederland. We zijn dit seizoen twee keer op het podium gekomen bij een wereldbekerwedstrijd. Maar die matrix doet dat niet vermoeden. Ja, je hebt onbegrip. Maar je zult het er mee moeten doen.”

Mulder moet hopen dat in het vervolg van het olympisch kwalificatietoernooi een aantal schaatsers zich op meerdere afstanden weet te plaatsen. Dan neemt één schaatser meerdere plaatsen in en stijgt de kans van de lager ingeschaalden in de matrix. „Er zit niets anders op dan supporteren.”

    • Maarten Scholten