Oogjes, zo zwart als laget

In kerstliedjes kom je geregeld onbekende woorden en zinnen tegen.

Vorige week bezocht ik voor het eerst in lange tijd weer een kerstmis. Ik ben niet kerkelijk opgevoed en in mijn eigen gezin komen religies wel geregeld ter sprake, maar altijd als cultureel of sociologisch verschijnsel, hoewel we dat natuurlijk niet zo noemen.

Dat we nu toch naar een kerstmis gingen, komt doordat onze oudste zoon daarom vroeg. Als een jongen van zeventien aangeeft iets dergelijks te willen doen, moet je daar altijd op ingaan, is mijn ervaring. Zonder twijfel bestaan er kinderen die hun ouders vragen om weer eens naar een concert, museum of toneelvoorstelling te gaan („hè toe nou, het is alweer zo lang geleden”), maar in mijn eigen gezin moeten wij, de ouders, daar altijd erg ons best voor doen. Ieder cultureel initiatief van de kinderen zelf wordt onmiddellijk beloond met daden.

Natuurlijk probeerde onze oudste zoon zich er op het laatste moment alsnog onderuit te wurmen („we kunnen natuurlijk ook een dvd halen”), maar nee, hij was er zelf over begonnen dus nou zat hij er aan vast.

De kerk was warmer dan ik had verwacht en ook voller. Het was een gemoedelijke mis, waarin het kerstspel werd uitgevoerd door een flinke stoet kinderen. De jongsten kropen verkleed als schapen over de vloer. Jozef en Maria werden gespeeld door een jongen en een meisje van een jaar of dertien. Jozef wekte bij mijn eigen jongens enige hilariteit, waarschijnlijk door de combinatie van het jurkachtige gewaad en de moderne zwarte bril, met een zwaar montuur. Zelf schrok ik een beetje toen ik zag dat het kindeke Jezus werd gespeeld door een heuse baby, die niet veel ouder dan twee maanden kan zijn geweest. Maria ontfermde zich met veel liefde en aandacht over hem, maar toch moest Jezus op een gegeven moment door zijn echte moeder worden getroost.

Wat er precies van zo’n mis doordringt tot kinderen die niet van huis uit met kerkelijke rituelen zijn opgevoed, zoals die van mij, weet ik niet. Tijdens het hoogtepunt van de dienst – het breken van het brood, het drinken van de wijn – moest ik mijn zoon aanporren, anders was dit hem compleet ontgaan. Het enige waar ik hem naderhand over hoorde, waren de vele onbegrijpelijke woorden in de liederen.

Het was een laagdrempelige mis, zoals dat heet, speciaal voor gezinnen. Je kunt als kerk kiezen om oude teksten wel of niet te moderniseren. Degenen die pleiten voor het intact houden van oude teksten wijzen graag op de culturele waarde ervan. Diegenen die pleiten voor modernisering benadrukken dat de boodschap belangrijker is dan de vorm („zelfs de Bijbel wordt om de zoveel tijd gemoderniseerd”).

Hier was gekozen voor een mengvorm: het onwaarschijnlijke „En Maria zei: param pam pam pam”, plus zinnen als „Kerstavond voor den noene”, „laat ons zingen blij/ daarmeed’ ook onze leisen beginnen vrij”, „’t was er zo koud, de rijm lag op de daken”, „vriend’lijk om uw godd’lijke mond/ na ons staat de reddende stond”, „’t Had twee schoon oogjes, zo zwart als laget/ twee bleuzende kaakjes, dat stond Hem zo net”.

Toen ik die zinnen voorbij zag komen, dacht ik: veel volwassenen en vrijwel alle kinderen hebben geen idee wat hiermee wordt bedoeld. Maar kennelijk is dat bij liederen geen bezwaar, en misschien is het zelfs wel een deel van de charme.

Onze oudste zoon zong in ieder geval onbevangen mee. Zachtjes, maar zonder aarzeling.