Pensioenfonds moet blijven balanceren

In februari leek de bodem onder de pensioenfondsen weggeslagen. Toen kwam overrompelend herstel. Is het pensioenglas half leeg of toch half vol?

ABP, het pensioenfonds voor ambtenaren en leraren, en goed voor 180 miljard euro beleggingen, is er maar wat trots op. Vorig jaar veel geld verloren, maar inmiddels 75 procent van het verlies terugverdiend, meldt het bestuur op de website.

Dankzij het overdonderende herstel sinds maart van de rendementen van de beleggingen zien de Nederlandse pensioenen er opeens totaal anders uit. Voor enkele miljoenen werknemers en honderdduizenden gepensioneerden is het glas als gevolg van de pensioencrisis nog steeds leeg. Hun pensioenen blijven bevroren. De financiële positie van hun pensioenfonds laat een verhoging van de pensioenen in 2010 met de loon- of prijsstijging (de zogeheten indexatie) niet toe.

Onder hen zijn de pensioenfondsen in de sectoren metaal en techniek, de metalektro en PNO Media. Als het om pensioenen en indexatie gaat heeft het bestuur van elk fonds vrijheid van handelen. Het ene fonds kan het pensioen verhogen, het andere niet of het kan nog even wachten met een besluit, terwijl zij een vergelijkbare financiële positie hebben.

Sommige fondsen vinden het nog steeds te vroeg om nu al een beslissing voor 2010 te nemen. Zo wacht het Pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven tot in het eerste kwartaal. De financiële positie van het fonds is onvoldoende voor een volledige indexatie, maar de verhouding tussen de waarde van de beleggingen en de pensioenverplichtingen is wél voldoende voor een gedeeltelijke indexatie. Om hoeveel gaat het? Het fonds volgt bij de indexatie de stijging van de prijzen in de twaalf maanden tot augustus 2009: 0,3 procent.

Maar voor miljoenen werknemers en gepensioneerden is het glas inmiddels weer half vol. Het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid, een van de vijf grootste fondsen, verhoogt de pensioenen volgend jaar met 1,45 procent. Het Spoorwegpensioenfonds kan dankzij zijn robuuste financiële positie nog verder gaan: plus 2,07 procent.

En ook de twee grootste pensioenfondsen geven een gedeeltelijke verhoging, ABP met 2,75 miljoen gepensioneerde en actieve werknemers legt er 0,45 procent bij, het Pensioenfonds Zorg en Welzijn 0,72 procent.

Wat een verschil met het desastreuse beeld in februari en maart toen de bodem onder de financiële markten even verdwenen leek.

Het beeld is gekanteld. Terwijl de zogeheten reële economie van banen, consumenten en bedrijfswinsten zich naar een broos herstel worstelt, stralen de sterren boven de financiële economie. In de economie van aandelen, obligaties en andere beleggingen lijkt het alsof er nooit iets is misgegaan.

Als geen ander balanceren de pensioenfondsen tussen deze reële en financiële economie. Zij werken voor de pensioenen van meer dan tien miljoen (gepensioneerde) werknemers in de reële economie, maar zij moeten het verdienen in de financiële economie. Werkgevers en vakbonden vinden hun pensioenpremies in de reële economie hoog genoeg: ruim 23 miljard euro.

Het balanceren tussen financiële en reële economie bleek in de pensioencrisis van 2008/2009 geen kunst, maar een kunde. Talloze pensioenfondsen beheersen de kunde onvoldoende, zo blijkt uit een recente rapportage van De Nederlandsche Bank.

Onderzoek van deze krant naar de rendementen van meer dan dertig van de grootste fondsen leerde eerder dit jaar dat de pensioenwereld in 2008 over een breed front slechter presteerde dan de relevante beursgraadmeters. Onlangs kwam De Nederlandsche Bank met uitkomsten van eigen onderzoek. Meerdere pensioenfondsen hadden hun risico’s onderschat. „Ook zijn knelpunten en hiaten geconstateerd op de volgende terreinen: de strategie, de uitvoering, de buffers én de governancebeheersing.” Kortom: alles haperde.

Minister Donner (Sociale Zaken; CDA) heeft al laten weten dat verbeteringen in het toezicht dat de pensioenfondsen binnenskamers kennen, onontkoombaar zijn.